Zeker één op zes inwoners loopt risico onder levensminimum te duiken

Is Berlijn even arm als hip?

© Giulia Latinne

‘Schenk ook daklozen af en toe een glimlach. Het zijn ook maar mensen’

Stijgende armoede in rijke landen

Ondanks de economische groei neemt armoede in West-Europa de laatste jaren toe. Neem Luxemburg. Volgens cijfers van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is dat het derde rijkste land ter wereld, met een bruto binnenlands product (bbp) van 110.870 dollar (omgerekend 94.620 euro) per hoofd van de bevolking. Toch zien we er een stijgende trend wat betreft armoede. Zo steeg het armoederisico tussen 2015 en 2016 met 1,3 procent. Dat is een voortzetting van een trieste evolutie: al sinds 2005 stijgt het armoederisico in Luxemburg met zo’n 1,1 procent per jaar.

Ook Nederland, dat met een bbp van 56.435 dollar (48.160 euro) de veertiende plaats in de lijst met rijkste landen verovert, ziet het risico op armoede stijgen. Erger nog: het aantal langdurig armen stijgt er fors. In 2016 hadden zo’n 224.000 huishoudens al vier jaar of langer een inkomen onder de armoedegrens. Zeker 15.000 meer dan het jaar ervoor. Vooral ouderen (65+) vallen ten prooi aan langdurige armoede.

Wat België betreft, loopt net geen 16 procent de kans om in de armoede te belanden. Een stijging van zes procent ten opzichte van 2015. 5,1 procent van de bevolking leeft er in ernstige materiële deprivatie. Dat wil zeggen dat ze niet voldoende geld hebben om in de basisbehoeften te voorzien. En die cijfers blijven jaar na jaar toenemen.

Toch valt op te merken dat armoede veel gezichten heeft. Het is veel meer dan alleen een gebrek aan geld. Armoede zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen vaak niet aan de samenleving deelnemen. Er is sprake van sociale uitsluiting: ze gaan niet op vakantie, sluiten zich niet aan bij de sportvereniging of gaan nooit eens op café. Ze hebben dus minder sociale contacten, wat kan leiden tot stress en zelfs mentale problemen.

We mogen armoede dus allesbehalve onderschatten. Het risico op sociale isolatie is enorm en ook gezondheidsproblemen zijn geen uitzondering. Gewaarwording (en daar wordt hard aan gewerkt, denk maar aan de Werelddag van Verzet tegen Armoede) kan de eerste stap in het genezingsproces zijn. Tenminste, als er een geneesmiddel is. Hopelijk.

‘Arm Aber Sexy’, dat is de slogan waarmee Berlijn al jaren uitpakt. De stad is vermakelijk en zit vol leuke verrassingen. We struikelen als het ware van het ene chique restaurant in de andere en vinden op elke hoek van de straat wel een leuke danstent of club. Elk jaar nemen zeker 40.000 nieuwe inwoners er hun intrek, met ruim 12 miljoen toeristen in hun kielzog.

Ondanks de grote aantrekkingskracht hikt Berlijn aan tegen een schuldenberg van 59 miljard euro. Straf, eigenlijk. Wie staat er nu bij stil dat Berlijn, het o zo hippe paradepaardje van het economische zwaargewicht Duitsland, financieel zo diep in de put zit? Inderdaad, maar weinig landen in Europa zijn zo machtig als Merkels rijk, zeker op economisch vlak. Dankzij de stijgende vraag naar auto’s en elektronische apparaten, exporteert het land voor meer dan 1500 miljard euro, goed voor een derde plaats in de internationale top tien. Al drie jaar op rij boekt Duitsland het grootste handelsoverschot ter wereld: een kleine 260 miljard euro of 7,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2018. Dat blijkt uit cijfers van het Ifo Institute in München.

Littekens

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft Duitsland zich kunnen profileren als economische grootmacht, maar dat komt de inwoners niet ten goede. De torenhoge belastingdruk blijft aanhouden en duwt steeds meer inwoners richting armoede, waaronder ook werkende mensen. Volgens een rapport van Federal Statistical Office of Germany (2017) hebben 13,1 miljoen Duitsers, zo’n 16 procent, een inkomen dat onder de armoedegrens ligt. Voor alleenstaanden betekent dat minder dan 1096 euro per maand, voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen (-14 jaar) is dat lager dan 2302 euro.

In Berlijn wordt zo’n 17 procent van de inwoners bedreigd door armoede. Dat is een op zes

In Berlijn wordt zo’n 17 procent van de inwoners bedreigd door armoede. Dat is een op zes. In vergelijking met het gemiddeld inkomen in heel Duitsland verdienen Berlijners dan ook zo’n 1500 euro minder per jaar. SPD’er Klaus Wowereit had toch gelijk met zijn uitspraak ‘arm aber sexy’. De redenen voor de heersende armoede zijn erg uiteenlopend.

Enerzijds heb je het gebrek aan investering in de inwoners en hun welzijn door de politiek, anderzijds is er de nasleep van het hele Wereldoorlog- en Koude Oorlog-gebeuren, dat Berlijn diep verdeelde (en ook nu nog verdeelt). Meer dan de andere vernielde steden kreeg de hoofdstad een enorme financiële opdoffer. De Tweede Wereldoorlog eiste haar tol, belangrijke bedrijven liepen leeg en banken gingen zich elders vestigen. Berlijn zag haar intellectuelen - en dus ook haar kansen - wegsmelten als sneeuw voor de zon.

Daarbovenop kwam de decennialange verdeeldheid van de Koude Oorlog. Twee stadsdelen moesten weer samengevoegd worden nadat ze jarenlang gescheiden werden door een muur en totaal verschillend politiek bestuurd werden. Jobs (onder meer in de zorg- en hulpverlening, in de scholen en in het transport) sneuvelden door de samensmelting en hele infrastructuren moesten worden verenigd en vernieuwd. Na de eenmaking zouden de bedrijven zich weer moeten vestigen, maar in plaats daarvan kwamen rijke buitenlanders, hipsters en creatievelingen zich in de hoofdstad nestelen, verleid door de lage huurprijzen en de hoge leegstand. Alweer een financiële dreun.

Dit alles leidt ertoe dat de gemiddelde Berlijner het niet altijd gemakkelijk heeft. De armoede treft verschillende lagen van de bevolking. ‘Vooral werklozen, ongeschoolden en migranten’, vertelt Karin Rietz, persverantwoordelijke van de Senaatsafdeling voor Integratie, Arbeid en Sociale Zaken. ‘Maar ook alleenstaanden en zelfs gezinnen met meerdere kinderen hebben het niet gemakkelijk.’

Er is zelfs een term voor: The Working Poor. Zeker 17,7 procent van de inwoners moet beroep doen op staatshulp. Enkel Bremen (18 procent) is er in Duitsland slechter aan toe. Er zijn dus heel wat lage inkomens, en die zitten vast in een vicieuze cirkel. Meer werken betekent namelijk niet altijd meer verdienen: als zij een bepaald bedrag overstijgen, kunnen ze bijvoorbeeld hun kinderbijslag verliezen en zo elke maand netto minder overhouden. Bovendien komen zij dan nog in een hogere belastingschijf terecht.

Boze verpleegsters

Geen wonder dat er heel wat protesten in Berlijn opduiken. Ver.di, een van de grootste vakbonden in Duitsland, is voortrekker en zette al heel wat betogingen op touw. Een spraakmakende was de Walk Of Care, waarbij honderden verpleegkundigen in Berlijn de straat op trokken voor betere werkomstandigheden, betere verloning en meer bijscholingen.

‘In Duitsland is er heel wat competitie tussen privéziekenhuizen en overheidsziekenhuizen’, vertelt Dierk Hirschel, hoofdeconoom van werknemersvereniging Ver.di. ‘Door die voortdurende strijd zijn de lonen van zorgverleners en medewerkers snel gedaald. Door die lagere lonen zijn steeds minder mensen geïnteresseerd in een job in de zorgsector. Er zijn dus heel wat tekorten in het personeel.’

Volgens Hirschel doet de overheid niet genoeg moeite om het probleem op te lossen. ‘Zeker 10.000 zorgkundigen zouden meteen aan de slag kunnen, maar de combinatie van veel en zwaar werk met een relatief laag inkomen, maakt de job gewoon niet aantrekkelijk. Daar moet iets aan worden gedaan.’

Diepe put

Naast de stakende verpleegsters en de lageloonverdieners die steun krijgen van de overheidis er échte armoede, zij die helemaal niets hebben, op straat wonen en elke passant smeken om een centje. Duizenden mensen slapen er op straat. Op de Alexanderplatz struikelen we bijna over de slaapzakken. In nagenoeg elke metrorit komt er wel een dakloze bedelen om geld, drank of voedsel. Hoeveel het er nu precies zijn, weet niemand. Naar schatting zouden er zeker zo’n 10.000 mensen op straat leven. Als we Senator Elke Breitenbach (Die Linke) mogen geloven, zal er dit jaar een schatting naar het precieze aantal komen.

Zogenoemde inspanningen om zo veel mogelijk daklozen onder te brengen, onder meer in dansclubs en leegstaande woningen, ogen mager. De echte helden in dit verhaal zijn de lokale hulporganisaties

Dat ze talrijk zijn, is duidelijk. De zogenoemde inspanningen om zo veel mogelijk daklozen onder te brengen, onder meer in dansclubs en leegstaande woningen, ogen mager. De echte helden in dit verhaal zijn de lokale hulporganisaties. De vrijwilligers die verschillende dagen per week opofferen om boterhammen te smeren en soep te maken. De mannen en vrouwen die in weer en wind kleding uitdelen op verschillende plaatsen in de Duitse hoofdstad.

Eén van die organisaties is de Berliner Obdachlosenhilfe (BOH). Zij bestaat uit vrijwilligers die, steunend op donaties, behoeftigen en daklozen zo goed mogelijk proberen te helpen. Jongeren, ouderen, studenten, werkenden en zelfs daklozen doen allemaal hun duit in het zakje. ‘De groep is heel gevarieerd’, vertelt vrijwilliger Maya Fröhlich terwijl we groenten snijden en boterhammen smeren voor de volgende bedeling. ‘Toch voelen we ons erg verbonden, waarschijnlijk door ons gemeenschappelijk doel: mensen in moeilijkheden helpen.’

Drie keer per week (woensdag, zaterdag en zondag) doorkruist de organisatie Berlijn om zelfbereid voedsel en warme kleren uit te delen. Voor het voedsel werken ze samen met de voedselbank Berliner Tafel. ‘Die verzamelt overschotten in winkels en supermarkten en bezorgt een deel aan ons. Daar gaan wij mee aan de slag: we maken boterhammen, warme maaltijden en soep. We voorzien ook altijd melk en koeken. Dat delen we dan allemaal uit op drie centrale plaatsen: Leopoldplatz, Alexanderplatz en Kottbusser Tor.’

‘Het is maar goed dat organisaties als de Berliner Obdachlosenhilfe bestaan’, vertelt een van de daklozen ons terwijl we soep uitscheppen. ‘Dankzij hun drie passages per week heb ik een warme maaltijd én heb ik sociaal contact met andere mensen. Dat is niet altijd evident als je op straat woont.’

Kleine beetjes

© Giulia Latinne

Maya Fröhlich: ‘Ik kan de daklozen misschien niet van de straat krijgen, maar ik kan ze wel een warme maaltijd geven’

Armoede is een probleem dat moeilijk aan te pakken is, weet Maya. ‘In Berlijn is er veel verborgen armoede. Natuurlijk heb je altijd wel de bedelaars of de mensen die gewoon op de straat liggen, maar een groot deel van de daklozen reist ook gewoon heel de dag rond met de metro. Op het eerste gezicht zou je dan niet meteen zeggen dat ze op straat leven. Net daarom zijn organisaties als de onze belangrijk. Wij zijn er voor iedereen die hulp nodig heeft. De mensen kunnen bij ons terecht en dat weten ze.’

Wat de vrijwilligers vooral stoort, is het feit dat mensen, inwoners én bezoekers, armoede niet meer zien. Ze kijken wel, maar beseffen het niet echt. Daklozen zijn als het ware deel geworden van het interieur. Maya: ‘Tijdens onze bedeling horen we vaak hoe erg ze het vinden dat mensen hen niet aankijken. Dat vinden ze echt pijnlijk. Dus alsjeblieft, ook al wil je ze geen geld of eten geven, doe gewoon niet alsof ze lucht zijn. Maak een praatje of zeg eens goeiedag, dat doet al heel veel.’

Zo rijden de vrijwilligers van BOH drie keer per week uit om daklozen te helpen. Op Alexanderplatz, recht onder de Fernsehturm, staat al een rij te wachten terwijl al het voedsel uit het witte bestelbusje gehaald wordt. Na een warme maaltijd overhandigen de daklozen hun bord, prevelen een bedankje en verdwijnen opnieuw in de duisternis, op weg naar hun slaapplaats. Sommigen treffen we even later aan onder een brug, opgerold in een slaapzak en schuilend voor de miezelregen. Ze wensen ons een goedenacht en draaien zich om. We voelen ons schuldig wanneer we even later onder de warme lakens van het hotel kruipen.

Door Giulia Latinne en Jeroen Poelmans

Derdejaarsstudenten Journalistiek aan hogeschool PXL in Hasselt trokken in het kader van hun opleiding naar Berlijn. Dertig jaar na de val van de Berlijnse Muur zochten en vonden ze boeiende verhalen over armoede, gentrificatie, Koude Oorlog, nationalisme en vluchtelingen. Het resultaat van hun speurtocht bundelden zij in multimediale longreads.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift