Juristen pleiten voor ademruimte transitmigranten en hervorming Dublin

Er bestaan oplossingen voor transitmigranten

© BELPRESS / Patrick Lefevre

 

Terwijl media en politici foute berichtgeving kopiëren en struikelen over voorgestelde maatregelen om ‘het fenomeen van de onwillige en vuile transitmigranten weg te werken’, zoeken Belgische juridische experts naar mogelijkheden om de transitmigranten toe te leiden naar bescherming.

Want ze hebben wel degelijk rechten, zeggen deze hulpverleners. ‘Alleen moet iemand hen dat op een rustige manier vertellen.’

MO* sprak hier in januari over met Julie Lejeune, coördinator van Nansen vzw. Met kennis van zaken zet Lejeune de puntjes op de “i” en suggereert ze hoe de Belgische autoriteiten een einde kunnen stellen aan het probleem. Nansen hield een half jaar juridische permanentie in de humanitaire hub aan het Noordstation, een samenwerking tussen verschillende hulporganisaties die, bij het ontbreken van staatshulp, zelf de hulpleemte invulden.

‘Een groot deel van de mensen die we zagen waren zogenaamde transitmigranten. Ze kwamen uit landen en contexten die deden vermoeden dat ze nood hebben aan internationale bescherming. Concreet: 36 procent van hen kwamen uit Soedan, 13 procent uit Eritrea. Ethiopië, Marokko en Libië vervolledigden de top vijf.’
Lejeune zegt verder in het interview dat velen een enorm wantrouwen hebben in overheden, fout geïnformeerd zijn, zeer complexe leefsituaties en achtergronden hebben. Je bereikt deze mensen met andere woorden niet zomaar. ‘Je moet in die mensen investeren’.

Nansen ziet, net als de andere hulporganisaties in de hub, ook oplossingen. ‘Een oplossing zou zijn’, aldus Lejeune, ‘om een overgangsperiode in te lassen, om een veilige ruimte te bieden.’ En er is de noodzaak om te doen wat al jaren gevraagd wordt: de hervorming van het Verdrag van Dublin — dat deel uitmaakt van het bestaan van de transitmigranten. Het zijn suggesties die niet alleen de migranten zelf maar ook de Belgische samenleving, waaronder de Belgische buschauffeurs en de vele passanten in het Noordstation ten goede komen.

***

© Tine Danckaers

 

NANSEN?
Nansen werd opgericht vanuit :
 — de nood aan gespecialiseerde juridische bijstand voor mensen met een nood aan internationale bescherming.
 — de nood om te werken aan de verbetering van het asielsysteem.
 — de nood aan betere informatie- en kennisuitwisseling over internationale bescherming tussen de academische wereld en de praktijk. NANSEN werkt dus ook multidisciplinair.
 — de objectieve vaststelling dat de toegang tot bescherming steeds moeilijker wordt, door onder meer hervormde asielwetgeving en steeds kortere beroepstermijnen.
Het unieke van NANSEN is ook de individuele analyse en de opvolging van individuele dossiers. De organisatie legt, naar eigen zeggen, een brug tussen praktijk en theorie, tussen academici en advocaten die in de praktijk staan. Hun betrachting: een structurele verbetering van het Belgische asielsysteem.

Politici en media praten over transitmigranten alsof ze een nieuw fenomeen vormen en alsof ze niet in aanmerking komen voor bescherming, zegt Lejeune. Dat is echter niet het geval.

Julie Lejeune: nog voor de Dublinverordening bestond, in de jaren negentig, sprak men al van ‘refugees in orbit’: asielzoekers die asiel werd geweigerd of die geen staat vonden die hun verzoek om bescherming wilde onderzoeken. Dat is vandaag nog net zo.

Vorig jaar hebben we zes maanden juridische permanentie gehouden in de humanitaire hub hier aan het Noordstation. Een groot deel van de mensen die we zagen waren zogenaamde transitmigranten. Ze kwamen uit landen en contexten die deden vermoeden dat ze nood hebben aan internationale bescherming. Concreet: 36 procent van hen kwamen uit Soedan, 13 procent uit Eritrea. Ethiopië, Marokko en Libië vervolledigden de top vijf.

