Onze planeet kan wel wat aan, maar bij systematische overbelasting gaat het onherroepelijk fout

Waarom we moeten denken als een bos

© Brecht Goris

Jan Mertens

Enkele weken geleden verscheen een uitdagende open brief waarin meer dan tweehonderd academici een oproep deden om het pad van de economische groei als enige en ultieme weg achter ons te laten en werk te maken van een waardige en rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen. Voorbij de groei denken is hard nodig. Het is gemakkelijker om uit te leggen dat ons maatschappijmodel groei nodig heeft dan dat je kunt uitleggen dat het in de reële wereld mogelijk is. Die reële wereld is begrensd.

Net als ons lichaam kan de planeet best wel iets aan, maar bij een systematische overbelasting wordt de stress te groot en gaat het onherroepelijk fout. Je kunt jezelf wijsmaken dat het niet zo is. Je kunt allerlei chemische substanties nemen die je het gevoel geven dat er niets aan de hand is. Je lichaam weet wel beter. Naar je lichaam luisteren is niet altijd eenvoudig. (Ik ben er ook niet altijd goed in, moet ik bekennen.)

De boom kan maar individu zijn door ook bos te zijn.

Vaak willen we zo graag zo veel. Het voelt dan soms alsof ons lichaam een soort ballast is voor onze grote dromen. Wanneer je ziek bent of herstelt van een operatie besef je soms ineens dat je lichaam je als het ware bij de aarde houdt. Het leek heel stoer en slim om te doen alsof je alleen geest kon zijn, maar uiteindelijk besef je dat het beter is vrede te sluiten met dat lichaam en een ritme te zoeken dat dichter ligt bij de seizoenen van je lijf. Anders verlies je meer dan je dacht te winnen. De vrijheid die je zocht wordt ineens een onvrijheid.

Het is natuurlijk allemaal een stuk complexer dan het beeld van dat lichaam, maar dat kan wel helpen om iets te begrijpen over hoe we met onze planeet omgaan. Het interessante aan een grenservaring, waarbij je botst op de grenzen van je lichaam, is dat je beseft dat er niet echt iets is als een van elkaar onderscheiden geest en lichaam. Net zomin is de planeet een zielloos stuk materie waarop wij rondlopen. Wij zijn de planeet.

Onlangs was ik met een dierbare vriendin bij een lezing van de Amerikaanse auteur Richard Powers. In zijn recentste boek, The Overstory, gaat het onder meer over bomen. Hij vertelde dat hij door het bestuderen van wat we weten over hoe een bos werkt was gaan inzien dat het concept ‘individu’ in een bos eigenlijk niet echt bestaat. De boom kan maar individu zijn door ook bos te zijn.

Je kunt daaruit ook iets leren over de mens. Je kunt wel ongeveer aangeven waar je als mens begint en waar je ophoudt. Als je in de lucht springt, lijk je heel even los van alles te zijn, alleen jezelf. Maar zonder zuurstof kun je niet eens denken hoe het is om jezelf te zijn. Wij hebben met andere woorden de bomen veel meer nodig dan zij ons nodig hebben. Het zou een beetje aanmatigend en zelfs gevaarlijk zijn om te denken dat we alleen een boom-individu kunnen zijn, en dat het bos de ‘andere’ is. Als individu met een vrije geest staan we toch ook wel met onze voeten in de aarde.

Kinderen van de Verlichting

We zijn kinderen van de Verlichting. En dat is een mooie erfenis. Moderne begrippen als vooruitgang, ontwikkeling, vrijheid, emancipatie, rationaliteit bepalen ons veel meer dan we zelf soms beseffen. Het moderne denken heeft ons bevrijd uit een wereld die we niet kenden of begrepen. Het heeft die wereld tegelijk ook onttoverd. Alles kan in een ‘economische’ benadering worden ingebracht. Een stuk land mag er niet ‘zomaar’ liggen, het moet een bestemming hebben. Zien we het bos als een levend organisme, misschien zelfs lichtjes mysterieus, waarvoor mensen actie willen voeren, desnoods met hun leven? Of zien we het enkel als een hoop te verwerken grondstof, of als een hoop hout die in de weg staat van het ontginnen van de bruinkool in de bodem?

