Gesprek met een vrijheidsstrijder in de puurste betekenis van het woord

KU Leuven overhandigt eredoctoraat aan Biram Dah Abeid, invloedrijk antislavernij-activist

© KU Leuven - Rob Stevens

Biram Dah Abeid wordt gehuldigd in Leuven, 4 februari 2019

Met zijn organisatie Initiative pour la Resurgence du mouvement Abolitioniste (IRA) strijdt Biram Dah Abeid al jaren tegen slavernij in zijn geboorteland. Voor zijn activisme werd hij verschillende keren opgepakt en gevangengezet.

Het wereldvermaarde Time Magazine riep Abeid uit tot één van de 100 invloedrijkste mensen ter wereld, in de categorie “Iconen”. Gisteren overhandigde de KU Leuven hem een eredoctoraat.
Anno 2019 plaatsnemen tegenover een antislavernij-activist: het voelt aan als een anachronisme. Maar de kaarten liggen anders voor wie als zwarte in Mauritanië woont. Hoewel het West-Afrikaanse land — als allerlaatste ter wereld — de slavernij afschafte in 1981, leeft er volgens Biram Dah Abeid nog steeds twintig procent van de bevolking als slaaf. Naar aanleiding van zijn eredoctoraat zette MO* zich neer voor een gesprek met deze vrijheidsstrijder, in de puurste betekenis van het woord.

Twintig procent. Hoe komt het dat slavernij in Mauritanië dermate geaccepteerd is?

Biram Dah Abeid: Dat is historisch zo gegroeid. In Mauritanië heerst de dominante groep van blanke Arabo-Berbers over een zwarte onderklasse. Die Arabo-Berbers zijn de afstammelingen van een volk dat het deel van Afrika heeft veroverd dat vandaag Mauritanië heet, tussen de 12e en de 16e eeuw. Zij onderwierpen het grootste deel van de oorspronkelijke, zwarte bevolking.

Vervolgens hebben ze hun bestaanswijze geënt op de handel in slaven – de trans-Atlantische om te beginnen. Ze vingen zwarte slaven, die werden verkocht aan Europese slavenhandelaars. Veel minder bekend is de trans-Sahara slavenroute door Noord-Afrika richting het Arabische schiereiland.

Slavernij bestaat bij gratie van de wet.

Toen Frankrijk Mauritanië bezette, tekenden ze akkoorden met de Arabische chefs. Tot deze akkoorden behoorden ook een niet-geschreven deel. Daarin stond dat Frankrijk de manier van leven van de Arabische klasse ongemoeid moest laten. Daartoe behoorde dus ook het systeem van slavernij. Het resultaat is dat er ook ten tijde van de Franse kolonisatie niets veranderde aan het systeem.

Frankrijk heeft de slavernij nooit effectief verboden, en deed dus exact datgene wat de Mauritaanse overheid vandaag doet: op papier verbieden, maar in de praktijk toestaan. Ze tolereren het – ze sluiten de ogen. Slavernij bestaat bij gratie van de wet.

Hoewel Mauritanië dus wel formeel de slavernij afschafte in 1981?

Biram Dah Abeid: Ja. Officieel heeft Frankrijk ook de slavernij afgeschaft, al in 1905. Maar dat verbod is alleen op papier doorgevoerd. De belangen van degenen die regeren – zij het Frankrijk, zij het de tribale Arabische chefs – is dat de slavernij blijft bestaan. Waarom? Een slaaf moet je geen salaris betalen, een werknemer wel. Een werknemer heeft bepaalde werkuren, een slaaf kan je altijd inzetten. Dag en nacht.

In Mauritanië wordt het door de Arabo-Berberse cultuur als denigrerend beschouwd om met de handen te werken, om hard werk te verrichten. Huishoudwerk, landbouw, noem maar op. Daarom hebben ze slaven.

In de rest van de wereld worden dergelijke functies ingevuld door ‘werknemers’. Waarom worden die mensen niet op z’n minst betaald?

In de Mauritaanse maatschappij is een slaaf zoals je telefoon. Het is een object dat je gebruikt.

Biram Dah Abeid: Het is niet normaal in Mauritanië om iemand te betalen voor dat soort werk. De Arabische, blanke bovenklasse zijn meesters, de zwarten zijn hun slaven.

In de Mauritaanse maatschappij is een slaaf zoals je telefoon. Het is een object dat je gebruikt. Je gaat je telefoon toch ook niet betalen? Iemand betalen impliceert dat je erkent dat die persoon bestaat, dat die persoon rechten heeft. De Mauritaanse maatschappij is geen rechtsstaat. De maatschappij schiet in een kramp als er iemand komt die z’n rechten opeist.

U spreekt over een blanke bovenklasse die heerst, en een zwarte onderklasse waarover wordt geheerst. Dit stinkt naar racisme.

Biram Dah Abeid: Uiteraard hebben we hier te maken met racisme. Voor Arabo-Berbers zijn zwarten slaven en hun meesters zijn zij, de blanken. Het is zelfs ingeslopen in hun dagelijks taalgebruik. Je zegt niet: ‘dat is mijn slaaf’. Je zegt: ‘dat is mijn zwarte’. Of twee slaven die met elkaar spreken, zullen zeggen: ‘waar is jouw blanke?’. Zo zie je maar, het slavernijsysteem zit zelfs ingebakken in ons taalgebruik. Het is onversneden racisme.

In welke mate gaat de vergelijking op met het apartheidsregime in Zuid-Afrika?

Mauritanië heeft de facto een apartheidsregime.

Biram Dah Abeid: Mauritanië heeft de facto een apartheidsregime. Het verschil is: de Zuid-Afrikanen hebben hun apartheid in geschreven wetten gegoten. In Mauritanië hebben we een liberale grondwet, maar in de praktijk hebben we een apartheidsregime.

Net zoals in Zuid-Afrika hebben we een fysieke scheiding tussen de twee klassen. Binnenshuis, op het platteland, leven de slaven apart van hun meesters. In de hoofdstad Nouakchott leven de Arabo-Berbers in de chique wijken. Terwijl de zwarten leven in wat ze in Zuid-Afrika getto’s zouden noemen.

Het gebeurt bijvoorbeeld ook vaak dat zwarten verdreven worden van vruchtbare gronden in het binnenland. De staat speelt daar actief in mee. Als er zwarten zijn die een stuk vruchtbaar land bewerken, gebeurt het dat de staat een papier opstelt voor een blanke Arabo-Berber. Dat papier wordt dan de legale hefboom om de zwarten te verdrijven. Ze hebben dan de keuze: vertrekken, of voor de blanke beginnen te werken. Net zoals in Zuid-Afrika destijds. Daar werden destijds ook de gronden van zwarten afgenomen. Georganiseerd door de staat.

Huidig Mauritaans president Abdel Aziz heeft veel van dergelijke uitzettingen georganiseerd. En elke keer dat zwarten daartegen protesteren, worden ze vreselijk hard aangepakt en in de gevangenis gegooid.

© KU Leuven - Michael De Lausnay

Biram Dah Abeid wordt gehuldigd in Leuven, 4 februari 2019

Door de staat georganiseerde diefstal.

Biram Dah Abeid: Ja. Ik heb eigenhandig 225 processen aangespannen om die gronddiefstallen aan te klagen. Ze zijn stuk voor stuk gewonnen door de Arabo-Berbers. De volle honderd procent.

Ik ben ermee moeten stoppen omdat het toch niets uithaalde. Zolang de rechtsspraak doordrongen is van discriminatie, verandert er toch niets. De rechters weten op voorhand al hoe ze gaan oordelen.

Het zal je niet verbazen dat het allergrootste deel van de rechters blank zijn. Heel af en toe wordt er een zwarte gepromoveerd. Die zwarte rechter heeft dan iets te bewijzen tegenover het blanke regime. Je zal zien dat de zwarte rechter zeer hardhandig zal optreden tegen zijn eigen mensen. Gewoon om aan de blanken te bewijzen dat hij zeker niet tegen hen is. Hij moet heel erg bewijzen dat zijn zwart-zijn geen rol speelt in de uitspraak.

En vergis je niet, zwarten maken tachtig procent uit van de Mauritaanse samenleving – blanken slechts twintig procent.

Hetzelfde geldt voor alle sleutelposities in de maatschappij: politieofficieren, bankdirecteurs, topposities binnen het leger, zakenmannen. Een zwarte kan en mag in Mauritanië geen zakenman zijn. Vanaf het regime merkt dat een zwarte het goed doet, worden hem zijn spullen afgenomen. Justitie zal hem een probleem aansmeren, zodat het leven hem lastig gemaakt kan worden.

En vergis je niet, zwarten maken tachtig procent uit van de Mauritaanse samenleving – blanken slechts twintig procent. Op 35 ministers zijn er slechts vijf zwart. Die vijf zwarten zijn niet onze medestaanders. Om als zwarte in Mauritanië een hoge post te krijgen, moet je principieel tégen gelijke rechten voor zwarten zijn. Je moet beweren dat racisme niet bestaat, dat slavernij niet bestaat. Als zwarte heb je die valse getuigenissen nodig om ergens te geraken in de maatschappij.

Ook mijn persoon wordt daarbij betrokken: wil je ergens geraken, moet je publiekelijk verklaren dat ik – Biram Dah Abeid – een slechte persoon ben, dat ik een gezant ben van de joden, een buitenlandse agent, enzovoort.

Er zijn dus mensen die beweren dat er in Mauritanië geen slavernij bestaat. U beweert dat twintig procent van de bevolking slaaf is. Hoe bent u tot die vaststelling gekomen?

Biram Dah Abeid: De dominante klasse beweert dat er geen slavernij bestaat in Mauritanië. Waarom worden antislavernij-activisten zoals ikzelf en journalisten die er onderzoek naar doen dan zo hard aangepakt? Mocht er werkelijk geen slavernij bestaan, zou dat toch niet nodig zijn?

De Europese Unie en de Verenigde Naties wilden onlangs een enquête organiseren om het probleem van de slavernij in kaart te brengen. De enquête zou door henzelf gefinancierd worden. Wel, de overheid heeft het aanbod geweigerd. Ze vreesden dat de wereld zal ontdekken in welke omstandigheden een groot deel van hun burgers moet leven. In plaats hebben ze een Arabo-Berber aangeduid om een enquête te organiseren.

Dat is als aan de leeuw vragen om de antilopen te tellen. Waarom doet de regering er zo krampachtig over?

Biram Dah Abeid: Zij zeggen dat slavernij de wil van god is. Ze beweren dat slavernij de vijfde pijler is uit de geloofsbelijdenis van de islam.

Waar halen ze dat vandaan?

Biram Dah Abeid: In Mauritanië wordt de Maliki-variant van de islam beleden. Het is een versie die gebaseerd is op enkele boeken geschreven tussen de 8e en de 14e eeuw. In die boeken (onder meer Mukhtasar, geschreven door de 14e eeuwse Egyptenaar Khalil ibn Ishaq, nvdj.) staat haarfijn beschreven hoe een zwarte gevangen kan worden. Hoe die zwarte vervolgens verkocht moet worden en gecastreerd. Hoe de zwarte vrouw seksueel misbruikt moet worden. Hoe de foetus van die vrouw verkocht moet worden. Beschouw het als een soort van slavencode, zoals die destijds ook bestonden in de Verenigde Staten.

De boeken worden beschouwd als de exacte interpretatie van de Koran. De Koran zelf wordt wel erkend, maar in de praktijk genegeerd. President Abdel Aziz heeft vorig jaar een wet gestemd voor wie die deze boeken in vraag stelt. Er staat sindsdien vijf jaar gevangenisstraf op. Om maar te zeggen hoe hard de hoogste regionen van het land de slavernij aanhangen.

Zelf heb ik die boeken publiekelijk verbrand in 2012. (Abeid verdween daarop voor vier maanden in de gevangenis. Abdel Aziz riep op om hem de doodstraf te geven, nvdj.)

Hoe bent u tot bij die twintig procent gekomen?

Biram Dah Abeid: We hebben naar elke regio van het land een team gestuurd. Die teams hebben enquêtes georganiseerd in al die afzonderlijke regio’s. Die informatie hebben we dan verzameld. Zo zijn we tot de conclusie gekomen dat twintig procent van de Mauritianen als slaaf leeft.

U bent zeer betrokken in de strijd tegen slavernij. Heeft u er zelf persoonlijke ervaringen mee?

Mijn grootmoeder werd in haar geboorteland Mali gevangengenomen en vervolgens als slaaf verkocht in Mauritanië.

Biram Dah Abeid: Mijn grootmoeder werd in haar geboorteland Mali gevangengenomen en vervolgens als slaaf verkocht in Mauritanië. Toen haar meester op een gegeven moment ziek werd, ging hij naar een religieuze dokter. Die dokter stelde dat hij een moslimslaaf moest vrijlaten, als teken van liefde. De slaaf die werd vrijgelaten, was mijn vader, die toen als foetus in de buik van zijn moeder zat. Slavernij wordt normaal doorgegeven van moeder op kind. Louter door dat offer werd mijn vader geboren als vrije man.

Laat mij je een verhaal vertellen. Ik ben geboren in een tent, in een seminomadische gemeenschap in het zuidwesten van Mauritanië. Toen ik acht jaar was, vond er een grote droogte plaats. De dieren stierven, er was geen geld om de gewassen te laten groeien.

We moesten verhuizen naar een sedentair dorp. Mijn vader heeft me toen naar school gestuurd. In die school heb ik voor het eerst gezien hoe ze de Arabo-Berbers beter behandelden dan ons, zwarten. Ik kwam er in aanraking met discriminatie, met racisme.

In de gemeenschap waar ik opgroeide, woonden er namelijk geen Arabo-Berbers. Onze oogst werd opgehaald door blanken, dat wel, maar ze leefden niet bij ons. Het was pas in het dorp en op school dat ik met hen in aanraking kwam.

Naast ons woonde een familie Arabo-Berbers die slaven hielden. Die slaven kwamen soms eten vragen bij mijn moeder. Toen ik tien jaar was, kwam er eentje – hij heette Mohamed –eten vragen. Zijn meester kwam hem zoeken en gaf Mohamed een pak slaag.

Ik vond dat vreemd, Mohamed was een stuk groter en sterker dan zijn meester. Ik vroeg mijn moeder waarom de slaaf zich niet verdedigde. ‘Mohamed is geketend’, zei mijn moeder. Ik antwoordde dat ik geen ketens zag. ‘Het zijn geen ketens van ijzer’, zei mijn moeder. ‘Het zijn ideologische en mentale ketens.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Strookt dat antwoord met hoe u slavernij vandaag beziet?

Biram Dah Abeid: Ja. De religieuze chefs in Mauritanië leren de slaven aan dat ze zich moeten onderschikken aan hun meester. Als de slaaf rebelleert, zal God hem eeuwig laten branden in de hel. Slaven hebben schrik van god. Maar ze hebben ook schrik van de maatschappij. De religieuzen hebben de maatschappij ingepeperd dat een rebellerende slaaf een afvallige is, een ongelovige. De maatschappij moet zich dus verenigen om de afvallige slaaf te straffen.

In het geval van Mohamed: als Mohamed zich zou verdedigen, krijgt hij de hele maatschappij over zich heen. Het is dus beter voor hem om maar door één persoon afgeranseld te worden, dan door het hele dorp.

Hoe is het gesteld met de slavernij buiten de landsgrenzen van Mauritanië?

Biram Dah Abeid: Ook de Toeareg in Mali en Niger hanteren hetzelfde systeem van blanke dominantie over zwarten. Ook zij gebruiken de islam als legitimatie. Overal in Afrika waar de Arabische en de zwarte invloedzones elkaar raken, krijg je feitelijk hetzelfde probleem. Tsjaad, Soedan, noem maar op.

Zoals ik al zei, de trans-Atlantische slavenhandel mag dan ontmanteld zijn – de slavenroute die door Noord-Afrika loopt, bestaat nog steeds. Zwarten werden doorheen de geschiedenis verkocht in Noord-Afrikaanse landen, de Golfstaten, tot in Azië.

Er is een grote diaspora van zwarten in die landen – puur door de slavenhandel. In Algerije wonen er acht miljoen zwarten. Het is moeilijk om ze te zien – ze leven verborgen. In Saudi-Arabië hebben de zwarten zelfs geen officiële papieren. Kijk, de Afrikaanse elite die gevochten heeft tegen kolonialisme, imperialisme en apartheid, heeft haar kar nooit gekeerd tegen de Arabische apartheid. Ze vochten alleen tegen de door blanke Europeanen georganiseerde apartheid.

Het is mijn werk om hier bewustzijn rond te creëren. Ik wil het systeem ontmantelen waarin een zwarte als minderwaardig wordt beschouwd door Arabischtaligen.

Dat bewustzijn moet zich ontwikkelen. Heb je gezien wat er is gebeurd in Libië? De slavenmarkten waar CNN beelden wist te draaien? Het is dezelfde mentaliteit die al eeuwen gebezigd wordt. IRA leidt de strijd voor de afschaffing van de slavernij – wereldwijd. Mijn engagement stopt niet in Mauritanië. Ik zet mij in voor de voltallige zwarte diaspora.

U gaat zich andermaal presenteren voor de presidentsverkiezingen in juni 2019. Wat verwacht u?

Voor deze verkiezingen verwacht ik dat ik een goede kans maak om president te worden

Biram Dah Abeid: De vorige verkiezingen gingen gepaard met fraude. Ik haalde bijna negen procent, maar dat resultaat strookte niet met de werkelijkheid. Voor deze verkiezingen verwacht ik dat ik een goede kans maak om president te worden. Onze populariteit is vermenigvuldigd, het verzet tegen de regering eveneens. Het is niet waarschijnlijk dat er weer op grote schaal gefraudeerd zal kunnen worden. De ogen van de internationale gemeenschap zijn gericht op de verkiezingen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur