Verzet ver weg van de frontlinie

‘Wij zijn de motor die Oekraïne draaiende houdt’

Door de oorlog in Oekraïne moesten al ruim tien miljoen mensen er hun thuis ontvluchten. Het merendeel van hen verlaat Oekraïne niet. Ze zoeken hun toevlucht in de relatief veilige steden in het westen van het land. Fotografe Tessa Kraan trok naar de stad Tsjernivtsi, op een uur van de grens met Roemenië. ‘Oekraïne heeft de oorlog eigenlijk al gewonnen, omdat we aan de hele wereld laten zien dat wij samen sterk zijn.’

Een pand in het centrum van Tsjernivtsi, vroeger gebruikt voor bijeenkomsten en optredens, is nu getransformeerd tot het Hoofdkwartier voor de Vrijwilligers van de Oekraïense Defensie. In de planmatige chaos ordenen zo’n honderd vrijwilligers hier een constante toestroom van vrachtwagens vol donaties. Alles wordt later doorgestuurd naar andere delen van Oekraïne.

© Tessa Kraan

Vrijwilligers van het Hoofdkwartier voor de Vrijwilligers van de Oekraïense Defensie laden een vrachtwagen met donaties uit.

Bijna elke kamer is tot de nok toe gevuld met dozen vol medicijnen, voedsel, of militair materiaal. Ook elke beschikbare vierkante meter ruimte in gangen en traphallen is in gebruik genomen. Er valt zoveel te sorteren en ieder werkt alsof elke druppel zweet een aantal zorgen doet verdwijnen. Veel vrijwilligers zijn zelf nog niet lang geleden gevaarlijkere regio’s ontvlucht. Ze dragen de ravage die ze zagen met zich mee.

© Tessa Kraan

De medicijnkamer van het Hoofdkwartier voor de Vrijwilligers van de Oekraïense Defensie tot de nok toe gevuld met dozen.

Tsjernivtsi telde voor de oorlog meer dan 200.000 inwoners. Daar zijn nu nog ongeveer 100.000 mensen op de vlucht bijgekomen. De meeste mensen slapen in vluchtelingencentra of hotels en rekenen momenteel op financiële reserves. Meer en meer mensen worden afhankelijk van voedselhulp naarmate de oorlog langer duurt.

© Tessa Kraan

Een voedselbedeling op het Sobornaplein in Tsjernivtsi trekt nu al honderden mensen per dag.

‘Als we bommen horen, gaan we naar de kelder’

Yulia Gritsku-Andriesh (36) zette haar hulporganisatie Help Ukraine Romania op bij het begin van de crisis. Ze heeft twee jonge kinderen, behaalde een doctoraat als econome en werkt naast haar vrijwilligerswerk ook voor een internationale organisatie. We zitten met haar in de wagen op weg naar Tsjernivtsi. De telefoongesprekken over donaties volgen elkaar in sneltempo op.

Als ze over haar vrijwilligerswerk vertelt, wordt de dubbele lading druk op haar schouders duidelijk. Ze runt niet alleen een netwerk van meer dan vijftig vrijwilligers dat intussen meer dan zevenhonderd ton hulpgoederen vanuit Roemenië naar de meest getroffen gebieden in Oekraïne vervoerde, ze moet ook proberen omgaan met een oorlog die haar land verwoest.

© Tessa Kraan

Victoria vliegt haar moeder in de armen.

Bij thuiskomst in Tsjernivtsi vliegen Victoria (10) en Theodore (8) hun moeder in de armen. Sinds het begin van de oorlog houdt Yulia zich dag en nacht bezig met de organisatie. ‘De kinderen krijgen de laatste tijd iets minder aandacht. Ik was net alweer drie dagen weg van huis. We proberen ze zoveel mogelijk te beschermen tegen informatie over de oorlog en het gewone leven niet tot stilstand te laten komen. We gaan bijvoorbeeld nog iedere week zwemmen.’

‘Als we bommen horen, gaan we naar de kelder.’

Maar Yulia merkt dat ze weten wat er aan de hand is. ‘Victoria is al wat ouder en is bang. En Theodore komt dagelijks af met een nieuw liedje over de oorlog, over hoe Poetin verslagen gaat worden. Ik heb geen idee waar hij ze hoort.’

Hoewel Tsjernivtsi tot nog toe van lucht- en grondaanvallen bespaard is gebleven, wordt de stad bijna dagelijks opgeschrikt door het luchtalarm. Wanneer het alarm luidt, getuigt de routine van Theodore en Victoria van een maand ervaring. Theodore trekt een sprintje naar boven om de ramen te sluiten en de lichten uit te doen, Victoria doet hetzelfde beneden en binnen enkele momenten zitten ze met een dekentje en een zaklamp in de hand onder de trap. ‘Als we bommen horen, gaan we naar de kelder.’ Veronica weet wat van haar verwacht wordt.

De hulpgoederen die door verschillende organisaties worden verzameld, moeten vanaf Tsjernivtsi nog vervoerd worden naar zwaar belegerde steden als Tsjernihiv, Charkov, Marioepol. Deze steden ten oosten van Kiev liggen zwaar onder vuur. Mensen verschuilen zich nog steeds in kelders. Verschillende chauffeurs zetten dagelijks hun leven vrijwillig op het spel om Oekraïne te doorkruisen.

© Tessa Kraan

In een schuilkelder in Tsjernivtsi wordt er gebeden voor Oekraïne.

Tandarts Volodymyr Berehovyi (36) reed meermaals op eigen initiatief naar de regio rond Kiev met voedsel en munitie in een truck die hij speciaal daarvoor heeft aangeschaft. Op dag één van de oorlog vluchtte hij zelf van Kiev naar Tsjernivtsi. Twee dagen later reed hij de urenlange file van vluchtelingen vanuit de hoofdstad alweer tegemoet. Dit keer met een bus vol hulpgoederen en munitie bestemd voor Zjytomyr, ten zuiden van Kiev.

© Tessa Kraan

Volodymyr beschrijft de angstige momenten die hij doormaakte tijdens zijn rit naar Zjytomyr.

‘Het was een aaneengesloten rij auto’s van Tsjernivtsi naar Zjytomyr, ik heb in mijn leven nog nooit zoveel auto’s bij elkaar gezien. Normaal duurt de rit van Kiev naar Tsjernivtsi acht uur. Toen hebben mensen er drie dagen over gedaan. Nadat ik de spullen had afgegeven, overnachtte ik in Zjytomyr. De volgende ochtend werd de stad gebombardeerd en vielen er doden.’

Onderweg krijgen chauffeurs te maken met vernielde infrastructuur, militaire blokkades en een gebrek aan brandstof. Wanneer er iets aan de wagen scheelt, moeten de chauffeurs dat zelf zien op te lossen. Vaak zijn er geen garages meer te vinden waar men kan helpen.

© Tessa Kraan

Een van de vervoerde spullen zijn deze tourniquets om bloedingen te stelpen. Volgens de vrijwilligers van het Hoofdkwartier voor de Vrijwilligers van de Oekraïense Defensie is de vraag ernaar momenteel enorm veel groter dan het aanbod.

‘Tijdens de rit draag ik een kogelwerend vest en ben ik constant bang. Je probeert met de beschikbare informatie de veiligste weg te vinden en een inschatting te maken over waar de Russische troepen zich bevinden. Maar je weet het nooit helemaal zeker. Bij een Oekraïense militaire wegblokkade heb ik eens veertig minuten met mijn handen in de lucht gestaan omdat men dacht dat ik een Russische spion was. De dag erna ben ik ze gaan bedanken. Nu weet ik tenminste hoelang ik mijn handen in de lucht kan houden.’ (lacht)

Volodymyrs luchtige toon en grappen passen niet bij de gebeurtenissen waarover hij vertelt. Op de vraag hoe hij zich voelt bij dit alles, antwoordt hij resoluut: ‘Daar denk ik niet over na, ik heb er geen tijd voor. Het is een kwestie van tijd voor we deze oorlog winnen. We hebben eigenlijk al gewonnen, omdat we aan de hele wereld laten zien dat wij Oekraïners samen sterk zijn.’

© Tessa Kraan

Het Theater van Tsjernivtsi.

Het leven van weleer lijkt een verre herinnering in Tsjernivtsi. De stad was voor de oorlog niet van groot belang, noch wat de economie, omvang of bevolking betrof.

Maar vandaag is Tsjernivtsi dankzij de vrijwilligers een van de belangrijkste steden voor de bevoorrading van het leger en de distributie van hulpgoederen. Marina, een andere vrijwilligster, legt me de rol van de stad haarfijn uit: ‘Wij zijn de motor die Oekraïne draaiende houdt.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift