Woorden zijn belangrijk

Ik ben geen racist, maar…

© Brecht Goris

Anya Topolski

Tussen 1933 en 1945 hield Victor Klemperer, een Poolse-Joodse filoloog die in Berlijn woonde, een dagboek bij. Bijna dagelijks maakte hij notities over de kleine, soms bijna onmerkbare veranderingen in de Duitse taal van de media en de nazipropaganda (in het begin waren deze twee nog niet hetzelfde).

Na de oorlog zijn de dagboeknotities gepubliceerd als LTI — Lingua Tertii Imperii: Notizbuch eines Philologen. Sommige van de woorden die Klemperer noteerde, zijn nu zeer bekend, zoals Sonderbehandlung of Endlösung, beide synoniemen voor de genocide van ‘ongewensten’. Maar er waren veel meer – genoeg om verschillende boeken te publiceren.

Je hoeft geen filoloog te zijn om de parallellen te zien met de laatste verkiezingen in België en Nederland. Een veelbesproken voorbeeld was het gebruik van de term boreaal tijdens Thierry Baudet’s overwinningsspeech. Na zijn speech was dit de meest gezochte term op Google, het leidde zelfs tot een wiki-war.

Boreaal’ is een dogwhistle, een term die door een spreker gebruikt wordt om een boodschap te sturen naar een bepaald doelpubliek zonder dat anderen hier iets van merken – net zoals een hondenfluitje niet hoorbaar is voor mensen. ‘Boreaal’ is een verwijzing naar Arische en racistische theorieën. In de woordenoorlog op Wikipedia probeerden trollers van Forum voor Democratie ervoor te zorgen dat de verborgen betekenis van ‘boreaal’ verborgen bleef.

Tevergeefs: het is nu een openlijk begrip, dat niet meer gebruikt kan worden voor alleen maar een specifiek publiek. Maar die openbaarheid is geen grote zege, en de term kan en zal nog steeds gebruikt woorden om mensen uit te sluiten en te dehumaniseren.

Woorden doen ertoe en veel politici en racisten weten dat.

Een voorbeeld van een dogwhistle tijdens de verkiezingen in Vlaanderen: de term ‘kansenparel’, ontstaan in de chatrooms van extreemrechts, om te verwijzen naar de huidige ongewensten van de überracisten in Vlaanderen. Voor wie geen lid is van deze gruwelijke chatrooms (waar deze brief als mild wordt gezien), lijkt de term onschuldig. Maar voor degenen die het doelwit zijn, is het een discours dat ontmenselijkt.

Woorden doen ertoe en veel politici en racisten (nogmaals, in het begin waren deze twee nog niet volledig vergroeid) weten dat. Maar hoe bewust zijn wij, de zogenaamde progressieve anti-racisten? Klemperers woorden zijn een belangrijke waarschuwing, die nog te weinig wordt gehoord:

Nee, de grootste invloed ging niet uit van toespraken, ook niet van artikelen of vlugschriften, aanplakbiljetten of vlaggen, van niets dat men met bewust denken of bewust voelen in zich op moest nemen. Het nazisme stroomde in het vlees en het bloed van de massa via de afzonderlijke woorden, de zinswendingen, de zinsvormen; het drong zich op door miljoenen herhalingen, die automatisch, onbewust, werden overgenomen …
Maar taal dicht en denkt niet alleen voor mij, ze stuurt ook mijn gevoel, ze stuurt mijn hele psychische wezen, naarmate ik me vanzelfsprekender en onbewuster aan haar overgeef. En als nu de beschaafde taal uit giftige elementen is gevormd of draagster van gifstoffen is geworden? Woorden kunnen nietige stukjes arsenicum zijn: ze worden ongemerkt ingeslikt en lijken geen uitwerking te hebben, maar na enige tijd is de gifwerking er toch. (1947, 30-31)

De resultaten van Europese verkiezingen zijn duidelijk: de gifwerking heeft gewonnen. Dit is ook de trieste waarheid in Vlaanderen. Wie de kop niet in het zand steekt, weet het. Taal normaliseert haat en het huidige taalgebruik van zovelen van ons is giftig.

26 mei 2019 zou geen Zwarte Zondag genoemd moeten worden. Noem het wat het is: suprematie-Zondag, racistische Zondag, haat-Zondag. Maar associeer het niet impliciet met de kleur zwart, dezelfde kleur en term die gebruikt wordt om te verwijzen naar een geracialiseerde groep mensen.

Neem Klemperers analyse serieus. Woorden doen ertoe. En nee, dat Zwarte Zondag in 1991 gebruikt werd, wat ik zo vaak gehoord heb bij progressief links om de impliciete associatie te relativeren, is geen valide reden. Het is de zoveelste herhaling en normalisering.

We moeten oppassen met politieke framing en vooral met hoe taal wordt gebruikt om bepaalde associaties te stimuleren. George Lakoff geeft een goed voorbeeld uit de VS: als we de rechtse term tax relief (belastingverlichting), gebruiken, accepteren we impliciet de associatie dat belastingen slecht zijn en dat we van hen bevrijd moeten worden. Zelfs wie tegen tax relief is, bevestigt de framing door dat taalgebruik van rechts over te nemen.

Een voorbeeld in het Nederlands is de impliciete hiërarchie in de termen ‘hoog en laag opgeleid’ (in plaats van theoretisch en praktisch opgeleid). Een ander voorbeeld is hoe de termen terrorisme en radicalisering vaak worden gebruikt voor een bepaalde groep mensen, maar bijna nooit voor anderen. Hoe vaak worden leden van überracistische groepen geradicaliseerde terroristen genoemd?

Een ander soort misbruik van taal is wat Jennifer Saul 'figleaves' noemt, vijgenbladeren. Dit zijn kleine taalkundige of symbolische middelen die de norm van aanvaardbare taal oprekken, en niet alleen wanneer het gaat over racisme.

Zolang figleaves niet in twijfel getrokken worden, veranderen ze het publieke discours, op precies de manier waarvoor Klemperer waarschuwde. Als een figleaf geuit wordt, ontstaat er ruimte voor twijfel over het racisme (of seksisme) van de uitspraak; en daardoor vervalt de ongemakkelijke plicht om bezwaar te maken tegen racisme (of seksisme).

Populaire figleaves zijn bijvoorbeeld, “Ik ben geen racist, maar…” of “Sommige van mijn beste vrienden zijn moslims (of zwart, of homoseksueel), maar…”. Door deze bewoording kunnen (vaak onbedoeld) racistische denkbeelden geuit worden door mensen die zichzelf als niet-racistisch identificeren, in taal die niet langer als expliciet racistisch wordt gezien.

Om de hiërarchie te rechtvaardigen is het nodig om diegenen die niet
bij 'ons' horen te ontmenselijken.

Figleaves hebben het vermogen om zowel spreker als publiek te overtuigen van het niet-racistische karakter van hun bewering. In combinatie met dogwhistles, vooral wanneer ze als slogan of soundbite eindeloos worden herhaald (bijvoorbeeld in “eigen volk eerst”, een slogan die uiteindelijk te overduidelijk een dogwhistle bleek), kunnen figleaves het hele politieke spectrum en de politieke agenda doen verschuiven – de sleutel voor succesvolle verkiezingen.

Een voorbeeld van een figleaf in de laatste verkiezingen was het onderwerp migratie, geframed door N-VA en Vlaams Belang (in plaats van deze framing). Migratie bood net genoeg verhulling – en daarom is het een 'vijgenblad’ –om racisme te rechtvaardigen zonder expliciet racistisch te zijn. De onderwerpen migratie en vooral migranten (iedereen die niet voldoet aan de norm van ons volk) zijn een manier om de hiërarchie met wortels in racisme te normaliseren. Sommige mensen zijn beter dan anderen, vanwege biologie dan wel cultuur. En daarom hebben ze meer recht om te profiteren van alle rijkdom die Vlaanderen te bieden heeft. Om deze hiërarchie te rechtvaardigen, is het nodig om diegenen die niet bij ons horen te ontmenselijken, vaak in relatie tot hun huidskleur, nationaliteit, religie en taal (of een combinatie daarvan).

Zolang ze niet uitgedaagd worden, kunnen zulke figleaves in heel korte tijd een dramatisch effect hebben op het verschuiven van het discours in een samenleving, vooral wanneer ze door de media worden omarmd. We moeten ons afvragen waarom er zoveel meer media-aandacht is voor immigratie als racistisch figleaf in de Britse media dan hier in Vlaanderen.

Gezien de neiging in België om confrontatie met en spreken over racisme uit de weg te gaan, is het gevaar hier groter dan elders. Figleaves worden minder snel benoemd in een samenleving die, zoals de onze, niet houdt van publieke confrontaties (herinnert u zich nog de argumenten over Zwarte Piet als traditie of als kinderfeest?).

Wat ooit werd gezien als racisme krijgt nu vrij spel in de mainstream media, onder het mom van vrijheid van meningsuiting en het vermijden van politieke correctheid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Hoe bewust zijn de journalisten en de mensen die hier dagelijks de media, sociaal én klassiek, lezen zich ervan dat ze een boodschap van seksisme, racisme en alle andere vormen van ontmenselijking en uitsluiting inademen?

Men hoeft enkel stil te staan bij hoe de VRT de rode loper uitrolde voor rechts op de avond voor het verkiezingsweekend, en daarmee een onkritisch mediaplatform bood aan de racistische framing van het migratiedebat (niet crisis – nog een voorbeeld van taal die we niet zomaar mogen reproduceren). Dit gebeurde ook in de Nederlandse media met Baudet en Rutte, en zelfs in Karrewiet – door racisme te normaliseren en socialisme uit te sluiten.

Dat dit het morele kompas is dat de media wil doorgeven aan toekomstige generaties, laat zien hoe ver het publieke discours in Vlaanderen naar rechts is bewogen. Wat ooit werd gezien als racisme, krijgt nu vrij spel in de mainstream media. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting en het vermijden van politieke correctheid. Dit is ook waarom we de recente statements van Vlaams Belang over de VRT moeten bestrijden.

Vertegenwoordiging is belangrijk, woorden zijn belangrijk. Racisme, mede mogelijk gemaakt door het grote geld en de media, heeft ontdekt hoe het beide kan controleren. Wanneer worden we wakker en vechten we voor een tegengif voor dit arsenicum?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.