Na het publiceren van de genoemde open brief werd aan een aantal zogenaamd eminente economisten gevraagd wat ze ervan vonden, of het echt zo is dat voortdurende materiële groei niet verzoenbaar is met een begrensde planeet. Die mensen worden verondersteld slim te zijn en onze toekomst zorgvuldig in handen te nemen. Een van hen zei iets dat ongeveer neerkwam op: de menselijke inventiviteit zal het wel oplossen.

Misschien was hij zo religieus bezield door het zogenaamd rationele geloof in voortdurende economische groei dat hij geen ketterij in zijn eigen hoofd kon toestaan. Misschien interesseerde de degradatie van die kostbare planeet hem eigenlijk niet. Misschien had hij niet de fantasie om te denken dat een rondedans een mooiere en vrijere vorm van vooruitgang kan zijn dan een snelweg. Misschien had hij niet het vernuft om zichzelf uit de voortrazende auto te denken waar hij in zit. Het zijn opnieuw maar beelden, maar ze kunnen helpen.

Ik moest er nog aan denken toen ik onlangs in Gent in een boeiend debat zat voor studenten die de economische wetenschap opnieuw proberen te denken. Ze willen dat het curriculum van hun opleiding anders wordt ingericht. Ze willen een economische wetenschap van de reële wereld. Ze willen eigenlijk een ander soort rationaliteit, een die ook oog heeft voor de vernietigende kant van een eenzijdige benadering van de planeet als enkel levenloze materie en van mensen als enkel calculerende hebzuchtige wezens. We hadden het over de Donuteconomie als mogelijk andere piste om tot die nieuwe weg te komen. De auteur, Kate Raworth, wil met haar boek beelden geven voor een andere economie. En die heeft inderdaad meer weg van een (circulaire) rondedans dan van een (lineaire) snelweg.

Bij de vragenronde kwamen we bij het idee om grondstoffen te gaan halen op andere planeten. Het is een idee dat me altijd erg kwaad maakt. Voor velen lijkt het blijkbaar normaal om het zelfs al maar te overwegen. Kolonisering van het ‘andere’ is een onderdeel van onze moderne manier van denken. De aantrekkingskracht van het verleggen van grenzen en van het toe-eigenen van het tot dan onbekende voel je in het to boldly go where no man has gone before.

Ik vind het idee om even grondstoffen te halen op andere planeten verwerpelijk.

Ik vind het idee om even grondstoffen te halen op andere planeten verwerpelijk. Het heeft volgens mij minder met vooruitgang te maken en meer met een totaal failliet van de verbeeldingskracht. We hebben blijkbaar geen zin om onze speelkamer op te ruimen, en dus beginnen we gewoon in de keuken verder te bouwen met de Lego. De fijne moderator vroeg me nog hoe het dan zit met het menselijk vernuft. Haar vraag bleef later nog door mijn hoofd gaan.

Misschien kunnen we het idee van vernuft uit de greep van een eenzijdige Verlichting halen, en de contouren beginnen uittekenen van een nieuwe Verlichting, die meer aangepast is aan het Antropoceen waar we ondertussen in leven. De boodschap van het recente IPCC-rapport zet ons er alleszins toe aan. We hebben enorm veel menselijk vernuft, scherpzinnigheid, creativiteit en intellectuele moed nodig om voor onszelf een duurzame toekomst te leren denken binnen planetaire grenzen.

Als we naar een klimaatchaos gaan, zal onze vrijheid verminderen en zal de ongelijkheid toenemen. Wat we dachten te controleren met onze kennis, zal onvoorspelbaar en ongekend worden. Het is helemaal niet onmogelijk om dat lot te voorkomen, integendeel. We moeten misschien daartoe wel meer leren denken als een bos dan als een snelweg. Er rust waarschijnlijk veel meer vrijheid in zo’n bosvernuft dan in het blinde geloof dat we de begrensde aarde kunnen aanpassen aan onze onbegrensde verlangens.

Het was goed dat de moderniteit ons de wereld leerde kennen en begrijpen en ons het vooruitzicht gaf op vrijheid en rechtvaardigheid. Maar als we die mooie droom overeind willen houden, als we vrij willen blijven, is het misschien wel goed dat we het bos in onszelf niet ontkennen. Het getuigt toch van oneindig veel meer vernuft als we een economie kunnen maken die het bos intact laat en ons zo ook nog uitzicht geeft op een toekomst die nog lang duurt.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.