Een - volstrekt utopisch - ideetje voor minder ongelijkheid

Hoe miljonairs wat minder te laten verdienen

© Brecht Goris

Columnist Geert Van Istendael: ‘Ik ben een overtuigd voorstander van hoge en zeer progressieve belastingen. De staten die in alle mogelijke indexen aan de wereldtop staan, heffen allemaal veel belastingen.’

‘Keizerin Corona heeft ervoor gezorgd dat de rijken op deze aardbol hun fortuin hebben zien aanzwellen’, herinnert Geert Van Istendael ons aan de discussies die er écht toe doen. Enkele miljonairs overwegen om een percentje, of twee, vermogensbelasting te gaan betalen, maar Van Istendael heeft in zijn nieuwste column zelf ook een ‘volkomen utopisch’ ideetje. ‘Hoog tijd dat de armste sloeber ook drie keer per dag kan eten. Het zal niet gebeuren.’

Je popelt om over kleren op school te schrijven. Uitgangsvraag: hebben die schooldirecteurs na tientallen jaren dan niets bijgeleerd? Lijkt me geen reclame voor een onderwijsinstelling.

‘Blijkbaar vindt iedere nieuwe generatie schooldirecteurs nieuwe bronnen van vestimentaire ergernis.’

Toen ik zelf met een puistenkop rondliep, situeer eerste helft jaren zestig, vorige eeuw, organiseerden schooldirecteuren kruistochten tegen bietelhaar. Voor de iets minder historisch onderlegde lezertjes, zo noem je een haardos die een pedagogisch gedreven leidinggevende destijds te lang vond. Veel te lang. Onbeschaafd lang. Beschavingsbedreigend lang. Voor jongens toch.

Tien jaar later deden alle jongens hun plechtige communie met bietelhaar. Enkele jaren eerder staken de hippies bloemen in hun tot op de mannenschouders neerkrullende lokken en vertrokken ze naar San Francisco. Iedereen had het Scott McKenzie horen zingen en die kerel was bepaald geen puber meer toen hij zijn wereldhit uitbracht.

Dan heb ik het nog niet eens over de verboden spijkerbroek voor meisjes. Of de weerzinwekkende zwarte coltrui. Of…

Ik moet daar maar eens mee ophouden. Blijkbaar vindt iedere nieuwe generatie schooldirecteurs nieuwe bronnen van vestimentaire ergernis. Blijkbaar ergert iedere nieuwe generatie pubers zich aan de in hun ogen vestimentaire achterlijkheid van de schooldirecteurs.

Beide bevolkingsgroepen zijn onuitputtelijk creatief in het uitvinden van verse ergernissen. Terwijl een beetje kritische leerling toch zou moeten beseffen dat zij/hij/het een willoos manipulatieobject is in de door gewetenloze modemultinationals uitgekiende winstmaximalisatiestrategieën en dat…

Nee! Stop!

Straks ga ik hier nog zitten pleiten voor schooluniformen. Gaf zuster in de letteren Saskia De Coster onlangs geen voorzet in die richting?

Of erger nog, ik kom terecht in een heel ander vestimentair debat, over hoofdbedekking of zo, God, wees mij, arme zondaar, genadig. Terwijl ik, bejaarde papenvreter, gewoon voor de goeie, ouwe Franse laïcité wil…

Stop! Stop!!!

Geen woord meer over textiel. Of schooldirecteurs. Daarbij, ik heb vorige keer op deze plek al geschreven over onderwijs – in Brussel.

Goede werken en rechtvaardigheid

Vinden jonge mensen (en oude mensen en alles ertussenin) nou niets belangrijker dan een afgeknipte spijkerbroek? Of een macaronibandje – oei, moest dat niet spaghetti zijn?

De angstaanjagende opwarming bijvoorbeeld.

Voor Keizerin Corona ons haar schrikbewind oplegde, liepen de straten vol jongeren die luidkeels hun verontwaardiging uitschreeuwden over vervaarlijk wegsmeltende ijskappen en oprukkende woestijnen. Ik heb het met eigen oren gehoord, met eigen ogen gezien, en ik was apetrots op al die kleinkinderen en hun durf, hun welbespraaktheid, hun kennis van zaken. Ze hadden groot gelijk en hun verontwaardiging was mooi.

Of neem ongelijkheid.

Ja, laten we het eens hebben over ongelijkheid.

‘Vroeg of laat komen de mensen met een lege maag naar de landen waar de mensen met een volle maag wonen en eisen zij hun rechtmatige deel op.’

De jongste berichten zijn nog alarmerender dan de oudere en die waren akelig genoeg. Keizerin Corona heeft ervoor gezorgd dat de rijken op deze aardbol hun fortuin hebben zien aanzwellen. In de periode tussen de financiële crisis en Corona was het aantal miljardairs op de wereld al eens verdubbeld. Volgens een Oxfam-rapport uit 2019 bezaten de zesentwintig rijkste mensen ter wereld even veel als armste helft van de mensheid.

Zesentwintig tegen drie en een half miljard. Dat kan nooit goed aflopen. Vroeg of laat komen de mensen met een lege maag naar de landen waar de mensen met een volle maag wonen en eisen zij hun rechtmatige deel op. Dat wordt een apocalyptische uitbarsting van geweld, niet het minst omdat bevoorrechte mensen vrijwel nooit goedschiks hun voorrechten afstaan.

Wat dan met Bill Gates? Heeft die niet beloofd dat hij de helft van zijn kolossale vermogen zou weggeven? Hulde, hulde omdat hij zoveel goede werken steunt en financiert. Maar het blijven goede werken. Het blijft liefdadigheid en dat is iets anders dan rechtvaardigheid.

Mijn goede vader, die een groot deel van zijn leven gewijd heeft aan strijd tegen armoede wereldwijd, vertelde daarover het volgende:

Rechtvaardigheid en liefdadigheid, dat is zoals een pint bier. Als ze je in een kroeg een glas geven met alleen schuim, dan neem je dat niet. Da’s bedrog. Geven ze je een glas bier zonder schuim, dan neem je het aan tegen heug en meug, maar fraai kun je het niet noemen. Een schuimkraag van een duim dik, dat is de liefdadigheid. Maar daaronder moet je altijd een stevige pint bier hebben, dat is de rechtvaardigheid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Goede werken, dat is iets waarmee negentiende-eeuwse dames van de hogere klassen zich een gerust geweten afkochten. Aan de ten hemel schreiende ongelijkheid veranderden goede werken niets en veranderen ze nog altijd niets. Bill Gates is een hedendaagse, Amerikaanse dus gigantisch uitvergrote versie van une dame de la bonne société, pardon, a lady of high society, in de omgangstaal van de hedendaagse uitbuitende klasse.

Een klein beetje belasting

Wat moet ik dan denken van een ander initiatief, dat heet Millionaires for Humanity? Die gasten, allemaal superrijk, willen dat de allerrijksten van deze wereld, zijzelf dus, vermogensbelasting betalen. Hoog zou die belasting niet worden, men heeft het over één of twee of drie procent. De aanslagvoet inkomstenbelasting waar de gemiddelde, hardwerkende Belg tegenaan kijkt, bedraagt voor de laagste schaal 25 procent en daarboven gaat het steil omhoog.

‘De staten die in alle mogelijke indexen aan de wereldtop staan, heffen allemaal veel belastingen. De correlatie is heel sterk.’

Ja, ja, ik weet ook wel dat er belastingvrije schijven zijn en allerlei aftrekposten en ook dat vermogensbelasting en inkomstenbelasting verschillende dingen zijn, maar zelfs dan blijft het véél meer belasting dan wat de welwillende miljonairs voorstellen en in beide gevallen gaan centen naar de overheid.

Even terzijde nog. De aanslagvoet inkomstenbelasting voor de hoogste schijf staat in België op 50 procent. In de Verenigde Staten heeft die in de jaren veertig en vijftig van vorige eeuw op 90 procent gestaan – onder meer tijdens het presidentschap van de republikein Eisenhower (zie Thomas Piketty, Le capital au XXIème siècle, blz. 805, grafiek 14.1).

Om misverstanden te voorkomen: ik ben een overtuigd voorstander van hoge en zeer progressieve belastingen. De staten die in alle mogelijke indexen aan de wereldtop staan, heffen allemaal veel belastingen. De correlatie is heel sterk.

Dus laten wij het initiatief van enkele superrijken die toch een klein beetje belasting willen betalen op hun fortuin toejuichen, zij het niet te luid. Want 95 procent van de miljardairs doen niet mee, voorlopig toch. Het omgekeerde zou me verbazen.

Een egoïstisch en altruïstisch ideetje

Ik koester al jaren een ander idee – alla, ideetje. Het is volslagen utopisch. Mochten zich fiscalisten bevinden in de lezersschaar, dan mogen zij zometeen uitbarsten in een homerische / klaterende / vreugdeloze (schrappen wat niet past) schaterlach. In woede ontsteken heeft geen zin, het is maar een hersenspinseltje van een dichtertje. Spaar uw woede om, ik zeg maar wat, ten strijde te trekken tegen de ongelijke verdeling van de rijkdom.

Ziehier het ideetje.

Stel, de armste sloeber ter wereld verdient € 1 per dag. Het zal in werkelijkheid minder zijn, maar laten we daar gemakshalve van uitgaan. Dan mag, in mijn voorstel, de rijkste rijkaard ter wereld niet meer verdienen dan duizend maal meer. Van Jeff Bezos tot oliesjeik, van de familie Spoelberch tot de Mévius of Colruyt, zolang de armste arme ter wereld € 1 per dag verdient, mogen zij € 1000 per dag binnen pakken en geen cent meer.

Dat is geen sinister communisme. Wie rijk is blijft rijk, zij het niet zo rijk als voorheen: € 1000 per dag is € 30.000 per maand is € 360.000 per jaar. Wie dat te weinig vindt, noem ik een rotbedorven dondersteen.

‘Stel, de armste sloeber ter wereld verdient € 1 per dag. Dan mag, in mijn voorstel, de rijkste rijkaard ter wereld niet meer verdienen dan duizend maal meer.’

Al het geld daarboven moet gaan naar gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs voor de allerarmsten, waar ook ter wereld. Dat gaat onverminderd door tot iedere wereldburger, zonder één uitzondering, een fatsoenlijke gezondheidszorg annex sociale zekerheid, een fatsoenlijk dak boven het hoofd en een fatsoenlijke gratis school voor de kinderen heeft.

Daar heb je bergen geld voor nodig, hoger dan Alpen, Andes en Himalaya samen. Maar die bergen geld zijn er, Karpaten en Kilimanjaro inbegrepen, daar hoef je niet aan te twijfelen.

Mijn voorstel is tegelijkertijd egoïstisch en altruïstisch. Dat is niet moeilijk te begrijpen.

Als rijkaard heb je er te allen tijde belang bij om de allerarmste méér te laten verdienen. Verdient de allerarmste per dag € 2, dan krijgt de allerrijkste € 2000 per dag, ofwel 60.000 per maand, ofwel € 720.000 per jaar. Verdient de sloeber € 3 per dag, dan krijgt de patser € 3000, € 90.000 per maand, € 1.080.000 per jaar. Enzovoort. Hoe meer geld zij, hoe meer geld jij. Rijk eigenbelang is vastgeklonken aan het belang van de armsten der armen.

Een loonspanning van één op duizend is het tegengestelde van egalitair. Zelfs na veertig jaar neoliberaal wanbeheer zitten ze daar in de Verenigde Staten een stuk onder. En zeker in België, want de gini-coëfficiënt (een statistisch middeltje om ongelijkheid in een verdeling te meten, bijvoorbeeld in inkomensverdeling) leert ons dat wij een van de meest egalitaire landen ter wereld zijn, ondanks ons veel te hoge percentage armoede.

Van zodra de berooidste der berooiden in de berooidste uithoek op aarde eindelijk € 1000 per maand verdient, kunnen Bezossen en andere sjeiks € 1.000.000 per maand pakken. Ruimschoots genoeg voor champagne Dom Ruinart ’s morgens, ’s middags en ’s avonds, Bentleys in de garage en een kast vol maatpakken, uit Savile Row, waar anders, van Davies & Son of Huntsman. Kortom, een bedelaarsbestaan.

De rijkste rijkaard ter wereld kan bezwaarlijk meer dan drie keer per dag eten. Hoog tijd dat de armste sloeber ook drie keer per dag kan eten. Het zal niet gebeuren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.