De Al-Aqsamoskee is meer dan een heilige site, het is een Palestijns nationaal symbool

‘Al-Aqsa is het laatste bolwerk van verzet tegen de bezetting van Oost-Jeruzalem’

© Willem De Maeseneer

De toeristische trekpleister Haram Al-Sharif bevindt zich in het woelige Oost-Jeruzalem, Palestijns gebied dat bezet wordt door Israël.

Het nieuws over de dood van de Palestijnse journaliste Shireen Abu Akleh ging vorige week de wereld rond. Maar het is al een hele tijd erg onrustig in Israël en bezet Palestijns gebied. Zo is de heilige site rond de Al-Aqsamoskee al weken het toneel van gewelddadige clashes tussen de Israëlische oproerpolitie en Palestijnse gelovigen. Maar is dit meer dan een religieus conflict?

Het is een zonnige donderdagochtend begin mei wanneer een lange rij toeristen aanschuift in de Heilige Stad, Jeruzalem. Ze staan te wachten om Haram Al-Sharif te bezoeken, ofwel het Nobele Heiligdom, dat vooral bekend is om de Rotskoepel- en de Al-Aqsamoskee.

Deze toeristische trekpleister bevindt zich in het woelige Oost-Jeruzalem, Palestijns gebied dat bezet wordt door Israël. Na Mekka en Medina is het de derde heiligste plek voor moslims, maar het is ook de belangrijkste plek binnen het jodendom, die het de Tempelberg noemen.

Na bijna een uur wachten krijgen de toeristen te horen dat het terrein volzet is en dat er geen bezoekers meer worden binnengelaten. Op Twitter verschijnen iets later beelden van de Israëlische oproerpolitie die het heiligdom bestormt.

Het was een zoveelste botsing tussen de Israëlische ordediensten en Palestijnse gelovigen in een maand tijd, waarin de ramadan, de islamitische vastenmaand, samenviel met het joodse Pesachfeest. Wekelijks kwam het tot clashes tussen de Israëlische veiligheidsdiensten en jonge Palestijnen op de heilige site.

Oog van de storm

Bijna exact een jaar geleden mondde een gelijkaardige escalatie op de site van de Al-Asqamoskee uit in nieuwe bombardementen op Gaza met minstens 151 burgerdoden. De escalaties in Jeruzalem volgden toen op geplande uithuiszettingen van Palestijnse families in de wijk Sheikh Jarrah, in Oost-Jeruzalem.

Ook de afgelopen weken zorgden tal van gebeurtenissen voor de uitbarsting van een nieuwe storm. Minstens 20 Israëli’s, de meesten burgers, kwamen om bij 7 Palestijnse aanslagen. Israëlische ordetroepen doodden in dezelfde periode 30 Palestijnen, velen van hen niet-strijders. Nadat de Islamistische Jihad in Gaza twee raketten op Israël afvuurde, nam Israël wraak door Hamas en de Islamitische Jihad in Gaza te bombarderen.

En dan volgde vorige week de dood van de Palestijnse journaliste Shireen Abu Akleh. Tijdens een militaire operatie van het Israëlische leger in Jenin, een stad in het noorden van de Westelijke Jordaanoever, werd ze doodgeschoten. Een andere journalist raakte gewond. Voor haar werkgever, Al Jazeera, en collega’s die ter plaatse waren, kan alleen maar sprake van ‘moord in koelen bloede’ zijn door de bezettingstroepen.

Zo vormt Al-Aqsa wel vaker het oog van de Israëlisch-Palestijnse storm. Wanneer aan de moskee wordt geroerd, trekken donkere wolken samen boven het hele gebied. Meer dan één van de heiligste plaatsen binnen de islam, is het ook een nationaal symbool van alle Palestijnen, moslims én christenen.

‘Palestijnen zijn zich ervan bewust dat wanneer ze Al-Aqsa verliezen, ze Jeruzalem verliezen. Dan is er geen sprake meer van een Palestijnse staat’, legt Mustafa Barghouti uit. Behalve arts is Barghouti een van de oprichters van het Palestijns Nationaal Initiatief, een politieke partij dat een alternatief voor zowel Fatah als Hamas wil zijn. Hij is ook een voormalig presidentskandidaat.

Behalve de confrontaties aan Al-Aqsa is er ook een toenemend aantal joodse bezoekers op de site die het de Tempelberg noemen. Dat verontrust de Palestijnen.

Volgens de joodse overlevering stonden de twee belangrijkste joodse tempels ooit op die plaats, wat het de allerbelangrijkste plek binnen het jodendom maakt. De eerste tempel werd verwoest door de Babyloniërs, de tweede door de Romeinen in de eerste eeuw na Christus. Het enige restant daarvan is de Klaagmuur, waarboven Haram-Al-Sharif uittorent.

© Willem De Maeseneer

De minaret van de Al-Aqsamoskee en het vergulden dak van de Moskee van de Rotskoepel kijken uit op de Klaagmuur.

‘Vlucht!’

Op diezelfde donderdag begin mei staan ‘s namiddags heel wat minder toeristen aan te schuiven om de site te bezoeken. Misschien omwille van de confrontaties die zich er ‘s ochtends afspeelden?

Wanneer het hek opent gaat een groep van zo’n 30 joodse gelovigen in traditionele kledij vooraan staan. De Israëlische bewakers laten hen als eerste binnen en sluiten het hek opnieuw. Na 20 minuten wachten, kunnen ook de wachtende toeristen dan toch het Nobele Heiligdom betreden. De imposante Rotskoepel valt onmiddellijk op en lijkt neer te kijken op de eerder bescheiden Al-Aqsamoskee die zich op een lager platform bevindt.

De sfeer is gespannen. Over de uitgestrekte esplanade lopen toeristen en Palestijnen door elkaar. Eén groep mannen lijkt wel een cordon te vormen voor de Al-Aqsamoskee.

Op de trappen naar de Rotskoepel ontstaat een discussie tussen een oudere man en een groep Israëlische politieagenten. Enkele ogenblikken later worden de treden naar de Rotskoepel krachtdadig ontruimd.

© Willem De Maeseneer

Een Palestijnse man gaat in discussie met Israëlische politieagenten op de trappen naar de Moskee van de Rotskoepel. Ogenblikken later worden de trappen ontruimd.

Een groep joodse gelovigen verschijnt iets later, omringd door nerveus rondkijkende gewapende agenten. Ze volgen een duidelijk afgebakende route, terwijl het geroep van Palestijnen in de omgeving aanzwelt. De gemoederen zijn sinds de ochtend nog steeds verhit, vertelt een gesluierde vrouw. Een andere groep joodse bezoekers probeerde toen Israëlische vlaggen op te hangen.

Politieagenten verzamelen zich voor de mannen die de Al-Aqsamoskee beschermen. Verwensingen worden heen en weer geschreeuwd. De agenten zetten zich in slagorde. ‘Vlucht, het is hier niet veilig’, zegt een Palestijn die me bij de arm neemt. ‘Het kan de agenten niet schelen wie je bent of waar je vandaan kom.’

Na een korte charge van de agenten worden een vijftal jongeren opgepakt en afgevoerd. De groep joodse bezoekers wordt van het terrein begeleid en ook voor de toeristen is het bezoek vervroegd afgelopen.

© Willem De Maeseneer

Een groep joodse bezoekers wordt op het terrein geëscorteerd door zwaarbewapende politieagenten.

“Rubberen” kogels

Aanzienlijk meer joodse gelovigen worden er sinds vorige zomer door zwaarbewapende Israëlische oproerpolitie begeleid. Niet-moslims mogen het terrein volgens decenniaoude regels wel degelijk bezoeken, maar er openlijk bidden is uit den boze.

Maar een groot deel van de bezoekers behoort tot groepen die het idee aanhangen om de moskeeën op Haram Al-Sharif te slopen en er een derde joodse tempel te bouwen. Dat zou namelijk de komst van de joodse messias inluiden.

Het gaat om joodse groepen die nog rechtser zijn dan de zionistische beweging. Maandenlang al riepen ze aanhangers op om naar de Tempelberg af te zakken om er te bidden. Er werden zelfs geldprijzen aangeboden voor wie er een geit kon offeren tijdens Pesach. Sommigen probeerden daarop geiten binnen te smokkelen, anderen vervielen in gebed of haalden Israëlische vlaggen boven.

Het zijn zaken die door Palestijnen gezien worden als een rechtstreekse provocatie. Palestijns protest hiertegen, wordt beantwoord met rubberkogels en traangas. De Israëlische politie verklaart telkens dat Palestijnse jongeren de eerste steen wierpen. Palestijnse getuigen wijzen naar de Israëlische ordetroepen als aanstichters van het geweld.

Ook de Al-Aqsamoskee zelf werd binnengedrongen door Israëlische veiligheidstroepen. Eeuwenoude glasramen werden daarbij vernield. Honderden jonge Palestijnen werden gearresteerd, en volgens de Palestijnse Rode Halve Maan vielen er aan Palestijnse kant meer dan 300 gewonden in minder dan een maand tijd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Een van de ergst confrontaties vond plaats op 15 april. Toen drong een grote politiemacht Haram-Al-Sharif binnen rond 5 uur ’s ochtends wanneer duizenden Palestijnen aanwezig waren voor het ochtendgebed. Tijdens de ramadan sliepen zelfs velen van hen in de moskee, als een manier om hun heiligdom, dat ze als bedreigd beschouwen, extra en in groten getale te beschermen.

Ook Mustafa Barghouti was erbij. Volgens de arts waren de Israëlische ordetroepen er die ochtend op uit om dat stille verzet te breken door het terrein te ontruimen. ‘Ze begonnen mensen te slaan en te beschieten met wat ze rubberkogels noemen. In werkelijkheid gaat het om vrij grote en zeer gevaarlijke metalen projectielen met een rubberen omhulsel.’

Barghouti vertelt hoe hij zag dat politieagenten mensen neerschoten zonder onderscheid, en vanop korte afstand. ‘De meeste aanwezigen werden zo naar buiten gewerkt, behalve een groep die zich had verschanst in de moskee.’ De ordetroepen vielen dan het gebedshuis binnen, en bestookte de groep met verschillende salvo’s traangas-, verdovingsgranaten en rubberkogels.

Vijf uur lang duurde het. Tussen 300 en 400 Palestijnen werden gearresteerd. Volgens de Palestijnse Rode Halve Maan werden die dag 156 mensen verwond, waarvan minstens 40 ernstig.

Barghouti, zelf internist en cardioloog, ging achteraf helpen op de spoedafdeling in het Makassed-ziekenhuis in Oost-Jeruzalem. ‘Er waren minstens 20 patiënten met letsels aan de schedel’, vertelt hij. ‘Verschillenden van hen hadden schedelbreuken met interne bloedingen tot gevolg.’

De leeftijd van de slachtoffers varieerde van 15 tot 79 jaar oud, getuigt Barghouti. ‘Ik zag een 79-jarige man wiens onderkaak en bovenkaak volledig verbrijzeld waren door die zogenaamde rubberkogels, hij moest een spoedoperatie ondergaan en was ernstig verzwakt. Een negentienjarige jongen had zijn linkeroog verloren.’ Die dag liep een journalist een gebroken arm op van een wapenstok, en werden hulpverleners verhinderd om het terrein te betreden.

‘Ik zag geen enkele aanleiding voor deze invasie. Dit was gepland.’

De Israëlische politie verklaarde dat ze de site die dag binnenvielen omdat er stenen gegooid werden naar de Klaagmuur. Nonsens, vindt Barghouti dat. ‘Waarom stond er al bij het ochtendgloren zo’n grote troepenmacht klaar? Waarom arresteerden ze dan niet alleen die relschoppers in plaats van het hele terrein te ontruimen? Ik heb geen enkele grond voor deze invasie gezien, dit was gepland.’

© Willem De Maeseneer

Dokter Mustafa Barghouti, een Palestijnse arts en politicus, was ter plaatse tijdens een van de ergste confrontaties in Haram-Al-Sharif.

‘Een plaats van vrede’

‘Dit is onze meest heilige plaats’, vertelt een van de joodse bezoekers die donderdagochtend in de wachtrij aan Haram Al-Sharif, of de Tempelberg. De jongeman met een vriendelijk gezicht wil spreken, maar enkel onder de schuilnaam David. Hij blijkt een Amerikaanse student te zijn die in Israël woont.

‘Het is heel belangrijk dat we hier zo vaak mogelijk zijn. Gelovigen begonnen naar ons te roepen en er was agressie. Dat is triest, want uiteindelijk staat het geschreven dat onze tempel een plaats wordt voor volkeren van alle naties, een plaats van vrede.’

Op de vraag wanneer de derde tempel moet herbouwd worden antwoordt hij zo snel mogelijk. ‘Maar de mensen zijn er nog niet klaar voor. Als elke jood hier zou komen bidden, zouden we hem nu al kunnen bouwen. Helaas zijn de joden die geloven in het komen naar de Tempelberg in de minderheid.’

Volgens David hoeft de moskee hiervoor niet per se te wijken. ‘Die bevindt zich niet waar de oorspronkelijke tempel werd gebouwd. Misschien is het technisch mogelijk is dat ze naast elkaar kunnen bestaan. Maar het is complex en er zullen veel dingen moeten veranderen eer dat kan gebeuren.’

© Willem De Maeseneer

Kinderen spelen in de straten van de oude stad, in bezet Oost-Jeruzalem.

Tamer, die een kruidenierszaak heeft in het moslimkwartier van de oude stad, is er een stille overname van Haram-Al-Sharif aan de gang. Ook hij wordt liever niet met zijn echte naam vernoemd. ‘Als de provocaties voortduren zal komende maanden nog meer onrust volgen. En als Israël niet inbindt, misschien zelf een derde intifada.’

‘Als de provocaties voortduren zal er nog veel onrust volgen. Misschien komt er zelfs een derde intifada.’

Net als de meeste Palestijnen die MO* spreekt denkt hij dat de Israëli’s de status quo in Al-Aqsa willen veranderen, waarbij ze het complex ofwel willen overnemen of verdelen tussen joden en moslims.

De status quo waarover gesproken wordt verwijst naar een reeks afspraken die tot stand kwamen toen Israël Oost-Jeruzalem, samen met de rest van de Westelijke Jordaanoever, veroverde op Jordanië in 1967. Daarin staat dat het dagelijks bestuur van het Nobele Heiligdom in handen is van een islamitische stichting, de waqf genaamd. Niet-moslims mogen de site bezoeken, op bepaalde tijdstippen en op voorwaarde dat ze er geen geloof belijden.

Israël ging destijds akkoord met die regeling om onenigheid met moslims te voorkomen. Bovendien is het volgens een meerderheid van joodse religieuze autoriteiten verboden voor joden om de Tempelberg zelfs maar te betreden. Dat komt omdat niet geweten is waar het inner sanctum van de verwoeste tempels zich precies bevond. In die ruimte bevond zich volgens de overlevering de ark des verbonds, een kist met de stenen tafelen. Als gewone joden die heilige plek betreden zou dat heiligschennis zijn. Daarom bidden de meeste joodse gelovigen aan de Klaagmuur in afwachting van de derde tempel.

Volgens David is het risico op heiligschennis beperkt. ‘Op basis van geschriften en archeologische vondsten, weten we waar het inner sanctum zeker níet was, dus we lopen er gewoon omheen.’

Sluipende kolonisatie

Zowel minister van Buitenlandse Zaken Yair Lapid als de Israëlische premier Naftali Bennett zeggen niet te willen tornen aan de gemaakte afspraken. Volgens de status quo heeft Israël in theorie dus geen autoriteit binnen het moskeecomplex zelf. Maar de feiten op het terrein laten iets anders zien.

De voorbije jaren werd de waqf steeds meer naar de marge verwezen en begon Israël eenzijdig bezoeken te organiseren — onder zware politiebescherming — voor leden van de zogenaamde Tempelbeweging. Dat is een losse verzameling van groepen waarvan velen de bouw van de derde tempel willen bespoedigen door de moskeeën te slopen.

‘Ik vraag niet om gelijkheid op de Tempelberg; er is geen gelijkheid — het is van ons en van ons alleen’, verkondigde Moshe Feiglin al in 2014. Die was toenmalig vicevoorzitter van het Israëlische parlement van de Likud-partij van premier Benjamin Netanyahu.

Sindsdien verwierf de Tempelbeweging steeds meer aanhang bij functionarissen in de hoogste regionen van de Israëlische politiek. Kort na zijn aantreden als premier zei Bennett dat ook joden het recht hebben om te bidden op de Tempelberg, wat haaks staat op de status quo. Toen hij nog minister van Onderwijs was onder Netanyahu, stonden verschillende tempelorganisaties op de lijst met aanbevolen locaties voor schooluitstapjes.

Het is een lastige evenwichtsoefening voor Bennett die onder druk staat van de rechtse oppositie sinds hij vorig jaar een regering met een nipte meerderheid vormde. Zijn coalitie staat bijzonder zwak, en hij moet ook de radicale facties binnen de eigen achterban tevreden houden.

Terwijl het aantal bezoekers en incidenten bij de Al-Aqsamoskee onder Netanyahu traag groeiden, gaan ze onder Bennett opvallend snel de hoogte in. In november vorig jaar zei een Tempelberggroep dat meer dan 10.000 joden de site hadden bezocht tussen september en november, een stijging van 80% tegenover vorige jaren. Israëlische media spraken tijdens de Pesachweek van dit jaar over minstens 4600 joodse bezoekers.

Voor Palestijnen is dit een volgende stap in de sluipende kolonisatie van Oost-Jeruzalem. Al decennialang worden Palestijnse families uit hun huizen gezet in de wijken rond Al-Aqsa, zoals Sheikh Jarrah en Silwan, om plaats te maken voor joodse kolonisten. Israël maakt er geen geheim dat het Oost- en West-Jeruzalem wil samenvoegen als officiële hoofdstad van de Joodse natiestaat.

Dat maakt Al-Aqsa meer dan een moskee. ‘Het is het laatste bolwerk van verzet tegen de bezetting van Oost-Jeruzalem’, zegt Tamer, de winkeleigenaar. ‘Het is de enige plaats waar Israël nog niet de lakens uitdeelt.’

Dit artikel kwam tot stand dankzij een bijdrage van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Schrijft over klimaat, conflict en geopolitiek

    Willem schrijft over klimaatopwarming, conflicten en geopolitiek. Geografisch volgt hij voornamelijk, maar niet uitsluitend, Afrika en het Midden-Oosten.