Hoe omgaan met klimaatverandering?

Zin in zorg

© Brecht Goris

Jan Mertens

Sommigen denken misschien dat ze het klimaat hebben weggestemd bij de voorbije verkiezingen. (Ze vinden zichzelf misschien heel dapper en een “echte man” als ze bezorgde jonge mensen als ‘hysterisch’ kunnen wegzetten.) Sommigen denken dat je alleen maar mensen kunt overtuigen om duurzamer te gaan leven als je kunt uitleggen hoe elke stap die ze zetten financieel zal “gecompenseerd” worden. (Wat mij betreft is de ecologische gulzigheid van de rijkere bovenhelft van onze maatschappij geen verworven recht.)

Er is in de echte wereld geen enkele aanwijzing dat de klimaatverandering zichzelf gaat stilleggen omdat politici met een gezandstraalde glimlach hun boodschap van haat verspreiden.

Sommige Europese politici denken dat ze goed bezig zijn als ze in de Europese Raad kunnen verhinderen dat de EU zich verbindt tot klimaatneutraliteit in 2050. (Als we écht bezorgd zijn over de sociale gevolgen van de transitie, beginnen we vandaag aan het alternatief. Hoe langer we wachten, hoe groter de ongelijkheid zal worden.)

Er is evenwel in de echte wereld geen enkele aanwijzing dat de klimaatverandering zichzelf gaat stilleggen omdat politici van het nationaal egoïsme in strakke pakken en met een gezandstraalde glimlach hun boodschap van haat verspreiden. Wie probeert in alle rust en met een open geest te begrijpen hoe ernstig de klimaatuitdaging is, krijgt weleens de indruk dat het woord “signaal” door sommige politici wel heel erg selectief wordt gebruikt in functie van de eigen cynische agenda. Het signaal van de klimaatverandering is niet zo moeilijk, of we het aandurven om er iets mee te doen blijkbaar wel…

Als je probeert uitwegen te zoeken, bots je vaak op dingen die we “normaal” zijn gaan vinden. Normaal heeft soms te maken met een welbepaalde levensstijl die we nastreven. Als meer mensen dat normaal in ongewijzigde vorm bereiken (zonder dat de gulzigen minder gulzig worden), zouden we weleens nog dieper in de problemen, in de abnormaliteit dus, kunnen komen. Dat mensen steeds meer willen hebben en consumeren is blijkbaar “goed”. Het is de logica van een welbepaalde invulling van het begrip vooruitgang die in de feiten vernietigend is in de werkelijkheid van één aarde. Het kan dus zijn dat we onszelf uiteindelijk op perfect logische en normale wijze in de vernieling rijden. An sich is dat allemaal te begrijpen en te verklaren. We hebben het onszelf aangeleerd als het ware, dat je maar gelukkig kunt zijn als je een auto hebt, veel vlees eet en regelmatig in het vliegtuig stapt.

Ik zat er enkele dagen geleden nog over te piekeren in de trein. Ik kwam terug van een interessant debat over vliegen en de gevolgen ervan voor het klimaat. Ik zat er op het podium met enkele fijne mensen en voor een geïnteresseerd en warm publiek. Op weg terug naar huis was ik aan het lezen in een boek dat ik van een vriendin kreeg. En daarin ging het onder meer over zin. Niet zozeer zin in chocolade. Maar wel zin in het leven. Zin zien, zin vinden door een lege plek in jezelf toe te laten, zin ervaren in zorg en creativiteit. Terwijl ik eraan terugdenk, zie ik nu beter het verband met een ervaring tijdens dat debat (en zo vaak op andere momenten). Het gevoel namelijk dat je zegt wat je niet doet om duidelijk te maken wat je wel bent.

De vrijheid die je voelt als je deel kunt zijn van een rechtvaardig alternatief — en dus van de hoop — kan je een gevoel van innerlijke vrede geven in turbulente tijden.

Als ik ga spreken over minder vliegen, probeer ik eigenlijk te spreken over meer vrijheid en rechtvaardigheid. Het lukt me niet altijd goed waarschijnlijk, en ik zal weleens overkomen als een oude zeur of zo. Maar het is wel mijn overtuiging dat discussies die enkel over technische maatregelen of financiële details gaan het debat niet noodzakelijk veel zuurstof geven. Je krijgt niet meteen een droom van hoe het wel kan, je voelt niet meteen een warme energie door je lijf gaan die je een beeld geeft waardoor verandering aantrekkelijk wordt.

De vrijheid die je kunt ervaren door minder in de ban te zijn van reclame en sociale druk kan je misschien wel zuurstof geven. De vrijheid die je voelt als je deel kunt zijn van een rechtvaardig alternatief — en dus van de hoop — kan je een gevoel van innerlijke vrede geven in turbulente tijden.

Maar zo vaak moet je zeggen: ik heb geen auto, ik vlieg niet, ik eet geen vlees, ik heb geen smartphone. Terwijl ik dat zeg, voel ik de hele tijd dat er iets niet klopt. Alsof je wie je bent moet duidelijk maken door de dingen die je niet doet, en zo voelt het eigenlijk helemaal niet voor mij. Als ik het uitleg, voel ik toch onbewust een soort schaamte of een nood om me via een grap – nou ja, grap, ik ben natuurlijk in het echt ook een sukkel – ervan af te maken. En eigenlijk is dat jammer, want het voelt als positief en verrijkend, niet als negatief of verliezend.

Wat me helemaal niet interesseert, is mensen aanspreken op wat zij zelf wel of niet doen. Het houdt me wel bezig hoe we kunnen zoeken naar beelden of waarden die ruimte geven in je hoofd om iets anders te zien dat misschien wel normaler zou kunnen zijn. Het gangbare normaal heeft vaak iets te maken met vooruit hollen, en niet willen of kunnen zien wie of wat achterblijft. Het kan helpen om in jezelf een soort leegte te zoeken waar je kunt kijken naar die beweging, zonder er zelf deel van uit te maken. Een plek waar je het ‘niet-niet’ gewoon ziet als wat het wel is, namelijk een gevoel van zinvolheid.

Vaak voelen we ons een beetje bang door het denken aan de klimaatverandering. We zijn bang dat we zullen overspoeld en verlamd worden. Op sommige momenten kun je echter voelen dat je een deeltje bent van het alternatief. Proberen minder zwaar op de planeet te wegen, voelt dan voor jezelf helemaal niet als een “niet”, maar veeleer als iets dat rustig is. Die rust kan je ook de moed geven om in je waarden te blijven, en dus niet toe te geven aan de lokroep van de haat en het egoïsme. Zekerheden zijn er natuurlijk niet, maar het is alleszins de moeite om het te proberen. Dan kunnen we dat ook zo aan onze kinderen vertellen.

We zijn bang dat we zullen overspoeld en verlamd worden.

Misschien zou het goed zijn dat we beelden en woorden zoeken die geen niet-termen nodig hebben voor het omschrijven van waar we mee bezig zijn. Een mogelijke aanzet las ik in een recent artikel over ecofeminisme. In het boek dat ik in de trein had zitten lezen werd het begrip zin verbonden met het begrip zorg. In dat artikel gaat het over een economie van zorg als alternatief voor een systeem dat in elkaar zou kunnen stuiken.

Het beeld van een regeneratieve landbouw, waarbij we de bodem herstellen en terug versterken, staat dan tegenover een industrieel landbouwsysteem dat de bodem uitput, boeren naar wanhoop kan drijven en burgers reduceert tot consumenten die zo goedkoop mogelijk voedsel willen. De activiteit van dat herstel is een vorm van helende zorg, vanuit verbondenheid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Je kunt op dat beeld verder denken. Het heroveren van autonomie op de consumptiesamenleving. Het herstellen van ecosystemen en het aanpassen van onze verlangens aan de draagkracht van die ecosystemen. Het garanderen van publieke voorzieningen die armoede zien als een structureel onrecht dat moet rechtgezet worden, en niet als een individueel falen in de doorholmaatschappij.

De erkenning van het gegeven dat we als mens verbonden in plaats van hebzuchtige wezens zijn en de keuze om meer warme plekken te maken waar mensen die gedeukt zijn door het leven geborgenheid kunnen vinden. Het definiëren van een goede economie als een praktijk die natuurlijke systemen bewaart en versterkt in plaats van ze zo snel mogelijk op te souperen en tot zielloos product om te vormen.

Het temperen van de ecologische gulzigheid, zodat anderen – ook elders ter wereld en later in de tijd – nog het uitzicht krijgen op een waardig leven. Het voeren van een moedig beleid dat klimaatchaos voorkomt en ongelijkheid vermindert voorstellen als realistisch en als het nieuwe normaal. Het zijn misschien wel allemaal vormen van zorg.

Mensen die bewogen worden door de klimaatverandering die mogelijk nog ontwrichtender kan worden, zijn op hun manier misschien wel meer bezig met zorg dan met dingen niet doen. En in dat beeld is misschien wel meer hoop te vinden dan in het cynisme van zij die denken dat ze het klimaat tot een voetnoot hebben kunnen maken.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.