Velen van hen hebben een enorm wantrouwen in overheden en autoriteiten. Te vaak zijn ze fout geïnformeerd, hebben ze zeer complexe trajecten afgelegd, bevinden ze zich in complexe leefsituaties. Het is niet eenvoudig om hen uit te leggen welke rechten ze hebben, welke niet, welke kansen ze hebben en hoe die waar te maken.

Is er een oplossing?

Julie Lejeune: Ja, zeker, ze vraagt tijd en investering maar het is een pak duurzamer dan niets te doen. Zelf denken we aan het inlassen van een soort overgangsperiode. Daarin zou je mensen een veilige ruimte kunnen bieden waarin ze geïnformeerd worden. Op basis daarvan zouden ze een weloverwogen beslissing over complexe juridische kwesties kunnen nemen.

Die overgangsperiode moet garanties bieden tegen detentie. Je zou het kunnen vergelijken met het tijdelijke verblijfsstatuut van zestig dagen dat een erkend slachtoffer van mensenhandel krijgt. Op die manier kunnen mensen een pauze nemen, tijdelijk uit hun pure overlevingsmodus stappen om, vanuit een opgebouwd vertrouwenskader en omkaderd met goede toegang tot informatie, beslissingen nemen.

Dat zet de deur open naar misbruik, hoor ik critici dan zeggen.

Julie Lejeune: Het hoeft geen volwaardig verblijfsstatuut te zijn, maar het moet wel goed geregeld worden. Op dit moment zijn het de burgers en het middenveld die de inactiviteit van de staat compenseren. Dat is de omgekeerde wereld. Wij dringen aan dat de Belgische staat zijn verantwoordelijkheid opneemt en meedenkt.

In Frankrijk heeft men opvangcentra opgericht voor de groep van transitmigranten, waardoor die toegang vinden naar procedures om internationale bescherming aan te vragen. Men haalt mensen uit het slop, haalt hen zo beter binnen in het beschermingssysteem waar ze anders niet binnengeraken.

“Het VN-Vluchtelingenverdrag is een levend instrument, enerzijds te interpreteren volgens de geest van de opstellers, anderzijds volgens de actuele context”

Dat beschermingssysteem van staten is onder meer gelinkt aan de Conventie van Genève. Critici blijven zeggen: dat vluchtelingenverdrag uit 1951 is verouderd, niet meer aangepast aan nieuwe uitdagingen.

Julie Lejeune: Dat is onzin, de Conventie van Genève is immers wat men ‘een levend instrument’ noemt. Het Vluchtelingenverdrag moet als levend instrument worden geïnterpreteerd, enerzijds volgens de geest van de opstellers, anderzijds volgens de actuele context. Dat vertaalt zich ook in de richtlijnen van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, de waakhond van de Conventie.

We zien echter dat het almaar moeilijker wordt om de bescherming volgens de Conventie van Genève effectief toe te passen.

Hoezo?

Julie Lejeune: Toegang tot bescherming en informatie worden steeds moeilijker, de procedures steeds complexer. Dat blokkeert het verkrijgen van effectieve garanties. Het juridische systeem en het vreemdelingenrecht vormen een kluwen. In België, maar ook in andere Europese lidstaten, zijn de budgetten voor justitie teruggeschroefd. Men stelt almaar strengere voorwaarden aan gratis juridische hulp. Tegelijk bepaalt onze Vreemdelingenwet dat de beroepstermijnen verkort worden.

Een bijkomend probleem is dat asielbeleid vandaag eerder lijkt te draaien om de vraag wìe de nood aan bescherming van een persoon moet onderzoeken dan de vraag zelf: heeft die persoon nood aan bescherming? Lidstaten hanteren de Dublinprocedure heel eenzijdig. Neem België. Ons land maakt geen of nauwelijks gebruik van de soevereiniteitsclausule binnen de Dublinrichtlijn. Die clausule bepaalt dat België en andere lidstaten soeverein kunnen beslissen om de asielaanvraag van een persoon over te nemen van een andere lidstaat.

Afschaffen die handel?

Julie Lejeune: Net om het pingpongfenomeen tussen lidstaten tegen te gaan werd het Verdrag van Dublin getekend. Alleen wordt de procedure, onder meer door een gebrek aan solidariteit tussen lidstaten, heel eenzijdig gebruikt. Om kort te gaan en een hele technische uitleg te vermijden: het Dublin-systeem zoals het nu wordt toegepast, is onrechtvaardig ten opzichte van zowel asielzoekers als de EU-lidstaten. Uiteindelijk is een meer diepgaande hervorming nodig. In de tussentijd moet de huidige verordening worden toegepast in overeenstemming met de bestaande mensenrechtennormen.

“Als je via een Facebookvideo een asielbeleid uitvoert en wetswijzigingen doorvoert, breek je met alle garanties die de rechtstaat biedt.”

NANSEN was een van de organisaties die naar de Raad van State stapte om de dagelijkse quota voor asielaanvragen op te schorten, wat de RvS volgde. Waarom namen jullie mee de handdoek op?

Julie Lejeune: Uiteraard konden we in de eerste plaats niet akkoord gaan dat er beperkingen werden opgelegd om zich aan te melden voor een asielaanvraag.

Ook de manier waarop… De instructie voor de quota kwam eerst in de pers. Een week later werd een “dienstmededeling” gepost in een videobericht op Facebook en via Twitterberichten van de toenmalige staatssecretaris Francken. Het is vandaag nog altijd onduidelijk of deze instructie collegiaal of formeel door de regering werd beslist. Dat is ongezien en dat vonden we echt een paar bruggen te ver.

Als je op die manier -via een Facebookvideo- een asielbeleid uitvoert en wetswijzigingen doorvoert, breek je ook met alle garanties die de rechtstaat biedt.

GEEN OVERHEIDSSTEUN
NANSEN werd opgericht als vzw in 2017 door zowel Vlaamse als Franstalige advocaten en academici van de ULB, UCL en universiteit van Gent.
Voorzitter van NANSEN is de bekende advocate Kati Verstrepen.
De vzw krijgt als nationale partner van UNHCR steun voor zijn kwalitatieve juridische ondersteuning van asielzoekers.
Daarnaast wordt NANSEN gesteund door een privé-stichting die anoniem wenst te blijven en die NANSEN vooral steunt voor zijn werk in de gesloten centra.

De invoering van quota liep samen met onheilstijdingen dat de asielaanvragen opnieuw sterk aan het stijgen waren. Er kwam terug druk op de opvangplaatsen.

Julie Lejeune: Theo Francken heeft de opvangcapaciteit zodanig afgebouwd in de voorbije jaren dat bij de minste verhoging bij de instroom van asielzoekers geen plaats meer vrij is. Dat is één ding.

Het klopt dat we sinds het laatste kwartaal van 2018 een gestage stijging zien van asielaanvragers. Maar die stijging is niet explosief en sommige opvangpartners lieten duidelijk weten dat er wel degelijk plaatsen ter beschikking waren. Er was dus geen opvangprobleem.

Er wordt nu aan de heropening van opvangplaatsen gewerkt. De quota die Francken instelde, omwille van het zogenaamde tekort aan opvangplaatsen, was dus puur electoraal, een zuiver politiek gestuurde beslissing, enkel en alleen om de publieke opinie te bespelen.

Onder de vorige regering werd de opsluiting van kinderen opnieuw ingevoerd. Nansen en vluchtelingenorganisaties vechten dat aan.

Julie Lejeune: Wij volgen de stellingname van UNHCR en bijvoorbeeld het VN-Comité voor de Rechten van het Kind. We zijn van mening dat kinderen als kinderen worden bekeken en omwille van hun minderjarigheid moeten beschermd worden, ongeacht hun verblijfsstatuut.

Detentie is as such een inbreuk op de fundamentele rechten van de mens. Daarnaast is het een feit dat België nog steeds systematisch asielzoekers aan de grens detineert. Dat is strijdig met de basisprincipes van de VN. Niemand kan, omwille van zijn of haar status van asielzoeker, van zijn of haar vrijheid worden beroofd.

Er bestaan wel alternatieven voor opsluiting, zoals de open terugkeerwoningen. We betreuren het dat hier nooit een formele evaluatie van is geweest. De “evaluatie” gebeurt nu openbaar, zonder gefundeerde argumenten.

Een argument dat wordt aangehaald: mensen lopen weg uit die huizen.

Julie Lejeune: Je kan het succes van dat systeem niet meten met cijfers over het aantal mensen die zijn verdwenen. Een evaluatie moet veel dieper gaan dan dat en de gaten in het systeem bekijken. De gezinnen in de terugkeerwoningen krijgen pas laat in hun migratietraject begeleiding, de juridische hulp is zeer beperkt waardoor mensen dus slechte toegang tot bijkomende beschermingsprocedures hebben.

De open terugkeerwoningen zijn door gezinnen ook goed aangewend. En ja, er zijn ook mensen die het hazenpad kozen. Maar op de premisse dat iemand misbruik kan maken van het systeem dat je opzet kan je geen beleid bouwen. Misbruiken moeten worden gedetecteerd en aangepakt, dat is evident, maar we moeten een beleid bouwen dat vertrekt vanuit bescherming.

De vernieuwde asielwetgeving gaat inderdaad heel erg uit van misbruik, zo zeggen Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Ciré.

Julie Lejeune: NANSEN zegt dat ook: de opdracht voor bevoegde ambtenaren bij asielinstanties lijkt nu in de eerste plaats gericht op het opsporen van misbruik in plaats van beschermingsnoden te onderzoeken. De asielwet is zo opgesteld dat de minste twijfel in een asielaanvraag ronduit negatieve gevolgen kan hebben en heeft voor de aanvrager.

De analyse of iemand betrouwbaar of geloofwaardig is, heeft in de Belgische asielprocedure een centrale plek gekregen. Het blijft enorm belangrijk om naar de omstandigheden en het dossier van die persoon te kijken, om te begrijpen waarom iemand zichzelf mogelijk tegenspreekt.

Die paradigmashift -van het opsporen van beschermingsnoden naar misbruik- heeft zich in de wet vertaald.

“Ik denk uiteindelijk dat de rechtstaat overeind blijft, maar ik heb wel kanttekeningen”

Loopt het asielbeleid vandaag eerder volgens politieke dictaten dan via juridische regels?

Julie Lejeune: We hebben gezien hoe de communicatie vanwege het asielbeleid zelf een politiek instrument is geworden en politiek gerecupereerd werd. Elke politieke partij moet vandaag over asiel en migratie een duidelijk standpunt innemen. In hun communicatie daarover naar de publieke opinie worden politieke partijen gewikt en gewogen. Ben je voor of tegen migratie? Ben je voor of tegen de Global Compact?

De rechtstaat wordt dus inderdaad gedicteerd door de politiek?

Julie Lejeune: Ik denk uiteindelijk dat de rechtstaat overeind blijft, maar ik heb wel kanttekeningen. Zaken zoals de definitie wie vluchteling is, asielprocedures en -statuten zijn op zich stevig ingebed in het Internationaal en Europees Recht. Het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen is onafhankelijk en er zijn degelijke juridische garanties ingebouwd die over het algemeen kunnen worden afgedwongen.

Maar tegelijk is er een gebrek aan andere migratiekanalen, ook voor gedwongen migranten die niet onder vluchtelingen of de definitie van subsidiaire bescherming vallen. Wat we zien is dus dat andere migranten ook beroep doen op de asielprocedure.

Doordat men op politiek vlak gebiologeerd is door een obsessieve drang om voor alles migratie te beperken, komt migratiebeleid steeds meer in het vaarwater van het vluchtelingen- en asielbeleid. Bijgevolg komt de basis daarvan -mensenrechten- onder druk te staan en worden de fundamenten van het Internationaal Recht onterecht steeds meer in vraag gesteld.

Politici verwijzen naar het beperkte draagvlak voor migratie. Men zou daar rekening mee moeten houden, je aanpassen aan dat draagvlak, luisteren naar het onbehagen.

Julie Lejeune: Het is juist de taak van de staat om de rol van vredestichter en bemiddelaar op te nemen. Politieke vertegenwoordigers worden niet verkozen om olie op het vuur te gooien, of om hun achterban angst aan te praten over veiligheid, terreur, migratie, armoede.

Het is de taak van een overheid om mensen te sussen en uit te leggen dat solidariteit, inkomensverdeling, opkomen voor zwakkeren perfect kunnen, als er maar duidelijke afspraken zijn.

Het is ook zo dat migratie kan bijdragen aan de samenleving. Dat kan je perfect uitleggen. Daarnaast is het vandaag broodnodig om onze rechtstaat te herwaarderen, om de scheiding der machten te bevestigen. Het zijn de rechters die de normen van de rechtstaat bewaken, dat is eigen aan onze democratie. Het is ook eigen aan de democratie om uitspraken van rechters te aanvaarden.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur