De sociale bodem komt in zicht in China

Als globalisering leidt tot een race to the bottom op sociaal gebied, dan lijkt het erop dat die bodem in China stilaan in zicht komt. De provincie Guangdong, waar China zijn arbeidsintensieve exportproductie heeft geconcentreerd, vindt alvast niet genoeg mensen meer om slavenwerk te verrichten.
Het Chinese economische mirakel heeft meer dan één keerzijde. Mocht iemand daar al aan getwijfeld hebben, dan zorgden de twee gigantische riviervervuilingen in november en december 2005 wellicht voor de nodige zekerheid. Minder gekend, maar zeker zo verwoestend is het feit dat de 2000 slijperijen van (half)edelstenen in de provincie Guangdong tot een ware epidemie van stoflong leiden.
Huang Fei, onderdirecteur van het ministerie van gezondheid in Guangdong, schatte in april 2005 het aantal zieken op 15.000, waarvan al 5000 overleden. ‘Dat is wellicht slechts het tipje van de ijsberg, want in die cijfers zitten niet de migranten uit het binnenland die immers niet over een verblijfsregistratie in Guangdong beschikken, en het zijn juist vooral migranten die in de slijperijen werken’, zegt Staphanie Wong van IHLO, het verbindingskantoor van de internationale vakbeweging in Hongkong. Wong helpt slachtoffers ook bij de moeilijke gerechtelijke strijd voor compensatie.
niet of te laat betalen van de miljoenen migranten uit het platteland die met hun fysieke en mentale veerkracht een groot deel van de economische boom schragen, is uitgegroeid tot een echte plaag.
Alleen al in de bouwindustrie beliepen die achterstallen in 2004 tegen de maand augustus, volgens de overheid, 36,7 miljard euro. Nieuw is alvast dat de overheid met haar arbeidswetgeving de mogelijkheid heeft geschapen om arbeidsgeschillen via gerechtelijke weg ‘op te lossen’ én dat die weg ook meer en meer wordt benut. (zie kader over de vakbond) ‘Het aantal arbeidsgeschillen dat aanvaard werd door de geschillencomité’s -het eerste stadium van die gerechtelijke aanpak- steeg van 20.000 in 1993 naar 260.000 in 2004. Voor de collectieve arbeidsgeschillen steeg het cijfer van 684 naar 19.000’, zegt professor Qi Li van de Stadsuniversiteit van Hongkong. Het valt op dat rechtbanken geregeld gedupeerde werknemers in het gelijk stellen.
Al moeten we ons daar ook niet teveel bij voorstellen. De China Youth Daily van 27 april 2005 meldt bijvoorbeeld dat machines jaarlijks 40.000 vingers geheel of gedeeltelijk afrukken in Guangdong en dat de gemiddelde schadevergoeding per vinger 50 euro bedraagt.
Niet te verwonderen dat het potje geregeld overkookt. In 1993 waren er over de hele Volksrepubliek 10.000 gevallen van sociale onrust, in 2004 waren dat er al 74.000. In december 2005 ontaardde het verzet van de lokale bevolking tegen de aanleg van een krachtcentrale in het dorpje Dongzhou, in Guangdong, in een ware slachtpartij waarin de politie een nog onbekend aantal mensen doodde.

‘Voor de elites werkt de globalisering prima’


Een groep Chinese intellectuelen die Nieuw Links wordt genoemd, vindt dat de Chinese regering sinds de jaren tachtig, en vooral onder partijleider Jiang Zemin tussen 1992 en 2003, een te neoliberale koers heeft gevaren. China, zeggen ze, heeft vrijwillig de koers gevolgd die het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank vele andere ontwikkelingslanden hebben opgelegd. Dale Wen is een van de intellectuelen die daar veel vragen bij heeft.
Ze trok naar de VS om zich te scholen als informaticus maar keerde terug naar China als onderzoekster voor de andersglobalistische denkgroep International Forum on Globalisation. ‘De generatie van mijn vader wijdde haar leven aan de creatie van een nieuw China. Ze deden dat niet om een kleine groep mensen rijk te maken’, verklaart Wen waarom ze ervoor koos kritische rapporten te schrijven in plaats van bakken geld te verdienen. ‘Voor de elites werkt globalisering prima, voor de boeren is het veel minder.’
Als ze eind december in Hongkong haar publicatie China en globalisering, een gemengd rapport voorstelt, zit de zaal propvol. Wen erkent dat de armoede sterk is verminderd in China, maar stelt dat er ook veel is kapotgemaakt. ‘De armoede daalde vooral tussen 1978 en 1982, dankzij de toegang tot verbeterde zaden en meststoffen, en dankzij hogere graanprijzen. Sinds in 1992 de neoliberale lijn werd aangegaan groeit het aantal armen in sommige steden opnieuw.
Vergelijken is trouwens moeilijk Veel inkomen werd vroeger niet in geld uitgedrukt: onderwijs en gezondheidszorg waren gratis.’
pijnpunt is dat vroegere sociale voorzieningen bijna tot de grond zijn afgebroken. Staatsondernemingen die veel belastingen betaalden en de sociale voorzieningen op zich namen, werden stap voor stap blootgesteld aan concurrentie met private ondernemingen die belastingvoordelen genoten en geen sociale verplichtingen op zich namen.
Het resultaat was voorspelbaar: staatsondernemingen gingen bij bosjes failliet of ze bouwden hun sociale zorg af. Hun aantal daalde tussen 1998 en 2003 van 238.000 tot 150.000. Daarbij gingen 32 miljoen banen verloren. Dat verlies werd amper gecompenseerd door het feit dat het aantal private ondernemingen steeg van 90.000 naar 3 miljoen tussen 1988 en 2003. Ondanks een jaarlijkse economische groei van om en bij de 10 procent, steeg de tewerkstelling de voorbije tien jaar immers maar met 1,1 procent per jaar. Wen: ‘De lonen in de overheidsbedrijven waren hoger dan die in de private sector.
Het Chinese gezondheidsstelsel werd in 1978 door de Wereldgezondheidsorganisatie nog tot hét voorbeeld voor alle ontwikkelingslanden bestempeld, terwijl het door de VN onlangs als 188ste van 191 lidstaten inzake rechtvaardigheid geklasseerd werd. Patiënten moeten in China gemiddeld liefst 55 procent van de kosten zelf betalen. Op het platteland stelt 60 procent en in de steden 50 procent van de mensen het zonder zorg. Chinezen moeten ook 44 procent van de kosten van het basisonderwijs zelf betalen, een van de hoogste cijfers ter wereld.’

Gastarbeiders gevraagd


De neoliberale revolutie leidde wel al tot reacties en bijsturingen. China heeft ondertussen een uit de kluiten gewassen milieubeweging met 2000 geregistreerde ngo’s, en wellicht evenveel niet geregistreerde (zie kader). Daarnaast groeit ook een beweging die het platteland nieuw leven wil inblazen door de boeren meer greep op de lokale economie te geven. Arbeiders hebben het veel moeilijker zich onafhankelijk te organiseren: de regering wil niet dat de sociale onrust zich vertaalt in een grote tegenbeweging. Het nieuwe leiderschap onder Hu Jintao en Wen Jiabao besefte wel dat het iets moest ondernemen.
Zo kwam er geld op tafel opdat scholieren op het platteland de eerste negen jaren van onderwijs zonder toegangsgeld naar school kunnen. De regering zette ook 100 miljoen euro opzij om de basisgezondheidszorg op het platteland te versterken. Verder besliste Beijing om de belastingen op boeren met tweederde te verminderen, landbouwproducten te subsidiëren en de overheidsinvesteringen in het binnenland op te drijven om zo ook daar meer privé-investeringen aan te trekken. En zie: het binnenland is kennelijk een aangenamer plaats geworden, want voor het eerst in vijfentwintig jaar hervormingen krijgt de provincie Guangdong, het grootste centrum voor arbeidsintensieve productie ter wereld met ook veruit het grootste aantal privé-ondernemingen in China, te maken met een tekort aan arbeiders.
De zestien miljoen “migranten” die nu in de provincie werken, volstaan niet meer om het werk te doen. De overheid schat het tekort aan arbeiders tussen de één en twee miljoen. In de zomer van 2004 begonnen bedrijven stalletjes op te zetten om personeel aan te trekken, maar het probleem blijft bestaan. De lage lonen vormen één van de mogelijke verklaringen voor dat tekort. Volgens het Chinese ministerie van arbeid stegen de maandlonen van een migrant in de Parelrivierdelta de voorbije twaalf jaar slechts met zeven euro. Dat is veel lager dan de inflatie, erkent het ministerie, waardoor de reële koopkracht van de migranten in feite sterk is gedaald.
Lokale overheden hebben bedrijven daarom aangeraden om de minimumlonen met een derde op te trekken. Niet iedereen volgt die raad. Sommige bedrijven trekken naar Vietnam of naar het Chinese binnenland, op zoek naar lagere lonen. ‘Andere bedrijven stellen kinderen tewerk. We kennen enkele gevallen van de wervers die op het platteland jongeren van 14 jaar, soms met het paspoort van hun oudere broer of zus, contracteerden om te komen werken in de Parelrivierdelta’, zegt Staphanie Wong van IHLO. Het goede nieuws is dat sommige bedrijven wel degelijk de lonen optrekken en betere woonvoorzieningen bieden aan hun arbeiders. Het is te vroeg om te zeggen hoe het echt uitpakt, maar het is een gunstig teken dat in het atelier van de wereld, Guangdong, de race to the bottom op zijn einde lijkt te komen.

De wet biedt kansen


Over de Chinese eenheids- en staatsvakbond ACFTU -500.000 werknemers, meer dan 100 miljoen leden- lopen de meningen sterk uiteen. Sommigen zien er enkel een handlanger van de overheid in die de economische groei mee moet ondersteunen door de werkers kalm te houden en te beletten dat ze zich onafhankelijk van de communistische partij organiseren. Anderen wijzen erop dat de bond inderdaad moet zorgen voor stabiliteit, maar wel speelruimte heeft om voor werkers op te komen. Bezoekers erkennen dat de bond geen monoliet is en dat er wel degelijk gedreven syndicalisten werken.
Dat de vakbond dicht bij de macht staat, heeft ook voordelen: zo woog de bond sterk op een arbeidswetgeving die minimumlonen, de 44 urenwerkweek, maximum overwerk en vergoedingen voor overwerk vastlegt. Daardoor kregen werkers een legale grond om naar de rechtbank te stappen tegen de ontelbare werkgevers die deze regels met voeten treden. Dat gebeurt ook meer en meer, al blijft het voor veel werkers een dure en al te trage weg -het duurt makkelijk duizend dagen voor er een uitspraak is. ‘Bovendien geraakt de vakbond in veel privé-bedrijven niet binnen’, zegt professor publieke administratie Qi Li van de Stadsuniveriteit van Hongkong ’
Han Dongfan, die uit China verbannen werd omdat hij een onafhankelijke vakbond oprichtte, en geen goed woord over heeft voor de ACFTU, erkent wel dat de arbeidswetgeving het beste instrument is voor de Chinese werknemers om zich te emanciperen. ‘Liever via de rechtbank je gelijk halen, dan door wild protest.’ De wet voorziet de mogelijkheid van collectieve contracten tussen ondernemers en vertegenwoordigers van de werkers.
Han wil welwillende multinationale ondernemingen aanmoedigen van die mogelijkheid gebruik te maken, liever dan te mikken op eigen gedragscodes. ‘Een gedragscode is een vrijblijvend moreel engagement van een multinational, dat erg ver van de werkers zelf staat. Zo’n collectief contract daarentegen is een wettelijke verbintenis waar de arbeiders hun baas kunnen op aanspreken. Bovendien kan het onderhandelen over collectieve contracten de organisatiegraad van de werkers opdrijven.’ (jvd)

Greenpeace met Chinese karakteristieken.


Greenpeace ofte Lü He Ping (Groene Vrede) is niet officieel geregistreerd in de Volksrepubliek. Het milieuministerie wil immers niet optreden als hun peter en dat is een voorwaarde voor erkenning. Dat belet de ngo niet om erg actief te zijn. Greenpeace China telt 50 personeelsleden en heeft veel contact met datzelfde milieuministerie: op de klimaatonderhandelingen in Montreal had Greenpeace China twee mensen die de regering adviseerden.
Campagnedirecteur Lo Sze Ping: ‘Wij steunen de milieuvriendelijke krachten binnen de overheid. De typische, confronterende acties waarmee Greenpeace in het Westen bekend raakte, laten we achterwege omdat ze tot een verbod zouden leiden. Aanvankelijk begreep Greenpeace International dat niet helemaal maar ondertussen zien ze dat onze aanpak werkt. De centrale regering is zich bewust van de milieuproblemen -dat blijkt uit het feit dat ze veel multilaterale milieuakkoorden heeft bekrachtigd- maar lokale regeringen en politici doen het vaak barslecht. Wij spelen in op die kloof.
Voorts zijn de media, die een liberalisering doormaken, erg geïnteresseerd in onze verhalen.’ Een van die verhalen gaat over de smeltende gletsjers in het brongebied van de Gele Rivier. Samen met de Academie voor Wetenschappen maakte Greenpeace een studie die toonde hoe de gletsjers smelten door het broeikaseffect. De studie en bijhorende fotoreportage werden groot aangekondigd in de media. Met de aanklacht dat een Indonesische firma aan illegale houtkap deed in de provincie Yunnan, haalde de ngo zelfs de staatstelevisie.
Zo draagt Greenpeace bij tot de bewustwording van de Chinezen, al laten de resultaten op het terrein soms op zich wachten. ‘We haalden de wereldpers toen we in 2000 aanklaagden dat computers uit de hele wereld in het dorp Guiyu op zeer milieuonvriendelijke wijze werden gedemonteerd en zelfs verbrand. Maar sindsdien is er eigenlijk nog niets veranderd. De lokale regering zegt dat dit werk hen een inkomen bezorgt. We proberen vooruitgang te boeken door de overheid erop te wijzen dat volgens de Bazelconventie over transport van giftig afval afgedankte computers niet internationaal mogen worden verhandeld, en door computerproducenten ertoe te bewegen geen giftige substanties meer in hun computers te verwerken.’
Lo denkt dat hij ooit wel hardere kritiek op de overheid zal kunnen leveren. Eerst moet Greenpeace voldoende geloofwaardigheid opbouwen door zich te profileren als een organisatie die niet alleen kritiek levert, maar ook oplossingen voorstelt. (jvd)

Guangdong

* Oppervlakte 179.000 km2 (zesmaal België)

* Bevolking: 86 miljoen plus tussen 15 en 30 miljoen tijdelijke migranten (totaal: tienmaal België)

* BPP Guangdong in 2005: ongeveer 150 miljard euro (België: ongeveer 270 miljard euro)

* Inkomen per hoofd (inclusief 15 miljoen migranten): 1500 euro per jaar (In België: 27.000 euro per jaar)

*30, februari 2006.



Reageer op dit artikel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift