Schrijver Amin Maalouf over conservatieve revoluties

‘Gelijke burgerrechten tegenhouden, uitstellen en uithollen leidt tot geweld’

© Magnum / Gilles Peress

In 1979 (foto: Teheran, Iran) werd duidelijk hoe groot de impact van geloof kon zijn op de geopolitiek. ‘De Iraanse revolutie was een uitloper van de verzuurde verhouding tussen Iran en het Westen.’

‘Het slechtste wat je kunt doen als de paden naar de toekomst bezaaid liggen met valstrikken, is met je ogen dicht je pad te vervolgen en de mantra prevelen dat alles wel goed komt’, schrijft de Frans-Libanese schrijver en intellectueel Amin Maalouf. Hij levert in zijn nieuwe boek Schipbreuk der beschavingen een uitstekende analyse van de actuele valstrikken. Voor al wie veilig ter bestemming wil raken.

‘Ik ben ervan overtuigd dat een heropleving, een nieuw begin, mogelijk blijft’, schrijft Amin Maalouf in de epiloog van Schipbreuk der beschavingen. Het boek dat je dan als lezer bijna uit hebt lijkt één lange afdaling in steeds donkerder wordende krochten van de geschiedenis. Daarbij geldt de regel: hoe recenter, hoe meer duisternis. Maalouf beschrijft hoe en waarom de beschavingen van het Westen en van de Levant recht op een ijsberg varen.

Toch concludeert Maalouf niet dat alles naar de haaien is. ‘Ik kan me niet voorstellen dat de mensheid zich gedwee zal neerleggen bij de vernietiging van alles wat ze heeft opgebouwd’, schrijft hij. Door heel persoonlijk én historisch onderbouwd te beschrijven hoe onze schepen op die noodlottige koers raakten, biedt Maalouf ook het kompas om van richting en bestemming te veranderen.

Het koloniale trauma

‘Er is van oudsher een strikte scheiding tussen de principes die het Westen thuis toepast en de principes die elders gehanteerd worden’, zei Amin Maalouf toen ik hem in 2009 interviewde over zijn vorige essay, De ontregeling van de wereld. ‘Europeanen kunnen zonder problemen voorvechters zijn van democratie, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid tussen individuen, en zich compleet tegenovergesteld gedragen zodra ze de Middellandse Zee overgestoken zijn.’

‘Ook vandaag blijft het gewicht van de koloniale periode doorwegen in de fatale koers die de wereld vaart.’

Het Westen zit voortdurend gevangen tussen twee volkomen tegengestelde ambities. Het wil de rest van de wereld “beschaven” en tegelijk domineren. Dat zijn twee zaken die onmogelijk te combineren vallen. Wie de ander meer waardigheid, vorming en vrijheid wil geven, loopt het risico dat die ander zich niet langer zal laten onderwerpen.’

‘Praat maar eens over democratie in landen als Irak of Afghanistan,’ voegde Maalouf toe, ‘en binnen de kortste keren is er wel iemand die je apart neemt en uitlegt dat je ernstig moet blijven, dat de mensen er niet klaar voor zijn, dat het allemaal nog veel tijd zal vergen… Dat discours deed het al goed tijdens de dagen van de kolonisatie en blijkt nog steeds te werken.’

Ook vandaag blijft het gewicht van de koloniale periode doorwegen in de fatale koers die de wereld vaart, argumenteert Maalouf in zijn Schipbreuk der beschavingen en wanneer we hem nu opnieuw spreken: ‘Al wie komt aanzetten met het argument dat er toch ook positieve aspecten aan de kolonisatie waren, moet eens en voor altijd begrijpen dat dat een vals argument is. Men deed er alles aan om de afhankelijkheid van de bezette landen te bestendigen en de ontwikkeling van de mensen te dwarsbomen.’

‘De kolonisatie was onverantwoord en vaak crimineel. De uitermate desastreuze eindafrekening moet nog altijd vereffend worden, al zijn de mensen die vandaag leven natuurlijk niet verantwoordelijk voor de misstappen van het verleden.’

Maalouf praat over die historische trauma’s wel eens met vrienden in Frankrijk. Altijd is er dan wel iemand die uitroept dat de koloniale tijd “antieke geschiedenis” is. ‘Maar die ervaringen zijn enkel antieke geschiedenis voor westerlingen’, zegt Maalouf. ‘Zij hebben die gebeurtenissen achter zich gelaten. Dat geldt niet voor de volkeren uit het Zuiden, die nooit in hun menselijke waarde hersteld zijn en dus nooit de kans gehad hebben om het achter zich te laten.’

De auteur verwijst naar China, een land dat hij stilaan beter leert kennen, nu hij er een volgend boek over voorbereidt. China kan, na anderhalve eeuw, de trauma’s van de Opiumoorlogen overstijgen, omdat het de armoede overwint die het gevolg was van de koloniale tijd, zegt hij. ‘Pas nu kan men met rechte rug en opgeheven hoofd de wereld tegemoet stappen. Maar China is de uitzondering, niet de regel. Zeker de Arabische wereld, waar de ene ontsporing volgt op de andere schok, is zo ver nog niet.’

De identitaire verlokking

De auteur vertelt in Schipbreuk uitgebreid over die schokken en turbulenties in de Levant, een term die Maalouf veel liever is dan het eurocentrische ‘Midden-Oosten’. Centraal staat de opkomst van de politieke islam, eerst ten nadele van de seculiere Arabische nationalisten, daarna ten koste van het samenleven zelf.

De Algerijnse diplomaat Lakhdar Brahimi zei daarover in een gesprek in 2011: ‘Na de onafhankelijkheidsbewegingen in de jaren 1950 en 1960 hadden de mensen hun vertrouwen gesteld in ons, in de seculiere intellectuelen die zouden zorgen voor vooruitgang, rechtvaardigheid en waardigheid. De politieke islam bestond toen al in zijn gematigde, conservatieve en radicale vormen, maar niemand luisterde naar hun oproep om de republiek te verwerpen ten voordele van hun islamitische staat.’

De mislukking van de linkse en seculiere nationalisten creëerde ruimte voor rechtse, islamitische nationalisten.’

‘Wij hebben dat vertrouwen niet waargemaakt. We kunnen dus niet anders dan onszelf de schuld geven van het feit dat veel mensen zich vandaag achter de vlag van de politieke islam scharen. Ook al moeten we daar natuurlijk aan toevoegen dat de internationale omgeving ons echt niet geholpen heeft om onze beloften te realiseren.’

Wanneer ik dat citaat voorlees, geeft Amin Maalouf zijn vriend en geestesgenoot Brahimi heeft helemaal gelijk. ‘De nieuwe, postkoloniale machthebbers waren seculier. Niet dat ze elke religieuze uiting uit het openbare leven weerden, maar in elk geval deed hun nationalisme heel beperkt en gematigd een beroep op religie. Om zich af te zetten tegen de koloniale machten uit het Westen keerden die seculiere partijen de blik naar het Oostblok.’

‘Dat was een desastreuze keuze. Het economische model van de Sovjet-Unie bleek niet te werken in de praktijk, en het politieke model met zijn eenheidspartij en enorm uitgebouwde veiligheidsdiensten verstikte de samenleving. De beloofde ontwikkeling kwam er dus niet, net zomin als de beloofde democratie. De mislukking van die linkse en seculiere nationalisten creëerde ruimte voor rechtse, islamitische nationalisten.’

De conservatieve revoluties

Het falend Arabisch nationalisme en het opkomend islamisme brengen Maalouf in zijn nieuwe boek naar 1979, ‘het jaar van de grote ommekeer’. Zelf omschreef ik 1979 vaak als het jaar waarin God zijn comeback maakte op het toneel van de wereldpolitiek.

In Schipbreuk gaat Maalouf uitgebreid in op een serie cruciale gebeurtenissen in dat beslissende of noodlottige jaar. De Iraanse revolutie in januari, de start van de oorlog in Afghanistan eind december, de aanval op Mekka door gewapende militanten in november, de staatsgreep in Pakistan door de islamistische generaal Zia ul-Haq in april.

Ik leg Maalouf een uitspraak voor van voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, die ik in 2006 optekende: ‘In juni 1979 bracht Johannes-Paulus II zijn eerste bezoek aan Polen. Dát was het moment waarop duidelijk werd hoe groot de impact van geloof kon zijn op geopolitiek.’

Amin Maalouf knikt: ‘De Iraanse revolutie was een uitloper van de verzuurde verhouding tussen Iran en het Westen. Ze was ook een gevolg van de olie-omwenteling: die zorgde voor een Revolution of Rising Expectations, een revolutie van stijgende verwachtingen, en een diepe kloof tussen een elite die zich snel verrijkte en een massa die in armoede bleef leven. Intussen nam het extremisme toe in de Arabische wereld, zo toonden de aanval op Mekka en de gebeurtenissen in Pakistan en Afghanistan, waar de militante islam van de komende decennia gesmeed werd.

© JF PAGA Grasset

Amin Maalouf

De verkiezing van de Poolse paus gaf de onvrede met het Sovjetsysteem de wind in de zeilen. Karol Wojtyla vond trouwens een heel machtige bondgenoot in Zbigniew Brzezinski, de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur. Ook hij was katholiek en van Poolse afkomst.’

Maar Maalouf stelt niet alleen de opkomst van de politieke islam vast, hij wijst ook op de doorbraak van het neoliberalisme met de verkiezing van Margaret Thatcher. ‘Eind 1978 was Deng Xiaoping aan de macht gekomen in China, met zijn geloof in de markt. In 1979 Thatcher in het Verenigd Koninkrijk, en in 1980 Ronald Reagan in de Verenigde Staten. Daardoor veranderde wereldwijd en in enkele jaren tijd de hele kijk op de rol van de staat.’

De machtsgrepen van zowel islamistische als neoliberale bewegingen vonden niet toevallig in dat ene, lange jaar plaats, volgens Maalouf. ‘Enerzijds werd duidelijk dat het Sovjetsysteem onbekwaam was om de politieke en economische verwachtingen van mensen en landen in te lossen. Anderzijds was de Sovjet-Unie nog nooit op zoveel plaatsen actief geweest, gestimuleerd door de successen in de Indochinese oorlogen tegen de Verenigde Staten. De Sovjet-Unie was, met andere woorden, tegelijk in volle expansie en in volle crisis. Die enorme kwetsbaarheid werd langs religieuze kant, christelijke én islamitische, benut door conservatieve krachten. En langs economische zijde deed Thatcher in wezen hetzelfde.’

In 1979, zegt Maalouf, ‘werden de conservatieven revolutionair, terwijl de progressieve krachten in het defensief gedwongen werden om zoveel mogelijk te behouden wat ze verworven hadden.’

Minderheden aller landen

‘Links heeft zich nooit kunnen herstellen van de ideologische klappen die het in deze periode kreeg’, zegt Amin Maalouf nog. Die vaststelling staat bij hem ver van de zelfgenoegzame grijns van Europees nieuw rechts. Maar ze is zeker ook geen nostalgische hunkering naar een tijd waarin Moskou nog een alternatief beloofde.

‘Vandaag blijven alleen identitaire en communautaire stromingen over, en dus wordt wie tot een minderheid behoort, uitgesloten.’

Toch maakt hij in Schipbreuk bijna onopgemerkt een heel opvallende vaststelling: dat het marxisme niet alleen bevrijding beloofde aan de proletariërs aller landen, maar impliciet ook aan alle minderheden. Maalouf schrijft over minoritaires, niet minorités; in de Nederlandse vertaling valt die subtiele nuance tussen ‘mensen die tot een minderheid behoren’ en ‘minderheden’ jammer genoeg weg.

Amin Maalouf: ‘In heel wat landen van het Midden-Oosten namen burgers uit christelijke, joodse of andere minderheden vaak deel aan het politieke leven via bewegingen en partijen met marxistische inslag. Was dat typisch aan het marxisme? Misschien niet, maar de vaststelling is wel dat samen met die bewegingen ook de kans verdween om als christen of jood aan het hoofd van een belangrijke politieke stroming te komen. Vandaag blijven alleen identitaire en communautaire stromingen over, en dus wordt wie tot een minderheid behoort, uitgesloten.’

Komt er ooit een tijd waarin die wonden geheeld zullen zijn en de wereld een geloofwaardige vorm van gelijkheid en rechtvaardigheid zal kennen?, vraag ik Maalouf. Want tussen de droom van volwaardig burgerschap ongeacht afkomst, huidskleur, levensbeschouwing of geslacht en de realiteit staan repressieve instellingen, racisme en machtsongelijkheid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Dat is moeilijk te voorspellen,’ reageert de auteur, ‘maar ik hoop het, uiteraard. Om zo ver te komen, moet iedereen zich erkend voelen. En hoe lang dat kan duren, zie je in de Verenigde Staten, waar de Burgeroorlog eindigde in 1865 en het tot minstens 1965 duurde eer men de zwarte bevolking in het hele land echt gelijke rechten wou geven. Laat staan dat die bevolking ook gelijk behandeld werd. Als men gelijke burgerrechten meer dan honderd jaar tegenhoudt, uitstelt en uitholt, dan ligt de verantwoordelijkheid voor eventueel geweld niet enkel bij degenen die het uiteindelijk gebruiken om zich te verzetten.’

Dat geweld lijkt met de dag concreter te worden, in de straten van de Verenigde Staten maar ook in Europa. Is de schipbreuk der beschavingen echt nog wel te vermijden?

Amin Maalouf: ‘Ja, als men beseft dat er vandaag nieuwe verhoudingen opgebouwd moeten worden. Waardigheid is daarbij essentieel. Iedereen moet met opgeheven hoofd kunnen leven, vanuit het gevoel dat zijn of haar geschiedenis gerespecteerd wordt, dat zijn of haar cultuur en taal gerespecteerd worden, dat iedereen zich onder de mensen kan begeven zonder wezenlijke stukken van zichzelf te hoeven verbergen.’

Dit interview werd afgenomen voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur