Opent (vermoedelijke) dood terroristenleider Koufa de deur naar de vrede in Mali?

Als de prediker sterft, verdwijnt de explosieve cocktail van discriminatie, droogte en wapens nog niet

CC BY-SA 4.0

Franse Barkhane-troepen in contact met de lokale bevolking

In de nacht van 22 op 23 november zoeven enkele Franse Mirage 2000-vliegtuigen, helikopters en Reaper-drones door de Malinese nacht. Hun missie: een verrassingsaanval op de vermoedelijke verblijfplaats van Amadou Koufa. Koufa stond sinds vier jaar aan het hoofd van de jihadistische terreurbeweging Katibat Macina, actief in de regio rond Mopti in Centraal-Mali.

Koufa sleurde de centrale regio van het geteisterde land mee in de spiraal van geweld die het noorden al langer in haar greep hield. Centraal-Mali stak al snel het noorden voorbij als gevaarlijkste regio van Mali. Maar of met Koufa’s dood het pad naar de vrede openligt, is zeer twijfelachtig.

Volgens een bericht van het Franse Ministerie van Defensie slagen ze in hun opzet. Kwartierchef Djourétou en commandant Bobala sterven, ‘en waarschijnlijk ook Amadou Koufa’. Behalve de voormannen zouden een dertigtal andere jihadisten zijn omgekomen.

In het bos van Wagadou zou Koufa uiteindelijk zijn bezweken aan zijn verwondingen.

Dat bericht wordt later bekrachtigd door de Malinese regering. ‘Ik bevestig dat Amadou Koufa werd gedood tijdens de operatie’, meldde de woordvoerder van het Malinese leger aan persagentschap Reuters. Volgens het Malinese leger raakte Koufa gewond bij de aanval, waarna hij werd weggevoerd door zijn aanhangers. In het bos van Wagadou zou hij uiteindelijk zijn bezweken aan zijn verwondingen.

Het moment van de Franse operatie is opmerkelijk te noemen. Op 8 november verscheen Koufa nog in een videoboodschap, naast de twee andere meestgezochte mannen van Mali: de jihadistenleiders Iyad Ag Ghali en Djamel Okacha. Okacha stuurt zijn troepen aan vanuit Timboektoe, Ag Ghali opereert in de regio rond Kidal – beide steden in Noord-Mali.

In de videoboodschap roept Koufa, in het midden gezeten, op om de jihad in Mali te steunen. Specifiek richt hij zich tot de Peul, het semi-nomadische herdersvolk uit de Sahel waartoe hij zelf behoort.

Wist het Franse leger cruciale informatie te verzamelen aan de hand van de opgenomen videoboodschap? Er wordt niet over gecommuniceerd. Belangrijker is de vaststelling dat de dood van Koufa door zowel het Malinese als het Franse leger als een triomfantelijke overwinning wordt gepresenteerd.

Uiteraard is de status van Koufa cruciaal. Koufa’s terreurbeweging is verantwoordelijk voor vele aanslagen in het centrale gedeelte van Mali. Waar dat deel van het land tot enkele jaren geleden relatief veilig was, werd het sinds 2015 betrokken bij de oorlog die sinds 2012 in Noord-Mali woedt. Schijnbaar eigenhandig opende Koufa er een nieuwe frontlijn in de strijd voor een kalifaat, zoals MO* al schreef begin dit jaar. Al snel werd Centraal-Mali de gewelddadigste regio van het land.

Maar de simplistische triomfberichten verhullen vooral de dieperliggende problemen waar Mali mee te kampen heeft. Het lijkt inderdaad zeer onwaarschijnlijk dat met Koufa’s dood de vrede zal wederkeren. Daarvoor zijn er verschillende redenen.

Discriminatie, droogte en wapens

De geruchten gaan dat Koufa als jongeman liefdesliedjes opnam op cassettes. Charismatisch en wervend was hij altijd al, verbitterd werd hij pas op latere leeftijd. Dat begon toen hij de discriminatie jegens zijn stam, de Peul, zelf begon te ondervinden.

‘De Peul zijn een halfnomadisch herdersvolk. Ze hebben geen rondreizende scholen, zoals de Touareg dat wel hebben. Ze blijven dikwijls steken in armoede. Daardoor krijgen ze het gevoel dat ze gediscrimineerd worden’, zei Hamzala Bocoum, coördinator van Tabital Pulaaku, in Mopti, begin januari aand MO*.

Waar Tabital Pulaaku vreedzaam strijdt voor meer culturele rechten voor de Peul, ging Koufa driester te werk.

Maar waar Tabital Pulaaku vreedzaam strijdt voor meer culturele rechten voor de Peul, ging Koufa driester te werk. Hij vertrok naar Mauritanië en verruilde daar de liefdesliedjes voor de radicale islam. Bij terugkeer in Mali begon hij al predikend van dorp naar dorp te trekken. Daarbij kwam hij op voor de rechten van de Peul, in een verhaal overgoten met extremistische islam. Kop van Jut: de Malinese staat, die hij van corruptie beschuldigde.

Toen in 2013 islamistische jihadisten op hun veroveringstocht vanuit het noorden het stadje Konna in Centraal-Mali innamen, werden ze er enkele dagen later al verdreven door het Franse leger. Het betekende de start van de Franse interventie in Mali die bekend kwam te staan als operatie Serval. Konna werd terug bevrijd, maar overblijvende groepjes jihadisten verscholen zich in de bergachtige woestijn en hergroepeerden zich. Etnische Peul vormden de kern van die nieuwe groep. Ze noemden zich Katibat Macina, naar “Macina”, het 19e eeuwse islamrijk geleid door Peul in de centrale regio rond Mopti.

Koufa, commandant in de slag van Konna, werd hun leider. Dit kaderde in een strategie die de jihadistenleiders van Ansar Dine uit het noorden hanteerden. ‘Het uiteindelijke doel van Ansar Dine is om Bamako te veroveren. Mopti is door zijn strategische ligging de sleutel om heel het land, eigenlijk de hele westelijke Sahel te veroveren’, verklaart Djibril Koné, een vooraanstaande Malinese auteur.

‘Ansar Dine heeft nooit veel aansluiting gevonden met de zwarte bevolking in het centrum en het zuiden. Daarom zochten ze een bondgenootschap met een zwarte uit de omgeving van Mopti.’

‘De stad ligt vlak bij Burkina Faso en is binnen Mali de brug tussen het noorden en het zuiden. Ansar Dine is vooral verbonden met blankere Arabieren en Toearegs. Met de zwarte bevolking in het centrum en zuiden hebben ze nooit veel aansluiting gevonden. Daarom zochten ze een bondgenootschap met een zwarte uit de omgeving van Mopti.’

Die man was Koufa: zwart, afkomstig uit de regio rond Mopti én begeesterd door de radicale islam.

Hij hoefde slechts in te spelen op de stijgende spanningen tussen de verschillende etnieën. Die worden in hoofdzaak aangewakkerd door de toenemende droogte. Alle etnieën die in Centraal-Mali samenleven, concurreren in toenemende mate met elkaar in de strijd voor vruchtbaar land, voor visgronden en voor drinkwater voor hun vee. De bevolking neemt toe en de rivieren drogen op.

Bovendien zijn wapens sinds de val van Kadhaffi alom tegenwoordig. De Libische wapendepots werden na diens val door Touareg-strijders meegebracht om de Malinese burgeroorlog van 2012 te beslechten.

Deze explosieve cocktail van discriminatie, droogte en wapens zorgt voor toenemende stammentwisten die steeds driester worden beslist.

De perfecte storm voor de spin in het web: Amadou Koufa, en zijn broodheer Iyad Ag Ghali uit het noorden. Voor hen werd het een koud kunstje om de woede van de verpauperde jeugd te kanaliseren richting gewapend jihadisme. Een handvol bankbiljetten, kalasjnikov, motorfiets en een strip Tramadol deden de rest.

CC 2.0

Troepen van Ansar Dine in Timboektoe, Mali

Hydra van Lerna?

Maar met de dood van Koufa is de voedingsbodem van de Peul-woede niet verdwenen, noch de droogte, noch het strategische belang dat de noordelijke jihadistenleiders hechten aan Centraal-Mali.

Het effect dat de dood van Koufa zal hebben, is allerminst duidelijk. Maar dat de vrede in Centraal-Mali nu binnen handbereik ligt, is niettemin zeer onwaarschijnlijk.

Eén scenario is de ‘Hydra van Lerna’: de afgehakte kop van Koufa groeit dubbel terug op een veelkoppig monster. Eenmaal de klap van de dood van de leiders te boven is gekomen, volgt een reorganisatie. De opvolgers hebben geleerd hebben uit hun fouten en verschijnen eens zo gemotiveerd terug op het strijdtoneel.

Koufa was in de eerste plaats een marabout, een islamistische geestelijke. Geen militair aanvoerder. Zijn gezag was gebaseerd op charisma, niet op militair leiderschap.

Hierbij moet worden opgemerkt dat Koufa in de eerste plaats een marabout was, een islamistische geestelijke. Geen militair aanvoerder. Zijn gezag was gebaseerd op charisma, niet op militair leiderschap. Als lokale religieuze leider werd hij gerespecteerd in bredere kringen dan zijn propaganda voor de gewapende strijd doen vermoeden. ‘Ik keur zijn methoden niet goed’, vertelde de imam van de salafistische moskee van Mopti in januari 2018 aan MO*. ‘Maar we delen wel hetzelfde doel: de invoering van de sharia in Mali.’

Een ander scenario is dat de dood van Koufa effectief een machtsvacuüm laat. Die optie bestaat zeker – de commandanten Djourétou en Bobala die aangehaald worden in het bericht zijn onbekende figuren.

In dat geval kan er iets ten goede veranderen, op voorwaarde dat de Malinese regering begint te investeren in onderwijs, gezondheidszorg en corruptiebestrijding.

Ook doet de regering er goed aan het blazoen van haar leger op te poetsen. Zoals een rapport van Human Rights Watch al aanhaalde, zijn er talrijke gevallen bekend waarbij het Malinese leger zich te buiten gaat aan mensenrechtenschendingen. Burgers zouden in dergelijke gevallen gewraakt worden voor de activiteiten van jihadisten, met buitengerechterlijke executies tot gevolg. Dergelijke acties drijven de burgers regelrecht in de armen van de jihadisten.

Strijd voor het hart

Het militaire arsenaal waarmee de dood van Koufa en dertig van zijn strijders bewerkstelligd werd, toont in ieder geval aan hoeveel energie en geld de strijd tegen jihadisme moet kosten.

De koepelorganisatie waartoe Katibat Macina behoort, ontkent dat Koufa gestorven is. ‘Hij is in goede gezondheid’, laat hun woordvoerder weten op Twitter.

Maar het is voorlopig onduidelijk of de operatie wel succes heeft gehad. Malinese en Franse bronnen spreken afwisselend van een ‘zekere’, dan wel een ‘waarschijnlijke’ dood van Koufa. Maar formeel bewijs is er niet. Geen lijk, zelfs geen foto van een lijk.

Jama’a Nusrat ul-Islam wa al-Muslimin’ (JNIM), de koepelorganisatie waartoe Katibat Macina behoort, ontkent dat Koufa gestorven is. ‘Hij is in goede gezondheid’, laat hun woordvoerder weten op Twitter.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Is Koufa dood, en valt daarmee het doek over Katibat Macina? Of schieten de Peul verder in een Franse colère? De toekomst zal het uitwijzen.

Niettegenstaande gebeurt het zeer zelden dat het Franse leger zich militair actief toont in de centrale regio.

Djibril Koné zei begin januari al aan MO* dat de regio rond Mopti het bruggenhoofd is om de hele Sahel te veroveren. De jihadisten hebben dat al langer door. Het Franse leger begint zich met de operatie tegen de basis van Koufa in dezelfde logica te bewegen. Achterblijver is de Malinese regering: hun investeringen in onderwijs, gezondheidszorg en corruptiebestrijding blijven voorlopig uit.

Update: uit betrouwbare bron vernam MO* dat Koufa’s vrouwen aan het rouwproces zijn begonnen. Het lijkt daardoor aannemelijk te stellen dat Koufa inderdaad dodelijk getroffen werd.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur