‘We zien dat China's model over de hele wereld wordt geëxporteerd’

‘China wil van journalistiek een synoniem van propaganda maken’

Matt Ming (CC BY 2.0)

Een krantenvender in Guiyang, China, januari 2014.

China is op drie landen na het minst vrije land voor journalisten. Dat zegt Cedric Alviani, hoofd van Reporters Without Borders (RSF) in Oost-Azië. ‘Vrije pers in China had pandemie minder verwoestend gemaakt.’

China is een van de slechtste plekken om te leven als journalist. Het land bekleedt de 177ste plaats op een totaal van 180 landen die door Reporters Without Borders (RSF) werden geanalyseerd voor de laatste World Press Freedom Index. Ter vergelijking: België staat op 11, Nederland op 6.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In het bijhorende rapport stelt RSF dat Peking ‘de censuur van het internet, toezicht en propaganda opvoert tot ongekende niveaus’. Verder stelt het rapport dat het land de COVID-19-pandemie aanwendt om de online informatie die circuleert nog meer dan anders te controleren.

Uit de cijfers blijkt dat China ook de meeste journalisten achter de tralies houdt: momenteel zitten er meer dan 120 journalisten en verdedigers van de persvrijheid in de cel.

‘Het is niet onze bedoeling om China verantwoordelijk te stellen voor de pandemie.’

Cedric Alviani, hoofd van het RSF-bureau in Oost-Azië, legt uit wat de effecten zijn van de mediabeperkingen die het land heeft opgelegd aan het begin van de coronapandemie, meer dan een jaar geleden. Hij meent ook dat Peking tracht om een Nieuwe Wereldorde voor de Media (New World Media Order) te creëren.

Waakhonden voor mediavrijheid, en ook artsen, hebben erop gewezen dat het inperken van de persvrijheid tijdens de pandemie mogelijk veel levens heeft gekost. Sommige leden van Reporters Without Borders zeggen zelfs dat met een vrije pers in China de COVID-19-pandemie misschien had kunnen vermeden worden. Bent u het daarmee eens?

Cedric Alviani: Wat wij zeggen is dat met een meer vrije pers in China de informatie over de eerste besmettingen veel sneller naar buiten zou zijn gebracht zodat de autoriteiten — in China en daarbuiten — sneller hadden kunnen handelen om het virus in te dijken. De pandemie had dan wellicht minder hevig toegeslagen. Het is niet onze bedoeling om China verantwoordelijk te stellen voor de pandemie, want er zijn veel meer factoren die daarbij betrokken zijn.

© Reporters Without Borders

Cedric Alviani

Censuur heeft de dingen echter wel verergerd. Virussen kennen geen grenzen, noch censuur. Vergelijk wat er is gebeurd in China met de situatie in Taiwan, waar er van bij het begin heel open werd gecommuniceerd over COVID naar het publiek. Daar werden de mensen goed geïnformeerd en hadden ze de mogelijkheid om zelf beslissingen te nemen om zich te beschermen.

Door de censuur hebben we nog steeds niet alle informatie om de huidige situatie rond COVID in China volledig te kunnen inschatten. Zijn er uitbraken geweest? We hebben nog steeds geen duidelijk beeld.

Als er iets is dat deze pandemie heeft aangetoond, is het dat vrije pers en onafhankelijke journalistiek nodig zijn. Enkel zo kunnen de feiten naar buiten worden gebracht. Dit geldt niet enkel voor een pandemie, maar voor elke situatie waarin het verstrekken van volledige informatie levens kan redden.

Kun je je voorstellen hoeveel epidemieën er zouden zijn in een wereld waarin de media volledig door de staat worden gecontroleerd? Je kan een virus niet censureren of verborgen houden.

In de laatste persvrijheidsindex van RSF staat China op de vierde plaats van slechtste landen ter wereld voor mediavrijheid. Het rapport stelt dat China op ongeziene schaal aan internetcensuur, toezicht en propaganda doet. Met wat voor mediabeperkingen worden Chinese journalisten geconfronteerd en wat gebeurt er met reporters die deze beperkingen uitdagen en vrijuit of kritisch over de regering rapporteren?

‘Onze vrees is dat er over twintig jaar geen journalistiek meer zal zijn, alleen staatspropaganda.’

Cedric Alviani: China is een vijand van de vrije pers. Onze vrees is dat er over twintig jaar geen journalistiek meer zal zijn, alleen staatspropaganda. De censuurcommissies in het land geven de media lijsten met daarop wat ze wel en niet kunnen bespreken. Die lijsten worden steeds langer.

Geldt dat ook voor Hongkong, waar de algemene vrijheden de laatste jaren steeds meer worden beteugeld?

Cedric Alviani: In Hongkong is de Chinese regering eigenaar van de meeste media die in de Chinese taal berichten. Het is hen ook gelukt om economische druk te zetten en andere media fondsen te ontnemen. De situatie wordt steeds erger. Er is ook sprake van directe aanvallen op de lokale media in Hongkong.

Vorig jaar, aan het begin van de COVID-19-pandemie, bereikte nieuws over de situatie in China de rest van de wereld via zogeheten ‘burgerjournalisten’. Sommige van deze mensen zijn naar verluidt verdwenen, of ze werden het zwijgen opgelegd. Kan men nu stellen dat het regime alle burgerjournalistiek monddood heeft gemaakt?

Cedric Alviani: Wij gebruiken de term ‘niet-professionele journalist’ in plaats van burgerjournalist, omdat het mensen zijn die net als professionele journalisten feiten delen met hun publiek. Sinds de Chinese leider Xi Jinping aan de macht is, kwamen professionele journalisten steeds meer onder druk te staan. Sommige mensen in de samenleving zijn daarop ingesprongen om hen te vervangen en de rol op zich te nemen die voor professionele journalisten steeds moeilijker werd.

Deze niet-professionele journalisten brengen informatie naar buiten die anders niet verspreid wordt en dus niet door mensen wordt gezien, bijvoorbeeld informatie over verschillende sociale bewegingen in China. Het is alleszins duidelijk dat niet-professionele journalisten de afgelopen tijd ook onder druk zijn komen te staan — sommige bloggers zitten al jaren in de gevangenis omdat ze schrijven over onderwerpen zoals corruptie van ambtenaren. Toch zullen er altijd mensen zijn die zullen proberen om informatie die zij belangrijk vinden, te verspreiden.

Hoe is de situatie voor buitenlandse journalisten in China?

‘In het afgelopen jaar heeft de Chinese regering achttien buitenlandse correspondenten uitgezet.’

Cedric Alviani: In tegenstelling tot lokale journalisten, kunnen hun families niet worden bedreigd. Daardoor kunnen ze vrijer rapporteren dan binnenlandse journalisten. Maar nu komen ze toch ook meer onder druk te staan van het regime. Velen van hen verhuizen naar Taiwan, een veilige haven, maar dat maakt het wel moeilijker om over China te rapporteren en een nauwkeurig beeld te krijgen van de gebeurtenissen daar. De wereld heeft buitenlandse correspondenten nodig in China, om te weten wat er daar gebeurt.

In het afgelopen jaar heeft de Chinese regering achttien buitenlandse correspondenten uitgezet. Dat er zo veel worden weggestuurd, is ongehoord. Buitenlandse journalisten beginnen zich zorgen te maken dat ze verweven kunnen geraken in politieke geschillen tussen China en andere landen. Ze hebben ook geklaagd over het feit dat er druk wordt uitgeoefend op hun bronnen, dus ze hebben niemand om mee te praten voor hun verhalen. De bronnen zijn steeds vaker bang om zich uit te spreken.

Denkt u dat er een tijd komt dat buitenlandse journalisten helemaal niet meer in China zullen kunnen werken, of toch niet zonder dat hun werk op de een of andere manier wordt gecensureerd of voorafgaandelijk goedkeuring nodig heeft van de autoriteiten in Peking?

Cedric Alviani: Helaas wordt dit scenario steeds waarschijnlijker. Twintig jaar geleden had China buitenlandse correspondenten nodig om het land en zijn verhaal aan de wereld te promoten. In de afgelopen jaren heeft het echter een propagandasysteem ontwikkeld, zodat het regime de mensen die het wil rechtstreeks kan bereiken en daarom geen buitenlandse correspondenten meer nodig heeft. Er kan dus een tijd komen dat buitenlandse correspondenten niet meer in China willen werken.

RSF heeft eerder beweerd dat China een Nieuwe Wereldorde voor de Media nastreeft om de eigen ideologische invloed buiten zijn grenzen uit te breiden, wat een bedreiging vormt voor de vrije journalistiek en democratie. Kunt u uitleggen wat deze Nieuwe Wereldorde is en hoe China deze precies nastreeft?

Cedric Alviani: De Nieuwe Wereldorde voor de Media is eenvoudig uit te leggen: China wil van journalistiek een synoniem van propaganda maken. Het wil elke tegenwerking of oppositie tegen het regime verwijderen. Onderzoeksjournalistiek is noodzakelijk voor de democratie en verantwoording, en wat China wil, zijn “journalisten” die patriotten zijn en propaganda maken.

Het regime probeert het verhaal over zichzelf en over China te veranderen en te beheersen. Er wordt gebruik gemaakt van internationale tv-uitzendingen, men koopt advertentieruimte op in internationale media en probeert zo zelfs een weg te vinden tot in de buitenlandse pers, ook om deze nieuwe orde te creëren.

‘Iedereen is zich bewust van wat China wil bereiken, maar iedereen sluit de ogen omdat ze geen handelsovereenkomsten in gevaar willen brengen.’

Denkt u dat de landen die China probeert te infiltreren en waar het invloed op wil uitoefenen, zich daarvan bewust zijn?

Cedric Alviani: Iedereen is zich bewust van wat China wil bereiken met de Nieuwe Wereldorde voor de Media, maar iedereen sluit de ogen omdat ze de handelsovereenkomsten met China niet in gevaar willen brengen. Er is ook sprake van de verbetering van de mensenrechtensituatie in China, maar uiteindelijk verandert er niets. Wat er zal gebeuren, is dat burgers in deze andere landen, in democratieën, spoedig zullen beseffen dat hun regeringen al decennialang de ziel van hun land aan het verkopen zijn.

Peking zou kunnen stellen dat het opzetten van Chinese televisiestations en mediakanalen in andere landen niets anders is dan wat de BBC, CNN of andere soortgelijke buitenlandse omroepen doen. Wat zou uw tegenargument daarvoor zijn?

Cedric Alviani: Er is een enorm verschil tussen publieke media, dit zijn media die in wezen eigendom zijn van het publiek, en staatsmedia. Het is belangrijk dat elk publiek toegang heeft tot informatie die onafhankelijk is en die fungeert als referentiemedia. De BBC is bijvoorbeeld de publieke omroep van het Verenigd Koninkrijk met een eigen bestuur verantwoordelijk voor zijn eigen beslissingen. Het is voor de regering onmogelijk om iets te publiceren of uit te zenden waar het bestuur niet akkoord mee gaat. Ze zijn onafhankelijk.

Een zender zoals de Chinese CCTV moet de propaganda van de Chinese communistische partij promoten. De twee entiteiten zijn totaal verschillend van aard en het is onjuist om ze zelfs maar op enigerlei wijze met elkaar te vergelijken.

Kopiëren andere regimes het Chinese voorbeeld van het verwerven van invloed en het verspreiden van propaganda in buitenlandse media om de eigen ideologische en politieke doelen na te streven?

Cedric Alviani: We zien dat China’s model over de hele wereld wordt geëxporteerd. Dictators weten dat als ze controle hebben over de media, ze steeds herkozen kunnen worden omdat er maar één boodschap is die de mensen bereikt — dat ze een glorieuze leider hebben.

Wat kunnen landen die persvrijheid en democratie ondersteunen, doen om China’s streven naar die Nieuwe Wereldorde voor de Media tegen te gaan?

Cedric Alviani: Ze moeten democratisch en open blijven en niet willekeurig media verwijderen of verbieden. Maar ze moeten ook een systeem hebben dat vrije, onafhankelijke media beschermt en ervoor zorgt dat de concurrentie eerlijk is. Alle media die op die markt actief zijn zouden dat moeten doen door zich te houden aan vrije en open journalistiek.

Wat zijn de vooruitzichten voor de persvrijheid in China op de middellange en lange termijn?

Cedric Alviani: Zolang Xi Jinping aan de macht is, is het moeilijk om binnenkort een positieve verandering op vlak van mediavrijheid in China te zien. In feite is de kans groter dat het alleen maar erger wordt.

De enige hoop is dat er uiteindelijk politieke krachten opstaan die de weg naar een vrijere media openen en het Chinese volk geven wat ze willen, namelijk vrijheid van informatie. We zagen hoe boos Chinese mensen online waren toen ze zich realiseerden dat de autoriteiten tegen hen hadden gelogen over COVID-19.

De overheid beschikt over krachtige technologische hulpmiddelen en is erin geslaagd te voorkomen dat mensen toegang hebben tot informatie. Maar de vraag van de bevolking naar echte en nauwkeurige informatie zal uiteindelijk winnen, ook al lijkt dat niet voor zeer binnenkort te zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift