Verontwaardiging bij registratie mensen op de vlucht uit Oekraïne

#plekvrij: ‘Na uren wachten zijn we amper opgeschoven’

© Justine Corrijn

Vrijwilligers helpen wachtenden.

Door de oorlog in Oekraïne zijn ondertussen al meer dan twee miljoen mensen op de vlucht uit het land. België heeft beloofd mensen op te vangen, maar de registratie in het voormalige Jules Bordet-ziekenhuis in Brussel verloopt enorm moeizaam. ‘Deze mensen hebben bombardementen overleefd en worden nu opnieuw aan hun lot overgelaten.’

Maandag 7 maart, vier uur in de namiddag. Tussen dranghekken wachten mensen op de vlucht uit Oekraïne in een lange rij. Ze zijn ingeduffeld tegen het gure weer en staan voor het voormalig Jules Bordet-ziekenhuis. Ze hopen allen op een registratie om het tijdelijke beschermingsstatuut te krijgen dat vorige week door de Europese Unie werd goedgekeurd.

‘Waarom is duidelijke communicatie hier niet mogelijk?’

Voor sommigen is deze registratie ook de enige hoop op een slaapplaats voor de nacht. Aan de ingang van het gebouw houden een tiental politieagenten een oogje in het zeil, terwijl vijf anderen rondlopen om de orde in de rij te handhaven. Politiewagens blokkeren de aanliggende straat. De politieagenten worden regelmatig aangesproken en moeten dan schouderophalend verklaren dat ook zij niet veel kunnen doen aan de situatie. ‘We zijn hier enkel voor de veiligheid’, klinkt het. 

Ik ben proMO*

 

Steun ons unieke non-profit mediaproject en word proMO*.

Je ontvangt ons magazine en geniet van een pak andere voordelen

Je maakt MO* mee mogelijk en steunt ons in onze missie.

Voor € 4/maand of € 50/jaar.

Ik word proMO*

Naast de dranghekken staan vrijwilligers snoepgoed uit te delen aan de vele kinderen in de rij. Anderen hopen dat ze onderdak kunnen bieden aan mensen die nog geen verblijfplaats hebben voor de komende dagen. We ontmoeten Philip, gepensioneerd en afkomstig uit Oost-Vlaanderen, die op eigen initiatief enkele mensen uit Oekraïne begeleidt. ‘We staan hier al sinds zes uur deze ochtend en zijn amper opgeschoven in de rij’, zegt hij gefrustreerd. De kantoren sluiten om 17 uur, dus binnengaan in het gebouw zit er voor hen niet meer in.

Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen stonden er die dag 1.500 mensen te wachten, maar konden er slechts 740 daadwerkelijk geregistreerd worden. Minder dan de helft. In een gesprek met MO* verklaart de Dienst Vreemdelingenzaken dat dit ook is waar het grote probleem ligt. Het registratiekantoor kan maximum 800 mensen per dag registreren, waardoor ze de grote en snelle toestroom van mensen niet aankunnen. Volgens hen zou de overheid op zoek zijn naar een andere en grotere locatie zodat de capaciteit verhoogd kan worden. 

Gebrek aan communicatie

Trillend op zijn benen hekelt Philip de chaotische aanpak in Brussel. Er wordt amper eten en drinken voorzien, er zijn geen toiletten en velen staan al uren te wachten in de kou. ‘Deze mensen hebben bombardementen overleefd en worden nu opnieuw aan hun lot overgelaten. Waarom is duidelijke communicatie hier niet mogelijk?’

Terwijl een vrijwilliger rondgaat met een pak appels en flessen water spreekt een vrouw ons aan in het Oekraïens. Samen met haar dertienjarige dochter staat ze sinds negen uur deze ochtend te wachten. Wijzend naar de politieagenten uit ook zij haar frustratie over het feit dat niemand van hen Oekraïens of Russisch spreekt.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen overwoog om een team ter plaatse te sturen om mensen in het Oekraïens te informeren, maar liet in een persbericht weten dat het uiteindelijk aan de overheid is om dit op te lossen. De Dienst Vreemdelingenzaken beweert dat er wel degelijk voldoende Oekraïense tolken aanwezig zijn en dat er ook fiches uitgedeeld zullen worden in het Oekraïens om mensen beter te informeren. Ook toiletten zouden voorzien worden.

© Justine Corrijn

De rechtse rij, bestemd voor mannen, lijkt op dinsdag 8 maart trager vooruit te gaan dan die voor vrouwen, kinderen en ouderen.

Ook Riet Dhont is verontwaardigd over de gang van zaken. Ze is al jarenlang actief bij Vriendschap zonder Grenzen, een netwerk van vrijwilligers opgericht door PVDA-militanten die vluchtelingen steunen. ‘Waarom moeten al die mensen naar Brussel komen? Het zou makkelijker zijn om het aanmeldpunt te decentraliseren.’ Riet wil aantonen dat je dit probleem beter op gemeentelijk niveau kan benaderen. Volgens haar zijn er hier slechts een twintigtal werknemers actief en beschikken ze maar over één werkende computer. De registraties zouden te vaak handmatig op papier verlopen.

Tekort aan opvangcentra

‘Dit is geen vluchtelingencrisis maar een opvangcrisis,’ oppert Riet. Ze vertelt dat de overheden over de jaren heen verschillende opvangcentra hebben gesloten. ‘Dat is ook een van de redenen waarom onze overheid de campagne #plekvrij is gestart. Door dit tekort is de regering nu op zoek naar andere opvangplaatsen. De solidariteit is overweldigend maar mensen hebben vragen over de gevolgen.’

‘Als het registreren vandaag niet lukt, dan morgen of overmorgen wel.’

Deze vragen gaan onder meer over de domiciliëring, want als je thuis iemand opvangt, moet die persoon zich bij jou inschrijven en bijgevolg dus domiciliëren. Dat kan volgens Riet grote gevolgen hebben: ‘Stel dat je alleen woont en een uitkering van 800 euro krijgt, dan wordt dat herleid naar 400 euro omdat je dan samenwoont met iemand.’ Riet pleit ervoor dat burgers beter geïnformeerd worden over het opvangen van vluchtelingen.

‘In 2015 werden we ook overspoeld door nieuwe vluchtelingen. Mensen stonden toen ook in de kou, net zoals vandaag.’ Dhont ziet oplossingen voor dit probleem: ‘De stad Brussel zou een expohal kunnen verhuren aan de federale overheid. Dan kan de organisatie beter verlopen.’

Oekraïense strijdvaardigheid

Aan het aanmeldpunt van Fedasil praten we nog met Diana, die samen met haar dochter en een vriendin van haar sinds de namiddag staat te wachten. Diana’s reis naar België nam vijf dagen in beslag. Nadat hun auto het op 21 februari begaf, brachten ze die twee dagen later naar de garage. Op 24 februari brak de oorlog uit.

Er zat voor hen niets anders op dan met de trein te vluchten. Haar man is achtergebleven in Lviv. Ook haar ouders en zus zitten nog steeds in Oekraïne. ‘Zij is gisteren bevallen,’ vertelt Diana. ‘Mijn zus blijft tot het einde. Zij wil vechten voor ons land.’ Diana barst in tranen uit wanneer ze haar verhaal vertelt. Ze verblijft samen met de twee tienermeisjes momenteel bij een zakenpartner in Gent. Ze vertrok er deze middag om zich in Brussel te registreren, maar ook voor haar zal het vandaag niet lukken om het gebouw binnen te wandelen. 

© Justine Corrijn

Terwijl hun ouders geduldig wachten in de lange rij, voetballen enkele kinderen op het voetpad.

Diana bekijkt de situatie door een roze bril en hoopt dat andere mensen haar auto nu kunnen gebruiken om weg te vluchten uit Kiev. Ze benadrukt haar dankbaarheid voor Europa. ‘Ik ben de mensen van Europa, maar Polen in het bijzonder, zo dankbaar.’ Terwijl ze haar handen balt, spreekt ze luid en duidelijk. ‘Oekraïne is een oorlog voor Europa aan het vechten en we zullen winnen. We moeten terugvechten en Poetin stoppen.’ Ze vertaalt hun nationale motto: ‘Slava Ukraini! Heroiam slava!’,  Glorie aan Oekraïne! Glorie aan de helden! ‘Ik ben er zeker van dat we snel terug kunnen keren naar Oekraïne.’

Al voetballend wachten op de toekomst

Een dag later, dinsdag 8 maart, keren we terug naar het registratiepunt. De rij is nog langer dan maandag en is nu bewust gesplitst, links en rechts van het gebouw. Pictogrammen op de muren maken duidelijk dat de linkse rij bestemd is vrouwen, kinderen en ouderen. De rechtse rij is bestemd voor mannen en gaat beduidend trager vooruit.

Enkele vrijwilligers smeren boterhammen en delen thee en koffie uit aan de wachtenden. Kinderen spelen voetbal op het voetpad. Ondertussen blijven bussen met vluchtelingen toekomen. Terwijl vrijwilligers van het Rode Kruis voedsel uitdelen, loopt een vrouw met papieren langs de rij. ‘Dit zijn jullie rechten op het Belgische grondgebied.’ De papieren worden druk gelezen en aan de buitenmuren van het gebouw gehangen.

© Justine Corrijn

Regelmatig worden de politieagenten aangesproken door omstaanders. Zij kunnen niet veel veranderen aan de situatie.

We praten nog even met Artur. Ongeveer zeven jaar geleden kwam hij vanuit Oekraïne naar België. Zijn moeder vluchtte recent ook naar België. Hij wacht buiten terwijl zijn moeder geduldig aanschuift in de rij. Gisteren probeerde hij in het lokale stadhuis haar registratie te voltooien, maar hij werd doorverwezen naar Brussel. Op de vraag of hij het lange wachten nog ziet zitten, antwoordt hij lachend: ‘Als het registreren vandaag niet lukt, dan morgen of overmorgen wel. Of desnoods volgend jaar.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift