Mensenrechten die we zelf beschermen, beschermen we beter?

Vlaanderen verlaat Unia, Unia verlaat Vlamingen niet

© Getty Images / Klaus Vedfelt

Een aantal Vlaamse parlementsleden trekt vandaag naar Nederland om er te leren hoe de overheid daar de mensenrechten beschermt. De komende weken moet er immers een eigen Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) opgericht worden, omdat Vlaanderen uit gelijkekansencentrum Unia stapte. Over de oprichting van dat VMRI zijn nog veel vragen. ‘Wat we zelf versnipperen, versnipperen we beter?’

Filip De Winter (Vlaams Belang) glunderde op 6 juli, tijdens een debat in het Vlaams Parlement. Hij bedankte en feliciteerde de Vlaamse regering omdat ze punt één van zijn zeventigpuntenplan wil uitvoeren. Dat plan uit 1992 was expliciet gericht tegen mensen met een migratieachtergrond.

Punt één was: ‘Opdoeken van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR).’ Aanleiding van De Winters felicitatie was de vraag van de Vlaamse regering om haar te machtigen uit Unia te stappen. Unia is de opvolger van het CGKR en is als interfederale instelling bevoegd voor alle klachten over discriminatie en racisme in België.

Jos D’Haese (PVDA) feliciteerde Filip De Winter dan weer met zijn overwinning, al was dat eerder een bijtend cynische manier om Open VLD en CD&V te verwijten dat ze hand- en spandiensten leveren om het programma van Vlaams Belang te realiseren.

Geen dag en geen uur zonder bescherming

De redenen die het Vlaams Belang destijds aanvoerde om het CGKR af te schaffen, en nu Unia, waren onder andere: ‘kan ook strafvorderingen opstarten tegen racistisch geachte personen of groeperingen én tegelijkertijd als benadeelde optreden. Het Centrum voert een eigen, autonome politiek, hierbij geïnspireerd door het onvoorwaardelijke geloof in een multiculturele maatschappij en is erop gericht “foute” meningen te bestraffen’.

Die redenen staan niet ver af van de argumentatie die Nadia Sminate (N-VA) in hetzelfde debat hanteerde. Zij benadrukte dat Unia een “activistisch” instituut is dat het tot haar missie gemaakt heeft om ‘ons duidelijk te maken dat de samenleving structureel racistisch is’, wat het voor Unia volgens haar onmogelijk maakt om objectief te oordelen over discriminatie en racisme. Daarom juicht de N-VA de uitstap uit Unia toe en verwacht ze van de Vlaamse opvolger dat die neutraal en objectief zal zijn.

Slachtoffers van discriminatie kunnen vaak niet op tegen de hoge kosten die een rechtszaak met zich meebrengt.

Als het aan de bevoegde minister ligt, kan De Winter zijn overwinning vergeten en moet Sminate haar verwachtingen bijstellen. Tenminste, van op de regeringsbanken bezwoer minister Bart Somers (Open VLD) de volksvertegenwoordigers dat hij de Vlaming geen dag en geen uur zonder mensenrechtenbescherming zou laten.

Unia wordt bovendien niet afgeschaft, stelt Somers vast, en zal bevoegd blijven voor klachten over discriminatie die verband houden met federale bevoegdheidsterreinen. Daarnaast zal Vlaanderen zélf een instituut oprichten met een fors breder mandaat. Daarvoor wordt een budget vrijgemaakt dat vijfmaal groter is dan wat Vlaanderen vandaag in Unia investeert.

Wat dat nieuwe Vlaamse Mensenrechteninstituut (VMRI) werkelijk zal kunnen en mogen doen, en of de middelen in verhouding staan tot de in het halfrond geuite ambities, daarvoor is het wachten op het parlementaire debat in het najaar. Nog niet alles ligt vast, benadrukte de minister. Om het debat na de zomer mogelijk te maken, werd er half juli wél een oprichtingsdecreet ingediend, vergezeld van een 150 bladzijden tellende Memorie van Toelichting.

Intussen gaf het Vlaams Parlement in het spoeddebat van 6 juli dus wel al groen licht om uit Unia te stappen. Vlaams Belang onthield zich bij de stemming, waarmee het alvast zelf wat koud water goot op het triomfalisme van De Winter. Vooruit, Groen en PVDA stemden tegen; N-VA, Open VLD en CD&V stemden voor.

De feitelijke exit is voorzien voor 15 maart 2023.

Iedereen heeft vragen en kritiek, Vlaanderen zet door

Een aantal organisaties maakten kritische analyses van zowel de uitstap uit Unia als de plannen voor een Vlaams Mensenrechteninstituut. Die analyses kwam onder andere van

  • Equinet (het European Network of Equality Bodies)
  • ENNHRI (de Europese koepel van mensenrechteninstellingen)
  • ENAR (het European Network Against Racism)

De Vlaamse regering vroeg zelf adviezen aan een groot aantal organen, en ook die leverden vooral waarschuwingen en bezorgdheden op. Deze adviezen kwamen onder andere van:

  • de Vlaamse Onderwijsraad
  • de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV)
  • de Vlaamse Ouderenraad
  • de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
  • de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR)
  • de Vlaamse Adviesraad voor mensen met een handicap
  • de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media
  • de Vlaamse Jeugdraad

En een coalitie van gelijkekansen- en mensenrechtenorganisaties kwam met een redelijk vernietigende analyse van de eerste plannen, en een duidelijk advies om liever de interfederale werking te versterken dan het landschap nog wat ingewikkelder en meer versplinterd te maken. Deze coalitie bestaat uit:

  • de socialistische vakbond ABVV
  • de christelijke vakbond ACV
  • Beweging.net (netwerk van christelijke werknemersorganisaties)
  • Cavaria (belangenverdediger van LGBTI+-mensen)
  • ella (kenniscentrum Gender en Etniciteit)
  • Furia (feministische actiegroep en denktank)
  • Grip (Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap)
  • Kifkif (beweging tegen racisme)
  • LEVL (de opvolger van het Minderhedenforum)
  • Liga voor Mensenrechten
  • Vlaams Netwerk tegen Armoede
  • Vrouwenraad (koepelorganisatie voor gelijke rechten voor m/v/x)

De Vlaamse meerderheid luisterde wel naar die opmerkingen en hield er héél beperkt rekening mee, vooral in de Memorie van Toelichting die hoort bij de finale versie van het in juli ingediende oprichtingsdecreet voor het VMRI. Op fundamentele punten zoals de uitstap uit Unia houdt de Vlaamse regering voet bij stuk.

Start in mineur

Dat er begin juli een spoeddebat nodig was in het Vlaams Parlement, kan de indruk wekken dat de Vlaamse regering haastwerk levert. Niets is minder waar. Er is de voorbije drie jaar door kabinet en parlementsleden hard gewerkt aan voorstellen om de beloofde uitstap uit Unia – duidelijk een Vlaams-nationalistisch programmapunt – te realiseren op een manier die de bescherming tegen discriminatie voor Nederlandstalige Belgen niet zou verzwakken.

Dat gevaar was en blijft volgens sommigen reëel. Dat bleek ook uit een hele resem adviezen van verschillende internationale instellingen en van Vlaamse adviesraden en middenveldorganisaties.

Een samenwerkingsverband van twaalf middenveldorganisaties organiseerde daarom half juni een studienamiddag in het Vlaams Parlement. De focus tijdens de inleidingen en discussies die dag lag op een aantal manco’s in de plannen van minister Somers: de inperking van de mogelijkheden om rechtsbijstand te verlenen aan slachtoffers van discriminatie of mensenrechtenschendingen, de verdere versnippering van het landschap en de verschuiving van een duidelijke promotie van gelijkheid naar een neutrale opdracht.

Neutraal of onverschillig?

Een van de opvallende verschillen tussen Unia en het op te richten VMRI zit in de opdracht. Jogchum Vrielinck, expert discriminatierecht en als consultant betrokken bij het opzet van het VMRI, verduidelijkt dat er grosso modo twee types equality bodies (antidiscriminatie-instellingen) bestaan: het eerste is expliciet gericht op gelijkheid bevorderen en discriminatie bestrijden, het tweede is meer gericht op versterken en verduidelijken van rechtsspraak ter zake. Type één vertrekt van klachten en zoekt juridische bijstand voor de slachtoffers, type twee mikt op gemotiveerde oordelen.

Uit de praktijk blijkt dat bijna alle instellingen een eigen combinatie zijn van beide types, maar het VMRI moet zich duidelijk profileren als type twee. Daarvoor zal een Geschillenkamer garant moeten staan. Unia wordt door rechtse partijen activisme verweten, en daardoor zou het de samenleving verdelen en het draagvlak voor mensenrechten verminderen.

Wat zeker is: de complexe architectuur van mensenrechtenverdediging wordt in dit land nog een streepje ingewikkelder.

Maar veel mensenrechtenexperts vinden net dat equality bodies en mensenrechteninstellingen volop de kaart van promotie van rechten en verdediging van slachtoffers moeten trekken. Want inzake mensenrechten lijkt neutraliteit gevaarlijk dicht in de buurt te komen van onverschilligheid.

Het “activisme” waarover zowel N-VA als Vlaams Belang struikelen, is vooral de mogelijkheid om in rechte op te treden, wat inhoudt dat de organisatie kan beslissen om ook individuele klachten zonder aantoonbaar collectief belang voor de rechter te brengen. Voor zaken die wél een aantoonbaar collectief belang hebben, kan elke organisatie naar de rechtbank stappen.

Julie Pascoet van het European Network Against Racism verwacht trouwens dat de nieuwe Europese richtlijn, die dit najaar verschijnt, de instellingen zal opleggen om op de eerste plaats te functioneren als een dienst en bijstand voor slachtoffers. Daarvoor, zegt ze, moeten voldoende middelen én gepaste begeleiding ter beschikking zijn, want slachtoffers kunnen vaak niet op tegen de hoge kosten die een rechtszaak met zich meebrengt.

De tegenstelling tussen kiezen voor enerzijds het verdedigen van de rechten van slachtoffers en anderzijds bemiddeling en herstel blijkt ook een valse. Unia zorgde in 2021 voor 515 onderhandelde oplossingen. Directeur Els Keytsman: ‘Wij staan inderdaad aan de kant van de slachtoffers, omdat we zo de machtsongelijkheid willen rechttrekken tussen een vaak kwetsbare burger en structuren of organisaties die veel beter uitgerust zijn om juridische procedures aan te gaan. Een immo- of interimkantoor, een bedrijf of een overheid heeft juridisch adviseurs en advocaten, burgers kunnen zich dat vaak niet permitteren. Maar we zijn heel trots op het hoge aantal onderhandelde oplossingen. Vooral omdat dit geen gemakzuchtige excuses zijn, maar heldere uitspraken. Vaak gaan ze gepaard met een dading, waarin ook afspraken staan voor compensatie en voor structurele verbeteringen.’

Minister Somers verwijst naar het geringe aantal rechtszaken (precies vier) dat Unia voert onder het Vlaamse gelijkekansendecreet. Maar hij vermeldt er niet bij dat Unia veel werk maakt van onderhandelde oplossingen. ‘Het belangrijkste’, zegt Keytsman, ‘is dat de melder goed bijgestaan wordt door een partner met kennis van de antidiscriminatiewetgeving, de hele procedure lang.’

Eenheidsloket

Zal het VMRI zorgen voor een trendbreuk in de strijd tegen discriminatie en racisme voor Nederlandstalige Belgen? Dat is onzeker. Wat wél zeker is: de complexe architectuur van mensenrechtenverdediging wordt in dit land nog een streepje ingewikkelder.

© Getty Images / Klaus Vedfelt

Niet dat alles vandaag duidelijk en gebundeld is. Landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland hebben elk één antidiscriminatie- en antiracismewet. België heeft daarvoor twaalf wetgevende kaders, verspreid over de federale staat, de gewesten en de gemeenschappen.

Eenheid maakt macht, verdeeldheid creëert onmacht

Alleen al voor de bevordering van gelijkheid van kansen en de strijd tegen discriminatie en racisme heeft België 12 wetgevende kaders. MO* somt ze even voor u op.

Federaal:

  • Antiracismewet 30 juli 1981
  • Antidiscriminatiewet 10 mei 2007
  • Genderwet 10 mei 2007

Vlaanderen:

  • EPA/EAD-decreet 8 mei 2002
  • GKGB-decreet 10 juli 2008.

Brussel Hoofdstedelijk Gewest:

  • Ordonnantie 4 sept. 2008 (intermediairs)
  • Ordonnantie 4 sept. 2008 (II)
  • Kaderordonnantie van 25 april 2019 (ambt.)

Waals Gewest:

  • Decreet van 6 november 2008 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie

Franstalige Gemeenschap:

  • Decreet van 12 december 2008 betreffende de bestrijding van sommige vormen van discriminatie

Franse Gemeenschapscommissie in Brussel (COCOF):

  • Decreet 22 maart 2007: beroepsopleiding

Duitstalige Gemeenschap:

  • Decreet van 19 maart 2012 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie.

 

Die institutionele spaghetti doet er voor burgers nu maar beperkt toe, aangezien hun klachten allemaal bij Unia terechtkomen. Als interfederaal instituut onderzoekt het dan onder welk wetgevend kader de klacht valt en behandeld moet worden. Dat verandert bij de oprichting van het VMRI voor iedereen die discriminatie ondervindt in Vlaanderen of Brussel, als die onder Vlaamse wetgeving valt.

In eerste instantie riskeert de Vlaming dus wel eens van het interfederale kastje naar de Vlaamse muur, of omgekeerd, gestuurd te worden. Unia blijft immers de instelling waar je terecht moet met klachten over haatspraak en haatmisdrijven, met klachten in de economische sfeer zoals discriminatie door verzekeraars of banken, handelszaken of reisbureaus, en ook voor discriminatie door federale overheidsdiensten zoals de NMBS of de federale politie.

Ook zo goed als alles wat met arbeid te maken heeft, zoals aanwerving, ontslag, verloning, pesterijen en intimidatie op de werkvloer blijft bij Unia.

Alle parlementsleden van de meerderheid en minister Somers benadrukken dat er één loket moet komen voor alle klachten, waarna de bevoegde instelling de klacht zal behandelen. Zowat alle experts die ik sprak, zijn het eens met de stelling dat zo’n eenheidsloket vandaag al bestaat, en het heet Unia. Het publieke telefoonnummer van Unia en het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen is hetzelfde.

De medewerkers van Unia delen hun kantoorruimtes ook met Myria (Federaal Migratiecentrum) en het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. ‘Het eenheidsloket waarvan sprake blijft vooralsnog een erg vaag engagement in de huidige teksten en biedt hoogstens een oplossing voor een probleem dat niet gecreëerd had hoeven te worden’, stellen de middenveldorganisaties in hun kritische evaluatie van de plannen van minister Somers.

Een opvallend gevolg van de Vlaamse exit uit Unia is dat de dertien lokale contactpunten in Vlaamse centrumsteden hun bevoegdheid verliezen voor klachten onder Vlaamse bevoegdheid. Die contactpunten vormden in 2014 nog de Vlaamse inbreng in Unia, wat daarna vertaald werd in een jaarlijkse dotatie van rond de 900.000 euro voor de gehele werking.

Die contactpunten blijven bestaan, maar worden ingekrompen – vier medewerkers moesten vertrekken als gevolg van de aangekondigde uitstap. Ze mogen voortaan ook enkel klachten behandelen die onder federale bevoegdheden vallen. Het is zeer de vraag of de burgers die institutionele onduidelijkheid zullen begrijpen.

Brede opdracht

Minister Somers gaat er prat op dat het VMRI niet enkel discriminatie moet bestrijden, maar veel breder zal kunnen optreden voor de bescherming van de mensenrechten. De oprichtingsakte van het VMRI verduidelijkt dat het gaat om ‘alle rechten en vrijheden die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Grondwet en de internationale verdragen ter bescherming van de mensenrechten waarbij België partij is’.

Dat is een héle grote opdracht, zo blijkt al meteen uit artikel 23 van de Belgische Grondwet, dat iedereen het recht geeft ‘een menswaardig leven te leiden’. De wetgever specifieert dat algemene principe trouwens in een recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid en sociale, geneeskundige en juridische bijstand; het recht op een behoorlijke huisvesting; het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu; het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing en het recht op gezinsbijslagen.

Veel van de rechten en vrijheden die elke burger moet genieten, worden niet gedekt door Unia. Ze zouden wél tot de bevoegdheid moeten behoren van het in 2019 opgerichte Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM). Dat nieuwe instituut had de ambitie om, net als Unia, een interfederaal instituut te worden. Daarmee had België eindelijk ook kans om een mensenrechteninstituut te hebben zoals dat op Europees vlak verwacht wordt: bevoegd over alle mensenrechten, voor alle burgers, over het hele grondgebied.

Die opdracht wordt preventief bemoeilijkt door de oprichting van een Vlaams VMRI, want daarmee ontstaat voor mensenrechtenverdediging een gelijkaardig probleem van toegankelijkheid en versnippering als voor antidiscriminatie.

Daarnaast blijkt uit de oprichtingsakte van het VMRI wel hoe het antidiscriminatie moet aanpakken, maar niet hoe het dat brede terrein van de mensenrechten effectief moet beschermen en bevorderen.

De leden van de Commissie Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering gaan vandaag, dinsdag 20 september, op studiebezoek naar het Nederlandse College voor de rechten van de mens. Volgende dinsdagnamiddag, 27 september is er naar verluidt een hoorzitting in de Commissie. En op dinsdag 4 oktober al zou in het Vlaams Parlement een bespreking plaatsvinden van het voorstel tot oprichting van de VMRI. De Vlaamse meerderheid wil het voorstel sowieso voor eind oktober plenair goedgekeurd hebben.

Er blijft, met andere woorden, nog héél veel te bespreken op korte tijd. Om de uitstap uit Unia écht te laten doorgaan, moet er op 15 maart 2023 een functionerend, volledig onafhankelijk en van alle middelen voorzien Vlaams alternatief bestaan. De timing is zéér krap, de opdracht heel ambitieus.

Deze analyse werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur