Een redding voor de Vlaamse tuin

Leve de Buxusmot

CC0

 

2018 was een topjaar voor de Vlaamse tuin, en neen, dat was niet te danken aan de mens. Ik durfde het haast niet aan te kaarten, want je kan per jaar niet meer dan één oorlog verklaren. Om toch nog een beetje als pacifist door het leven te kunnen gaan, koos ik voor een oorlog aan het gazon. Gelukkig waren er grotere krachten in het spel, die er in mijn plaats werk van maakten. 

Illegale immigrant

Als God zou bestaan, is hij het alleszins met me eens: te veel gazon is not done, Hij lachte zich wellicht te pletter met de rosse plekjes. De natuurgeesten deden er nog een schepje bovenop. Indien we dan toch, eindelijk, de huidige steriele-tuin-stroming in vraag stellen, kunnen we er maar beter lappen op geven. Here comes the Buxusmot! Applausje graag.

Of toch niet? Ondanks dat het een schattig en lief motje is, is en blijft het een illegale immigrant. Het heeft zelfs nooit de moeite gedaan om een asielaanvraag in te dienen en doet nauwelijks iets om zich aan te passen. Foei, foei, foei. Maar, desalniettemin heeft het beestje ons één van de grootste diensten ooit bewezen. Geen enkele native deed het hem voor, het vraagt natuurlijk ook moed, misschien was hiervoor die frisse wind nodig. 

De Belgische, met buxus begroeide grasvelden zijn niet meer. Je kan zien hoe het gesteld is met een land als je het woordje tuin in Google afbeeldingen tikt. Er zat meer ziel in baroktuinen, die het toppunt van menselijke macht over natuur moesten voorstellen. We gingen nog een stapje verder, om te tonen dat we de macht hadden over de natuur pasten we er lekker lobotomie op toe, met een lelijk afgestompt resultaat als gevolg. Indien de tuin een reflectie is van de ziel, wat wil dit dan zeggen? Hebben we te veel? Kunnen we niet om met alle impressies en rijkdom waardoor we onszelf veilig opsluiten in een ontsmette tuin? Een zelfgecreëerde surrealistische gevangenis?

Buxusbaksels

De laatste decennia doen we niets anders dan onze tuin volzetten met quasi steriel gras, kunstgras, god forbid, en buxusbaksels

In het begin van de esthetische tuininrichting was een tuin net een plek om iets anders, iets exotischer te doen dan de natuur. Overal rondom was de natuur nog ongerept, dus waarom nog meer van hetzelfde op je kostbaar stukje grond? Wat later in de tijd, nadat de mens al een groot deel van de natuur had vernield, begon de mens de ‘wilde natuur’ weer te appreciëren, en trachtte ze die te integreren in de tuin. Vandaag blijft er bijna niets meer over van die ‘echte natuur’, en de laatste decennia doen we niets anders dan onze tuin volzetten met quasi steriel gras, kunstgras, god forbid, en buxusbaksels. Al wil ik wel oprecht mijn condoleances uitdrukken, het is en blijft een triestige zaak om de perfecte buxusvorm waar je jaren aan hebt gewerkt te laten gaan. 

Als een kapitein op een zinkend schip dat nooit de haven had mogen verlaten halen we de grove chemische middelen boven om het laatste beetje gevoel van controle te behouden en spuiten we kankersproeistoffen om de natuur en onszelf te verzieken. Waarom? Om de status quo te behouden. Maar eigenlijk zijn we niet machtswellustig, we zijn gewoon bang, bang voor het onbekende.

Met pure ratio zouden we er nooit in geslaagd zijn om gevestigde waarden in vraag te stellen, ons teergeliefde gras met onze buxuskipjes. Hebben we dan telkens een deus ex machina nodig om ons de juiste weg te tonen? Een droogte en een buxusmot om ons het inzicht te brengen dat we meer moeten investeren in diversiteit in de tuin? Om ons te leren dat hoe meer soorten er zijn, hoe duurzamer en sterker de tuinsamenleving is?

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur