Oekraïense auteur Ostap Ukrainets: ‘Wij zijn overtuigd van onze overwinning’

‘Om de laatste dagen van de oorlog in Oekraïne uit te leggen is een eeuw context nodig’

© Укравтодор / Facebook

Voor de wereld is de Russische inval in Oekraïne het begin van een onverwachte oorlog met een onverwacht verloop, schrijft de Oekraïense auteur Ostap Ukrainets in een opiniestuk. ‘Voor ons is het de afsluiting van een lang historisch proces. De uiteindelijke verbreking van alle contact met onze agressieve buurman.’

Mijn vrouw en ik verlieten Kiev op de avond van 23 februari, zes uur voordat de bommen begonnen te vallen. We hadden op de een of andere manier onze paspoorten met Ierse visa achtergelaten. Diezelfde avond hadden we met vrienden gesproken over een literaire residentie in Cork, waar we volgende maand heen zouden gaan.

Op de ochtend van de 24e werd ik gewekt door een telefoontje van mijn moeder: ‘Heb je het nieuws al gehoord?’ Nee, maar uit de vraag en uit haar toon begreep ik dat Rusland was begonnen met een grootschalig militair offensief. De oorlog met Rusland was al acht jaar aan de gang, en de laatste maanden had het nieuws van tanks en troepen die zich aan onze grenzen verzamelden een schaduw over ons geworpen. ‘Heb je het nieuws gehoord?’ kon alleen maar betekenen dat de oorlog was verklaard.

Rusland was inderdaad begonnen met zijn offensief en op verschillende plaatsen waren al gevechten uitgebroken, maar dat was niet waar mijn moeder het over had. Of beter gezegd, dat was niet het enige. Voor haar was wereldnieuws ook lokaal nieuws: ‘Ze hebben Ivano-Frankivsk gebombardeerd!’

Bij mijn aankomst word ik begroet door rookpluimen die opstijgen uit een brandstofdepot dat het doelwit was van Russische raketten.

Ivano-Frankivsk is een kleine stad op bijna 1000 kilometer van de Russische grens, dichter bij Berlijn en Wenen dan bij het gewapende conflict. Onze geboortestad was gebombardeerd – de vliegtuigen en het militaire vliegveld, om precies te zijn. Bij mijn aankomst word ik begroet door rookpluimen die opstijgen uit een brandstofdepot dat het doelwit was van Russische raketten. Tegen die tijd zijn de vliegtuigen van onze kant allemaal in de lucht. Iedereen is nog in leven, zij het enigszins verdoofd. We zijn het niet gewend om rond vijf uur ’s ochtends door bommen gewekt te worden.

Ostap Ukrainets

Ostap Ukrainets is geboren in 1994 in Kalush, in het westen van Oekraïne. Hij behaalde zijn bachelor- en masterdiploma in vergelijkende literatuur aan de Nationale Universiteit van Kyiv-Mohyla Academie. In 2014 debuteerde hij als vertaler, en vervolgens, in 2017, als schrijver. Drie van zijn vier romans zijn gewijd aan historische gebeurtenissen en verkennen de Oekraïense identiteit door het prisma van postkoloniale en traumastudies. Een jaar voor de invasie opende hij met zijn vrouw en hun collega een uitgeverij die gespecialiseerd is in geesteswetenschappen.

De eerste dag gaat in een waas voorbij. Ik heb geen ervaring in het leger; ik was om gezondheidsredenen vrijgesteld van militaire dienst. Mijn vrouw en ik bevinden ons diep in het binnenland, ver van de grens: zelfs in vredestijd duurt het meer dan een dag en een nacht om ons te bereiken. Maar alles en iedereen staat onder stroom: de sociale media, de radio, de tv en de mensen die in de rij staan, gonzen allemaal met dezelfde frequentie. Het eerste teken van oorlog hier zijn de rijen in de winkels en bij de benzinestations. De mensen zijn niet in paniek, maar ze willen er zeker van zijn dat ze voorraden hebben. De rijen voor de geldautomaten beginnen tegen de avond op te lopen.

Wanneer we thuiskomen, bespreken we de gebeurtenissen in algemene bewoordingen, maken geld over naar collectes voor het leger, en denken na over wat we verder moeten doen. Europese landen openen hun grenzen voor vluchtelingen; het Oekraïense leger laat Duitse analisten en generaals op overtuigende wijze zien dat ze een stelletje watjes zijn; en wij moeten onze plaats aan het voorlichtingsfront zien te vinden.

‘Soms daalt het aantal van onze live-views in een keer sterk, wat betekent dat de sirenes voor luchtaanvallen weerklonken hebben in een van de grote steden en iedereen zijn toevlucht heeft genomen tot de schuilkelders.’

We schrijven brieven waarin we de situatie uitleggen aan mensen in het buitenland — eerst in het Engels, maar al snel vinden we vertalers in het Duits, Frans, Pools, Hongaars, Hebreeuws, en andere talen. We sturen de brieven naar iedereen die we kennen. Aangezien het 24 uur duurt om van actieve gevechtszones naar hier te komen, hoeven we ons nog geen zorgen te maken over vluchtelingen: de meesten vinden onderdak voor ze zo ver zijn. We hebben tijd om reserveverblijven klaar te maken, en het fysieke werk helpt om onze gedachten te verzetten.

Na acht jaar hybride oorlog in Donbas worden we nu eindelijk gezien en gehoord zonder tussenpersonen.

Als je met een computer werkt, is het onmogelijk om jezelf af te leiden van wat er gaande is. Na elke tweede zin beweegt je hand uit zichzelf om het nieuws van het front te verversen: al je nieuwsfeeds op sociale netwerken zijn gevuld met kleine foto’s van plakband waarmee je vrienden in Kharkiv, Kiev en andere steden hun ramen beplakken om te voorkomen dat het glas versplintert tijdens een ontploffingsgolf.

Tegen de avond zijn alle gerichte advertenties op mijn feed gerelateerd aan Oekraïne: Oekraïense vlaggen, kleding met Oekraïense symbolen erop gedrukt, en Oekraïense souvenirs worden aangeboden door verschillende fabrikanten die schrijven dat de winst naar het Oekraïense leger zal worden gestuurd. Ik wil ze allemaal schrijven en zeggen: je richt je op de verkeerde locatie, vriend! Oekraïne heeft nu geen souvenirs nodig: het heeft pijnstillers, bloedstelpende middelen, tourniquets, kogelvrije vesten, helmen en pantsers nodig.

Toch hebben we de plotselinge indruk dat de informatiebarrière is doorbroken. Na acht jaar hybride oorlog in Donbas, waar de meeste vreedzame Europese burgers alleen over hebben gehoord via door Rusland gefinancierde nieuwszenders, worden we nu eindelijk gezien en gehoord zonder tussenpersonen.

Ik begin in het Engels te schrijven op mijn Twitter en elke dag komen er honderden buitenlandse volgers bij; ik ben er zeker van dat ze de accounts van het leger, de veiligheidsdienst en het presidentieel bureau op hetzelfde moment lezen als de mijne.

‘Wij krijgen veel verzoeken om uit te leggen wat er precies gebeurt en waarom. Daar kunnen we enkel een verslagen zucht bij slaken, want om de laatste drie dagen van de oorlog uit te leggen is een eeuw context nodig.’

Natuurlijk zou het mooi zijn geweest als deze belangstelling er vroeger was geweest, maar vroeger is al voorbij. Wij moeten een oorlog uitvechten en de gigantische informatiekloof over Oekraïne opvullen die in het Westen nog steeds bestaat. De meeste mensen denken nu tenminste niet meer dat wij gewoon Russen zijn. Om te beginnen kunnen we het daarover eens zijn.

’s Avonds gaan mijn vrouw en ik live op YouTube. In het verleden logden we af en toe in om naar muziek te luisteren of met onze abonnees te praten, maar we hebben nu besloten om elke dag berichten te plaatsen om de mensen eraan te herinneren dat we samen zijn, dat we verenigd zijn, en dat we standhouden, waar we ook zijn en wat we ook doen. De mensen op de chat komen meestal uit Kramatorsk, Kharkiv en andere steden die zwaar onder vuur genomen worden door Rusland.

Soms daalt het aantal van onze live-views in een keer sterk, wat betekent dat de sirenes voor luchtaanvallen weerklonken hebben in een van de grote steden en iedereen zijn toevlucht heeft genomen tot de schuilkelders. Een persoon blijft vanuit de schuilkelder naar ons luisteren en merkt op dat het internet daar erg traag is.

De rijen voor de geldautomaten en benzinestations verdwijnen geleidelijk, en het werk komt weer op gang. Het meest verontrustende nieuws op de eerste dag is dat Rusland Tsjernobyl heeft ingenomen. De volgende dag toont het nieuws de Russen buiten Kiev; het laat zien hoe ze daar sterven.

De mensen in het binnenland van Oekraïne komen bij zinnen, ze leren eerste hulp te verlenen en verzamelen voedsel, medicijnen, kleding en militaire uitrusting. De volgende ochtend verschijnt er een aankondiging in de plaatselijke chatgroep op een alledaagse toon: ‘Mede afgestudeerden van de middelbare school! We hebben mensen nodig om schuilkelders in te richten en de school uit te rusten voor de vluchtelingen. Kom alstublieft langs om te helpen!’

We worden overspoeld door een golf van verzoeken uit het buitenland. Tientallen journalisten, vrijwilligers en toevallige kennissen die ons jaren geleden via couchsurfing onderdak boden, schrijven ons. Honderden vrouwen en kinderen steken de grens over naar Polen. Vanuit Polen komen honderden vrijwilligers naar Oekraïne met alles wat we nodig zouden kunnen hebben. Een Poolse schrijver wiens werk ik ooit naar het Oekraïens vertaald heb, doorkruist heel Polen tot aan de Oekraïense grens met humanitaire hulp.

Internationale uitwisselingsprogramma’s werken uitstekend; wij kunnen nauwelijks genoeg vervoer vinden voor mensen die het conflict ontvluchten en vinden amper de tijd om mensen die geld aanbieden in contact te brengen met wie toegang heeft tot goederen die nodig zijn aan de frontlinie.

Wij krijgen veel verzoeken om uit te leggen wat er precies gebeurt en waarom. Daar kunnen we enkel een verslagen zucht bij slaken, want om de laatste drie dagen van de oorlog uit te leggen is een eeuw context nodig. Context die tot nu toe door Rusland en zijn overheersende wereldbeeld werd beheerst. Vooraf had ik die context graag in detail uitgelegd, want dat doe ik toch al twee jaar in Oekraïne zelf (waar de Russische propaganda nog extremer alomtegenwoordig is dan over de grens).

We kunnen het er echter over hebben na onze overwinning. We kunnen erover praten als de landen die voorspelden dat Oekraïne binnen een aantal uur — misschien een dag of twee — zou vallen, zich eindelijk inlezen in onze geschiedenis en begrijpen wat hier is gebeurd en waarom. Dan zal daar tijd voor zijn. Maar niet nu.

De vele abcessen die Rusland in de afgelopen jaren heeft geplant, zijn eindelijk doorboord.

Op de tweede dag van de oorlog verschijnen er fluorescerende markeringen op de grond, diep in het binnenland. We beginnen Russische saboteurs te betrappen op wegen en in bossen. Mensen herhalen steeds hetzelfde, dat dit allemaal een poging is om paniek te zaaien, maar van paniek is bij de meeste niet echt sprake. We zijn allemaal gewoon woedend; we branden van woede en willen dat dit zo snel mogelijk voorbij is.

Iedereen heeft onafgewerkte zaken uit de vredestijd en we gaan daar liever naar terug dan dat we ons leven riskeren om onze indringers terug te sturen naar de hel waar ze vandaan kwamen. En deze woede, dit diep Oekraïense idee van “don’t touch my corner, it doesn’t belong to you”, verenigt het grootste deel van onze natie tot een enkel organisme. Zo was het ook tijdens de Maidan-protesten in 2014, alleen op een veel, veel kleinere schaal.

Dit organisme mag dan wel disharmonisch en chaotisch zijn, het wordt verenigd door een zeer eenvoudig en universeel begrepen gemeenschappelijk doel: het met geweld herstellen van de vrede en orde die het werd ontnomen.

We zijn tot het laattijdige besef gekomen dat de dingen nooit meer hetzelfde zullen zijn als voor de oorlog. Nooit meer. De vele abcessen die Rusland in de afgelopen jaren heeft geplant, zijn eindelijk doorboord. Ik heb het over de saboteurs die enkele maanden voor de invasie naar Oekraïne zijn gestuurd en over de saboteurs die hier al jaren wonen: er zijn verhalen in Kiev, Odessa, Vinnytsia en andere steden over plaatselijke Russisch-orthodoxe priesters die navigatiemarkeringen achterlaten voor de Russische strijdkrachten.

Voor ons is het conflict de afsluiting van een lang historisch proces – de uiteindelijke verbreking van alle contact met onze agressieve buurman,

Russische priesters roepen de Oekraïners op om te capituleren voor de Russen, en steeds luider gaan stemmen op om de Russisch-orthodoxe kerk uit Oekraïne te verdrijven. Mijn stem is daar een van. Het netwerk van agenten waarop Rusland decennialang heeft vertrouwd, is in de eerste dagen van de oorlog uiteengevallen. Dit gebeurt voor onze ogen — zelfs de ogen van ons, vrijwilligers ver van het actieve conflict.

Voor de wereld is dit een onverwachte oorlog die een onverwacht verloop zal hebben. Voor ons is het de afsluiting van een lang historisch proces – de uiteindelijke verbreking van alle contact met onze agressieve buurman, die decennialang heeft geprobeerd iedereen ervan te overtuigen dat de Oekraïners niet als een apart volk bestaan.

Juist daarom zijn wij overtuigd van onze overwinning.

Daarom gedenken wij elke graankorrel die in beslag werd genomen tijdens de Holodomor, de volkerenmoord door hongersnood die tussen 1932 en 1933 in Oekraïne plaatsvond.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Wij herinneren ons elke kogel die zich tijdens de stalinistische repressie van 1937 en 1938 in onze kunstenaars en schrijvers boorde.

Wij herinneren ons elke leugen, elke poging om ons bestaan te ontkennen en ons te dwingen op te gaan in “één natie”, een natie die nooit heeft bestaan.

We herinneren het ons.

En we zijn overwinnaars.

Deze opinie werd oorspronkelijk gepubliceerd in de Los Angeles Review of Books op 7 maart 2022 en werd vertaald uit het Engels door Brita Vandermeulen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift