“Kinderen van Kony” worden vaak jarenlang geconfronteerd met afwijzing en uitsluiting

De lange weg van re-integratie voor Oegandese ex-kindsoldaten

© Yamina Marzougui

Gedetineerden bespreken hoe ze bij een ruzie tot een oplossing kunnen komen tijdens een workshop conflict bemiddeling

Noord-Oeganda is getekend door een oorlog die de regio meer dan twintig jaar in de ban hield. De beruchte rebellenleider Joseph Kony zaaide er samen met zijn Lord’s Resistance Army (LRA) terreur: diep in de nacht werden dorpen beroofd en burgers genadeloos afgeslacht. Op gewelddadige manier kidnapten de rebellen ook tienduizenden kinderen en jongeren die vervolgens gedwongen in hun rangen werden ingezet.

Een deel van hen slaagde er in om na een aantal weken of maanden te ontsnappen, terwijl anderen jarenlang deel uitmaakten van Kony’s leger. Maar eens de jongeren na hun ontsnapping huiswaarts keerden, begon voor hen allen een zeer complex integratieproces: enerzijds waren ze het slachtoffer van ontvoering, anderzijds waren ze als dader betrokken bij aanvallen tegen hun eigen gemeenschap.

Stemmen van ex-kindsoldaten uit de gevangenis kwamen nooit eerder aan bod in onderzoek.

De “Kinderen van Kony” ondervonden dan ook heel wat moeilijkheden om opnieuw hun plek te vinden in de samenleving en een zinvol toekomstperspectief te creëren. Een aanzienlijk deel onder hen belandde – vaak jaren na hun terugkeer – in de gevangenis.

Stemmen van ex-kindsoldaten uit de gevangenis kwamen nooit eerder aan bod in onderzoek. Leggen zij een verband tussen hun verleden bij de rebellen en hun opsluiting? Tien jaar na het einde van de oorlog in Noord-Oeganda, ging ik daarom in gesprek met twintig van hen in de gevangenis van Lira, een stad in Noord-Oeganda.

Een lange weg met vallen en opstaan

Uit hun verhalen bleek dat het verlaten van de rebellengroep voor elk van de jongeren de start betekende van een lange weg met vallen en opstaan. Zo moesten ze zichzelf losrukken van hun label van kindsoldaat en terug aansluiting vinden bij de gemeenschap. De jongeren hadden te kampen met traumatische herinneringen en gedragsmoeilijkheden en er was dus nood aan een intensieve begeleiding.

Het werd me snel duidelijk dat ex-kindsoldaten echt openstonden voor begeleiding eens het hen werd aangeboden. Het werk van begeleiders of adviseurs wordt dan ook steeds erg gewaardeerd. Door de aanwezigheid van zo’n vertrouwenspersoon konden ze praten over hun pijn en zorgen, maar kregen ze ook concrete tips om met emotionele moeilijkheden om te gaan en leerden ze sociale vaardigheden aan.

Maar de hulpverlening die bij hun terugkeer aanwezig was, bestond hoofdzakelijk uit kortstondige, individuele ondersteuningsprogramma’s in tijdelijke opvangcentra. Op lange termijn had deze ondersteuning echter weinig zin, omdat de jongeren achteraf niet meer werden opgevolgd.

© Yamina Marzougui

Burgers bespreken hoe ze bij een ruzie tot een oplossing kunnen komen tijdens een gemeenschapsdialoog over conflict bemiddeling

Door het gros van de hulp daarenboven eenzijdig te richten op de ex-kindsoldaten, werd heel wat frustratie gewekt bij de leden van de gemeenschap, die ook slachtoffers waren van de oorlog. Bovendien werd nauwelijks aandacht besteed aan de manier waarop de ex-kindsoldaten en hun gemeenschap opnieuw met elkaar moesten leren samenleven. “Het belangrijkste aspect aan re-integratie is de ontvangende gemeenschap,” vertelde een Oegandese hulpverlener mij.

De rode draad doorheen de verhalen van de ex-kindsoldaten was de dynamische interactie tussen hun eigen gedrag en sociale stigmatisering. Enerzijds hadden ze vaak de neiging om op een brutale manier met anderen te communiceren, en om geweld te gebruiken als respons op een stressvolle situatie. Dat was het resultaat van de gedragscodes die ze verworven hadden tijdens hun tijd bij de rebellen.

Anderzijds had hun omgeving de hardnekkige gewoonte om te blijven refereren naar het rebellenverleden van een persoon telkens als er iets fout ging of gewoon zomaar, wanneer het hem/haar uitkwam.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
De jongeren vertelden uitvoerig over hoe ze, vaak jarenlang, werden geconfronteerd met afwijzing en uitsluiting. Bovendien kregen ze door deze beschadigde sociale relaties dikwijls de schuld van alles wat fout liep. Het feit dat deze jongeren in de gevangenis zaten, hoefde dus niet te betekenen dat ze überhaupt schuldig waren aan het plegen van een misdrijf. Het wankele rechtssysteem zorgt ervoor dat het mogelijk is dat mensen, doorgaans de meest kwetsbare, opgesloten worden zonder enige vorm van bewijs of proces.

Tekens van hoop

Het leven in de Oegandese gevangenis was hard en de meeste jongeren met wie ik sprak, wisten niet eens voor hoe lang ze er zouden opgesloten zitten. Toch was er ook een teken van hoop, namelijk door de organisaties die wekelijks langs kwamen in de gevangenis om de gevangenen individueel en in groep te begeleiden. Zo vertelde iemand me: ‘De begeleiding in de gevangenis helpt me om m’n zorgen te vergeten en is een voorbereiding voor mijn terugkeer. Wanneer ik terug zal keren naar huis, weet ik nu hoe ik moet omgaan en communiceren met de mensen in mijn gemeenschap.’

Voor de jongeren betekende de begeleiding tijdens hun detentie een waar keerpunt in hun leven.

De vraag wat er nu met deze jongeren zou gebeuren eens ze de gevangenis zouden verlaten, bleef me parten spelen. Daarom trok ik een jaar later opnieuw naar de regio om er met twintig ex-kindsoldaten in gesprek te gaan die reeds vrij gekomen waren uit de gevangenis.

Wat bleek, voor de jongeren die tijdens hun detentie begeleid werden, betekende dit een waar keerpunt in hun leven. In hun gemeenschap waren ze nu zelfs leidersfiguren geworden en hadden ze hun bijdrage als bemiddelaar bij het oplossen van allerhande problemen en conflicten. Bij de groep jongeren die in de gevangenis geen begeleiding kreeg, versterkte deze periode daarentegen nog maar eens de neerwaartse spiraal waarin ze zich al bevonden en staan ze dus na hun detentie nog steeds in een zeer kwetsbare maatschappelijke positie. Nu worden ze namelijk omwille van hun verleden als kindsoldaat én door hun verleden in detentie gestigmatiseerd.

De verhalen van terugkeerders uit Oeganda zijn een rijke schat aan informatie, want ze bieden een concreet inzicht in wat heeft bijgedragen tot het creëren van valkuilen en springplanken in een complex integratieproces. Ondanks de waanzinnige oorlog die mensen in Noord-Oeganda doorstonden, stond ik meermaals versteld van de veerkracht van de teruggekeerde kinderen en jongeren en van hoe de samenleving in staat was om de gruwel te overkomen. Niets is dus onmogelijk. Er is nood aan een allesomvattend hulpverleningskader met de nodige aandacht voor het terugkerende individu én voor de ontvangende maatschappij.

Yamina Marzougui (1992) deed onderzoek in Noord-Oeganda, waar ze gesprekken had met ex-kindsoldaten in de gevangenis en in de lokale communities.

In 2019 bracht ze “Kinderen van Kony” uit, waarin twee ex-kindsoldaten tien jaar na de oorlog in Oeganda vertellen over hun ontvoering en re-integratie. Jarenlang worstelden Nora en Jack met hun eigen emoties en gedrag, maar ook met een hardnekkige sociale stigmatisering. Door een combinatie van deze factoren belandden ze zelfs voor een tijd in de gevangenis. Ze blikken terug op een complex traject van vallen en opstaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2409  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift