Arbeidersstrijd in China

De sociale ongelijkheid groeit in China al even snel als de economie. Ellenlange werktijden, nauwelijks vrije dagen, lonen waar amper van te leven valt: welkom aan de verkeerde kant van het economische mirakel. Han Dongfang van China Labour Solidarity probeert daar vanuit Hongkong wat aan te doen.
Han Dongfang was spoorwegarbeider in China en een actief syndicalist. Hij lag mee aan de basis van de eerste onafhankelijke vakbond in communistisch China en bevond zich bij de opstand in 1989 op het Tienanmenplein. Hij vloog als “vijandig element” achter de tralies, maar mocht na twee jaar naar de VS. Een tijdje later vestigde hij zich in Hong Kong -toen nog een Britse kroonkolonie- omdat hij absoluut verder wilde blijven vechten voor de rechten van de Chinese arbeiders.
‘Dat blijft hard nodig’, zegt Han op zijn kantoortje in centrum Hongkong. ‘In heel wat buitenlandse en geprivatiseerde bedrijven moeten de mensen twaalf uur per dag werken, zeven dagen per week. Meestal hebben ze geen enkele vorm van pensioenopbouw of gezondheidsverzekering, ook al verplicht de Chinese wet de bedrijven daartoe. De werknemers vragen er ook niet naar, want ze kennen hun rechten niet.’ Bij het begin van het gesprek schetst Han Dongfang enkele voorbeelden van sociale mistoestanden.
Han Dongfang: Er is bijvoorbeeld een edelsteenfabriek waar om de haverklap arbeiders sterven aan vergiftiging door de stoffen die er worden gebruikt. Ze eisten medische controles, maar kregen die niet. Aandringen hielp niet, dus gingen ze in staking. Het management gaf toe, iedereen zou getest worden. De uitkomst van die tests was dat iedereen kerngezond was. De arbeiders pikten dat bedrog niet en gingen opnieuw in staking, trokken de straat op en blokkeerden het verkeer. Uiteindelijk nam de regering de protesten ernstig en kwamen er nieuwe testen die uitwezen dat wel honderd mensen ernstig vergiftigd waren. Zo zie je maar, wanneer je geen actie voert, zal niemand aandacht aan jou besteden, de baas niet, het management niet, de regering niet.
Een ander voorbeeld is een enorme schoenenfabriek in Dongguan, zowat 100 km ten noorden van Hongkong, waar veel bekende sportschoenen vandaan komen. Gedurende twee maanden verdienden de arbeiders plots tien keer minder dan normaal, nog slechts vijf euro per dag, terwijl ze twaalf uur per dag moesten werken, zeven dagen op zeven. Dat konden ze niet meer pikken, op een dag bedronken ze zich. Toen de managers eraan kwamen en zoals gewoonlijk tegen hen schreeuwden, sloegen ze die bazen in elkaar en beschadigden ze enkele machines. Uiteindelijk werden enkele arbeiders opgepakt en strafrechterlijk vervolgd.
Hoe ondersteunt China Labour Solidarity deze werknemers vanuit Hongkong, soms duizend kilometer of meer van waar deze conflicten zich afspelen?
Han Dongfang: Wanneer wij horen van een staking, een conflict of een probleem nemen we contact op met de werknemers en ook met de officiële vakbond. In Dongguan zorgden we voor advocaten om de gearresteerde werknemers te verdedigen. Het is onrechtvaardig dat de acties van de werknemers wél afgestraft worden, terwijl men de ogen sluit voor het feit dat het management de wetten overtreedt en de rechten van de arbeiders schendt. Voor ons is het ontzettend belangrijk te werken binnen het kader van de wet, zelfs al heeft de rechtbank de arbeiders van de schoenenfabriek veroordeeld. Een publiek proces toont dat er mensen zijn die hen verdedigen. Ze leren wat solidariteit kan zijn en zullen in de toekomst ook voorzichtiger opkomen voor hun rechten. Want op papier ogen de werknemersrechten in China schitterend, dat is het probleem niet, wel dat ze in de praktijk maar een vodje papier zijn.
En waarom dan een beroep doen op de officiële vakbond? Helpt die de werknemers aan hun rechten?
Han Dongfang: Neen. Na een grote mijnramp bleek de officiële vakbond zelfs niet te hebben geprotesteerd toen mijnwerkers gedwongen werden om af te dalen, terwijl er beneden al een week lang een brand woedde. Onvoorstelbaar. En toch contacteren we hen omdat zij verantwoordelijk zijn voor het welzijn van de werknemers en ook wel om te tonen dat ze niet aan de kant van de werknemers staan. Opnieuw zie je het grote verschil tussen wet en praktijk. We willen de mensen doen beseffen dat het verkiezen van een vakbond volledig legitiem is, want door de wet voorzien.
Zulke verkiezingen worden, zacht uitgedrukt, niet echt aangemoedigd door de overheid.
Han Dongfang: De Chinese arbeiders denken dat de vakbond deel uitmaakt van het bedrijf. Dat is een drama, dat vergiftigt de idee van wat een vakbeweging moet zijn. De vakbond is geen vakbond meer in China. Hij is gestolen. Een echte vrije vakbond is er voor de arbeiders, moet door hen verkozen worden en moet zich tegenover hen verantwoorden. Er is geen andere weg dan dat de werkers op alle niveaus zelf hun vakbondsafgevaardigden verkiezen en zo de plaats innemen van de officiële vakbonden. Dat kan het beste beginnen in de afzonderlijke bedrijven, vervolgens op regionaal vlak en ten slotte op nationaal vlak, zodat de hele Chinese vakbond eindelijk in handen van de werknemers komt.
Men zou het niet meteen verwachten, maar u lijkt wel optimistisch?
Han Dongfang: Waarom ook niet? Steeds meer advocaten willen meewerken en we merken dat arbeiders soms al zelf advocaten contacteren en processen aanspannen, dat is nog veel beter dan dat wij dat doen. En, heel nieuw, meer en meer Chinese journalisten besteden aandacht aan het fenomeen van werknemers die hun rechten opeisen.
Hoe belangrijk is deze evolutie dan voor de rest van de wereld?
Han Dongfang: Wij zien de Chinese arbeidersbeweging als deel van de internationale vakbondsbeweging, zeker nu door de globalisering in alle landen de werknemersrechten onder druk staan. Heel de wereld moet beseffen dat er wereldwijd sociale neergang dreigt wanneer de Chinese werkers worden uitgebuit en geen vrije vakbonden en collectieve onderhandelingen hebben. De enige remedie is dat zij hun eigen vakbeweging uit de grond kunnen stampen. Om van deze beweging een echte machtsfactor te maken, moet ze steunen op de solidariteit van de werkers, op hun eigen kracht, en op niets anders. Om die evolutie mee op gang te brengen, kunnen we hier in Hongkong wel internationale steun gebruiken.
Maar opgelet, wie ons wil steunen moet de hele weg mee willen gaan. Want dit is in de eerste plaats bewegingswerk op lange termijn en geen projectwerk. Als je projectmatig moet denken en naar het pijpen moet dansen van grote ngo’s die geld schenken volgens hun inzichten is dat dodelijk voor een arbeidersbeweging, dat soort geld weigeren we. We zien ook hoe ngo’s dikwijls blijven hameren op gedragscodes voor de grote multinationale bedrijven. Maar die gedragscodes zijn niet afdwingbaar en wij vinden ze daarom grotendeels irrelevant. Essentieel voor China Labour Solidarity is dat werknemers hun rechten voor Chinese rechtbanken moeten kunnen afdwingen. En dat kan enkel onder druk van sterke, onafhankelijke vakbonden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift