‘Wij zijn voor een legale overdracht van de macht’

Oekraïne steunt de oppositie in buurland Belarus: ‘Er is geen weg terug’

© Reuters

Een meisje staat onder een traditionele vlag van Belarus tijdens een steunbetoging in Kiev, Oekraïne, 13 september 2020.

Al tien weken lang komen woedende inwoners van Belarus ’s zondags op straat om te protesteren tegen de zesde ambtstermijn van president Loekasjenko. Uit vrees dat de opflakkerende revolutie overslaat naar Rusland schiet Poetin zijn buurman te hulp. En Oekraïne? Dat kiest de kant van de demonstranten.

In het diepste geheim werd Alexander Loekasjenko woensdagochtend 23 september beëdigd voor zijn zesde termijn als president van Belarus. Aan een select gezelschap zwoer hij ‘het volk van de Republiek van Belarus te dienen en de rechten en vrijheden van haar burgers te respecteren en verdedigen’.

Na hun eigen ervaring met Maidan staan Oekraïners de Belarussen graag bij in de strijd tegen hún autoritaire leider.

Wit-Rusland of Belarus?
MO* verkiest de naam Belarus boven Wit-Rusland. Beiden zijn correcte benamingen in het Nederlands, maar het land vroeg al meerdere malen zelf aan de internationale gemeenschap om ‘Belarus’ genoemd te worden.

De Belarussische autoriteiten begrepen inmiddels ook wel dat een aangekondigde ceremonie zou leiden tot grote protestacties. Ook zonder ceremonie kwamen die er toch.

De officiële uitslagen van de presidentsverkiezingen van zondag 9 augustus gaven 80 procent van de stemmen aan de man die al sinds 1994 over het Oost-Europese land heerst. Volgens de oppositie was de overwinning duidelijk voor Svetlana Tichanovskaja, de enige oppositiekandidate die Loekasjenko tot de kieslijst had toegelaten.

Daarom gaan tegenstanders van Loekasjenko inmiddels al tien weken de straat op — het grove geweld van zijn ordetroepen tegemoet. Maar hoe langer deze patstelling duurt, des te belangrijker wordt de houding van de internationale gemeenschap.

De Russische president Poetin is bang dat een succesvolle revolutie zijn eigen volk zal inspireren en springt in de bres voor Loekasjenko. Hij stuurde televisieploegen om stakende medewerkers van de Belarussische staatstelevisie te vervangen, zei ‘indien nodig’ militaire steun toe, en leent het Belarussische regime 1,5 miljard dollar om acute financiële nood te dempen.

Zuiderbuur Oekraïne, waar de Maidan-opstand van 2014 de pro-Russische president Janoekovitsj verjoeg, heeft daarentegen de kant van de demonstranten gekozen. Sterker nog: Een maand lang waren dit de enige niet-Oekraïners die welkom waren. Op 26 augustus kondigde Oekraïne aan haar grenzen wegens corona tijdelijk te sluiten voor buitenlanders. Er werd één uitzondering gemaakt: de buren uit Belarus.

Deze stellingname van de Oekraïense overheid staat niet op zichzelf. Ondanks zéér verschillende ontwikkelingspaden in drie decennia van onafhankelijkheid zijn de mensen van de voormalige Sovjetrepublieken sociaal en economisch nauw verbonden. En na hun eigen ervaring met Maidan staan Oekraïners de Belarussen graag bij in de strijd tegen hún autoritaire leider.

In 2014 gevlucht uit Loehansk, in 2020 in de cel in Minsk

Acht uur zat er tussen de aankomst van de Oekraïense journalist en mensenrechtenactivist Kostjantin Reutskij in Belarus en zijn arrestatie. Samen met zijn collega Jevhen Vasilev sprak hij in de ochtend van 12 augustus met enkele activisten. Vervolgens deden ze verslag van de allereerste vrouwenmars.

Wachtend op een taxi die de Oekraïners naar een betoging bij een detentiecentrum zou brengen, waren zij getuige van een gewelddadige aanhouding. Toen ze die begonnen te filmen, eindigden ze zelf in een arrestantenbusje.

Twee nachten zat het tweetal in een propvol detentiecentrum. Zij troffen het minder zwaar dan de Belarussische arrestanten. De Oekraïense ambassade handelde snel en hun arrestatie kreeg veel aandacht in de media waarna een campagne op gang kwam om hen te steunen. Kostjantin Reutskij: ‘Ik hoorde hoe een bevel werd gegeven om ons niet te slaan. Dus wij hadden geluk. Maar de anderen werden de hele nacht lang geslagen. Met knuppels, voeten en vuisten. Niet voor onze ogen, maar achter onze rug. Wij stonden met ons gezicht naar de muur en pogingen om achterom te kijken of te praten werden bestraft.’

© Mischa van Diepen

Kostjantin (op de voorgrond) en Jevhen in hun kantoor in Kiev, Oekraïne.

Begin september zitten wij veilig samen met Kostjantin in Kiev, in het kantoor van de ngo Vostok SOS. Hij is de directeur van deze organisatie en Jevhen is programmacoördinator. De twee komen uit Loehansk, een industriestad aan de grens met Rusland.

Toen in de winter van 2013-2014 honderdduizenden de straten vulden rond het Onafhankelijkheidsplein (Majdan Nezalezhnosti) in de hoofdstad van Oekraïne, telde de dependance in Loehansk een paar honderd. Zij waren woest dat president Janoekovitsj had geweigerd het Associatieverdrag met de Europese Unie te ondertekenen en zich definitief tot Rusland leek te wenden.

Bij het uitbreken van de oorlog in Oost-Oekraïne ontvluchtten Kostjantin en Jevhen hun woonplaats, die door Rusland gesteunde rebellen uitriepen tot hoofdstad van de 'Volksrepubliek van Loehansk'. De mannen begonnen met Vostok SOS lotgenoten te helpen.

De crisissituatie leidde tot een wildgroei in het Oekraïense maatschappelijk middenveld. Maar waar veel hulporganisaties een korte levensduur kenden, professionaliseerde Vostok SOS dankzij subsidies uit het Westen. Inmiddels put zij uit zes jaar ervaring in de documentatie van mensenrechtenschendingen en het bieden van (psychologische) hulp aan mensen getroffen door conflict.

Ervaring die tijdens de massale protesten in Belarus goed van pas komt.

Een blik over de grens

Kostjantins activisme dateert van ver vóór 2014. Hij zet zich al sinds de jaren negentig in tégen corruptie en politiegeweld en vóór de vrijheid van meningsuiting. In twee decennia zag hij maatschappelijke organisaties in Oekraïne transformeren van vrijwilligersensembles die door de overheid dwarsgezeten werden tot gesubsidieerde sterkhouders van een land dat het moeilijk heeft.

In die tijd legde Kostjantin ook banden met Belarussische activisten en oppositieaanhangers. In de nasleep van de vervalste herverkiezing van Loekasjenko in december 2010 – de protesten werden toen in één dag neergeslagen — was hij deel van een internationale monitoringsmissie om misstanden in de rechtsgang tegen opgepakte demonstranten vast te leggen. Het kwam hem op een inreisverbod van vijf jaar te staan.

De activist put dus uit eigen ervaring als hij de situatie in Belarus beschouwt. ‘Het middenveld is er veel minder ontwikkeld dan in Oekraïne, omdat het altijd kunstmatig in bedwang is gehouden. Handelen namens ongeregistreerde organisaties is er een strafbaar feit. Je kunt je daar dus niet zomaar verenigen om een probleem aan te pakken.’

Het was voor Kostjantin vanzelfsprekend dat hij ook na deze “herverkiezing” van Loekasjenko naar Belarus ging. Allereerst om de gebeurtenissen daar te belichten. ‘In Oekraïne vonden velen toen dat Loekasjenko de enige garantie was tegen de toe-eigening van Belarus door Rusland.’

Maar hij ging ook om te kijken welke hulp Oekraïense activisten aan hun Belarussische collega’s zouden kunnen bieden. Zij kunnen de hoeveelheid werk die hen overspoelt niet aan. ‘De repressie is sterker dan wat ze ooit gezien hebben.’

Ervaring

Om de volle omvang van de repressie in beeld te brengen, werd eind augustus het Internationale Comité voor Onderzoek naar Martelingen in Belarus opgericht. Dit comité telt vier Belarussische organisaties, de World Organisation Against Torture, en vier Oekraïense organisaties. Kostjantins Vostok SOS zit ook mee aan tafel.

‘Er wordt een netwerk van mensen opgeleid die slachtoffers en ooggetuigen bevragen om verklaringen en bewijsmateriaal te verzamelen’, vertelt Kostjantin. Dit netwerk wordt bijgestaan door Oekraïense ervaringsdeskundigen, die vanaf 2014 bewoners van het conflictgebied in Oost-Oekraïne ondervroegen om de misdaden door strijdkrachten daar te documenteren.

De oorlog in Oost-Oekraïne kende in 2014 haar meest actieve én meest wetteloze fase, met oorlogsmisdaden van beide kanten.

De Oekraïense ngo’s verlenen ook technische hulp. Verzamelde informatie moet geordend en bewerkt worden, zodat die direct aan internationale instanties gepresenteerd kan worden. Hun ervaring en databases delen zij met de Belarussen.

De geschiedenis van Oekraïne leert echter dat het lang kan duren voordat gedocumenteerde martelingen tot een proces leiden. De oorlog in Oost-Oekraïne kende in 2014 haar meest actieve én meest wetteloze fase, met oorlogsmisdaden begaan door beide partijen. Pas nu is er binnen het Oekraïense Openbaar Ministerie een eenheid voor oorlogsmisdaden opgericht. De databases die door Oekraïense ngo’s zijn gevuld met zorgvuldig gedocumenteerde misdrijven zijn voor deze eenheid zeer welkom in de bewijsvoering.

Het duurde even voor Kiev kleur bekende

De Oekraïense president Volodymyr Zelenski bleef lang gematigd in zijn uitlatingen over de situatie in Belarus. Zijn eerste reactie na de verkiezingen was beperkt tot de waarneming dat velen het met de officiële uitslag oneens waren. Pas na twee weken was hij stelliger: Als hij in Loekasjenko’s schoenen stond, zou hij nieuwe verkiezingen uitschrijven.

Die weifelende houding is deels te verklaren door de positionering van Loekasjenko sinds Maidan. Hij verwierp de opstand, maar erkende de Russische annexatie van de Krim niet. In een peiling onder 3000 Oekraïners kwam Loekasjenko eind 2019 naar voren als populairste buitenlands staatshoofd: 66% van de ondervraagden dacht positief over de president van de buren. Daarmee was hij populairder dan hun eigen president. Velen leek de Belarussische dictatuur een baken van stabiliteit in vergelijking met een land dat sinds haar onafhankelijkheid al zes presidenten versleet en twee revoluties kende.

© Mischa van Diepen

Opmerkelijk: de Belarussische vlag van de demonstranten hangt aan het stadhuis van Kiev, in buurland Oekraïne.

Maar er bleef weinig ruimte voor wensdenken over na de beelden van Loekasjenko in het Russische Sotsji die zich in op 14 september na vijf weken van protesten aan Poetin vastklampte als zijn laatste reddingboei. Een Belarussische toekomst onder Loekasjenko is er een in Russische handen. En dat vinden ze in Kiev misschien wel erger dan het grove geweld van de Belarussische ordetroepen.

Het Oekraïense parlement nam 15 september een resolutie aan die de verkiezingen ‘onvrij en oneerlijk’ noemde. Het parlement steunt de aanstaande sancties van de Europese Unie tegen Loekasjenko’s regime.

Vluchtelingenstatus is een stap te ver

De politieke steun die in Kiev wordt uitgesproken dringt niet noodzakelijk tot alle Oekraïense kaders door. Een kennis trekt de vergelijking met 2014, op het hoogtepunt van de spanningen tussen Rusland en Oekraïne. Toen vroegen Russen die zich publiekelijk hadden uitgelaten tegen de lijn van Moskou asiel aan in Oekraïne, maar kregen zij toch vaak nul op het rekest. Zij zouden niet voldoende bewijs van hun persoonlijke gevaar hebben kunnen overleggen.

De meeste Belarussen passen voor de asielprocedure in Oekraïne. De Oekraïense migratiedienst heeft bekendgemaakt dat in de periode van 1 augustus tot 11 september slechts twee Belarussische staatsburgers bij binnenkomst in Oekraïne asiel hebben aangevraagd. Tegelijkertijd meldt de migratiedienst dat dagelijks ongeveer 3000 Belarussen het land binnenkomen, waarvan een onbekend deel op de vlucht is voor repressie.

In mijn hostel in Kiev ontmoet ik er twee: Joelia en Arseni. Twintigers die meededen aan de protesten, maar die na het aanhoudende geweld van de ordetroepen besloten te vertrekken. De Europese Unie was geen optie; Joelia had geen visum en asiel aanvragen was een stap te ver. Want als Loekasjenko wél stevig blijft zitten, zouden ze als politieke vluchtelingen niet terug kunnen naar Belarus. In Oekraïne kunnen Belarussen daarentegen 90 dagen zonder visum verblijven. Het stel pakte de auto vol en reed naar Oekraïne – de makkelijkste optie.

Het wapengeschut van de IT wordt warmer ontvangen

Naast Arseni en Joelia verblijft ook Dima in het hostel. Hij is afkomstig uit de Oost-Oekraïense stad Charkiv. Arseni en Dima kennen elkaar van een IT-conferentie in Sint-Petersburg. Dima gebruikt onze hostelkamer voor een videocall met een productieteam dat op afstand werkt. Medewerkers zitten in Belarus, Oekraïne en Rusland; het team wordt geleid vanuit Australië.

Loekasjenko sluit het internet af, de slimmeriken uit de IT-sector zorgen er met gedecentraliseerde communicatievormen en VPN-verbindingen voor dat de protesten voortduren.

Het geeft een indruk van de netwerken die zich vormen langs de lokale structuur van de IT-industrie. In Belarus is het bèta-onderwijs net als in Oekraïne en Rusland een stuk degelijker dan dat in andere vakgebieden. In combinatie met lage lonen zijn deze landen hierdoor erg competitief in de ontwikkeling van IT-producten. Dit wordt vaak door westerse bedrijven geoutsourcet, of vindt specifiek plaats voor landen waar Russisch wordt gesproken.

Het is juist de IT-sector – het pareltje van de Belarussische private sector — die de protesten van ammunitie voorziet. Het contrast met Loekasjenko’s regime is scherp; hij sluit het internet af en slaat protesten neer, de slimmeriken uit de IT zorgen er met gedecentraliseerde communicatievormen en VPN-verbindingen voor dat de protesten voortduren. Inmiddels zijn ook IT-bedrijven en hun werknemers specifiek doelwit van onderdrukkingen geworden.

En dus nemen veel IT’ers de wijk naar het buitenland. Door bestaande netwerken en het uitzicht op werk dat daarmee gepaard gaat, is Oekraïne een populaire bestemming. Terwijl in Belarus de noodklok wordt geluid over de implosie van een bloeiende sector, ontvangt Oekraïne de veelbelovende arbeidskrachten graag.

In tegenstelling tot reguliere asielaanvragen handelt de Oekraïense overheid wél snel om de IT’ers te verwelkomen. Met de website belarustoukraine.com legt het Oekraïense Ministerie van Digitale Transformatie individuen en bedrijven uit de Belarussische IT-sector de stappen uit om zich in Oekraïne te vestigen.

Ook vaardigde president Zelenski begin oktober een decreet uit om IT’ers uit Belarus wat extra ademruimte te geven: Zij mogen nu 180 dagen zonder visum in Oekraïne verblijven en hoeven het land niet meer uit te reizen om een verblijfsvergunning aan te vragen. Die voorwaarden worden ‘gewone’ Belarussen niet geboden.

Of Arseni, de IT’er in Kiev, een werkvergunning zal aanvragen? Dat weet hij nog niet. Voorlopig huurt hij met Joelia voor een maand een appartement en zet hij zijn steun aan de protesten op afstand voort. Hij bouwt een veilingplatform op Telegram, de versleutelde berichtendienst die als een van de weinige onder het afsluiten van het internet in Belarus uitkomt.

Op het veilingplatform moeten kunstwerken geveild worden die door hun makers beschikbaar gesteld zijn. Deze opbrengsten gaan rechtstreeks naar organisaties als Eerlijke Mensen (Tsjestnije Ljoedi). Via haar website help.honest-people.by zamelt deze organisatie geld in voor individuen die bijvoorbeeld ontslagen zijn vanwege deelname aan de protesten.

Een ontmoeting met gelijkgestemden?

In de Oekraïense havenstad Odessa vindt op een zondagmiddag een steunmanifestatie plaats voor de protesten in Belarus. Daar gaan voor het vijfde weekend op rij meer dan 100,000 demonstranten de straten van Minsk op; meer dan 400 worden er opgepakt. Hier is de opkomst magerder. Een achttal dat Belarus ontvlucht is, wordt bijgestaan door plaatselijke sympathisanten.

© Mischa van Diepen

Een manifestatie in de Oekraïense stad Odessa als steun aan de activisten in Belarus op 13 september. Op de affiches staan foto's van gevangen oppositieleden en de slogan ‘Wij zijn samen’.

Ik ontmoet Vitalij Oestimenko, leider van de plaatselijke afdeling van Automajdan. Die organisatie ontstond tijdens de Maidan-opstand en verlegde haar aandacht na het vertrek van president Janoekovitsj naar corrupte lokale elites. Ik zou Vitalij eigenlijk treffen om te spreken over zijn strijd met Odessa’s corrupte burgemeester in de aanloop naar plaatselijke verkiezingen eind oktober. Maar hij stelde voor dat wij elkaar eerst bij deze manifestatie zouden ontmoeten.

Vitalij komt aanlopen met een geluidsinstallatie in een sporttas. Hij blijkt niet zómaar een bezoeker van de manifestatie. De Belarussen en hun nieuwbakken kameraden stellen zich gehuld in het rood-wit op voor het standbeeld van Duke de Richelieu, de Franse gouverneur van Odessa die over de beroemde Potjomkintrappen uitkijkt. De geluidsinstallatie wordt aangesloten en Vitalij geeft een jongedame de microfoon.

‘Wij willen geen oorlog’

Het beeld doet denken aan de koude wintermaanden van 2013-2014. Rondom het standbeeld verzamelden zich toen Maidan-betogers getooid in het geel-blauw van de Oekraïense vlag. Vitalij was een van hen. Voor hem is dit een symbolische locatie om te tonen dat hij de protesten in Belarus steunt.

Maar andere Odessieten kijken heel anders naar deze plek. Op 2 mei 2014 kwam het in hun stad aan de Zwarte Zee tot massale gevechten tussen pro-Oekraïense en pro-Russische krachten. Zes personen kwamen om, maar daarmee was het ergste nog niet geschied. In een tweede deel van de confrontaties vatte een gebouw vlam waarin pro-Russische demonstranten zich hadden gebarricadeerd. 42 mensen stierven. Veel Odessieten menen dat de pro-Oekraïners – juist de lui die zich altijd 'bij Duke' verzamelden — verantwoordelijk zijn voor die tragedie.

De tragische afloop in Odessa is hét toonbeeld van hoe de Maidan-opstand niet alleen een autoritaire leider verjoeg, maar ook een land tot op het bot verdeelde.

Toen zij een bloem legde bij de plek waar een demonstrant midden op straat door de ordepolitie is doodgeschoten, werd zij opgepakt.

Hier aan de voeten van Duke Richelieu is dus een beladen plek om een manifestatie voor Belarus te houden. De meeste voorbijgangers schenken er weinig aandacht aan; sommigen scoren één van de witte polsbandjes die worden uitgedeeld. Maar wanneer ik een gesprek begin met de vrouw die het publiek door een microfoon toesprak, schreeuwt een oud vrouwtje van achter haar rug: ‘Leve Belarus, leve Belarus? Ga dan zelf lekker naar Belarus.’

Maar dat kan niet meer, zegt Valerija (25). ‘Er is geen weg terug.’ Vitalij, de Automajdan-leider, vertelde mij dat Valerija haar eerste twee weken in Odessa op de vlakte wilde blijven en zich niet publiekelijk wilde uitspreken. Misschien zou ze dan nog terug naar Belarus kunnen. Inmiddels heeft ze besloten dat ze zolang Loekasjenko heerst in Oekraïne blijft. Ze staat journalisten graag te woord.

Valerija had zich in Minsk geregistreerd als waarnemer, maar zag zich uiteindelijk gedwongen buiten de hekken van een stembureau onregelmatigheden vast te stellen. Bijvoorbeeld of het aantal mensen dat naar binnen ging ongeveer overeenkwam met het aantal stemmen dat officieel geregistreerd werd. Zelfs daar werd op ingespeeld, legt ze uit. ‘Medewerkers van een school hebben ons zelf verteld dat zij gedwongen werden twee keer per dag een blokje om te gaan zodat wij meer mensen zouden tellen.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Toen zij een bloem legde op de plek waar een demonstrant midden op straat door de ordepolitie werd doodgeschoten, werd zij opgepakt. Na twee dagen in de cel en een gedwongen bekentenis sloot ze zichzelf negen dagen op. Toen besloot ze het land te ontvluchten. En Oekraïne was de snelste uitweg.

Wist zij waar wij nu stonden? Eerst niet, zegt Valerija. ‘Omdat dit niet mijn stad is, heb ik jammer genoeg naar advies geluisterd over een goede plek voor de manifestatie. Maar ik weet dat dit een splijtpunt is.’

Het liefst wil Valerija Belarus dan ook van Maidan gescheiden houden. ‘Wij willen geen oorlog, wij willen niemand vermoorden. Wij zijn voor een legale overdracht van de macht. Maar het lijkt helaas nog niet te werken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift