Extremisten op zoek naar de zwakke plekken in een jonge democratie

Houdt Senegal stand tegen jihadistisch geweld?

© Kris Berwouts

Senegalese experts maken zich zorgen over oprukkend jihadisme. ‘De kern van het probleem is het gebrek aan inclusiviteit hier, het gevoel dat veel mensen er niet helemaal bij horen.’

Armoede maakt jongeren kwetsbaar voor jihadisme. En dus moet ook de jonge, goed draaiende democratie Senegal op zijn hoede zijn voor dat sluipende gevaar. MO*journalist Kris Berwouts praatte in Senegal met ongeruste experts. ‘Veel overtuigingskracht heeft zo’n extremist niet nodig, mensen snakken naar hoopvolle boodschappen.’

In verschillende landen in West-Afrika houdt het jihadisme vandaag thuis, en experts maken zich op dat vlak ook ongerust over Senegal. Ik wil begrijpen wat dit land kwetsbaar maakt voor jihadisten, en hoe de Senegalezen zich weerbaar kunnen maken tegen extremistisch geweld en simplistische boodschappen.

Op mijn eerste avond in Dakar zit ik in een van die volkse visrestaurantjes op La Pointe des Almadies, het meest westelijke punt van het Afrikaanse continent. Ik eet met Mokhtar Dayo (niet zijn echte naam).

Dayo is veiligheidsverantwoordelijke op het regionaal kantoor van een internationale ngo en volgt de verschillende landen van de regio van dichtbij. Hij is vertrouwd met jihadisme, de extreme, religieus geïnspireerde ideologie die oproept om een “heilige oorlog” te voeren tegen “ongelovigen”.

‘Senegal loopt een hoog risico’, vertelt Dayo. ‘Kijk naar de situatie in de omringende landen: het jihadisme heeft Mali, Burkina Faso en Niger zo goed als helemaal in handen.’ Hij komt zelf uit Burkina Faso.

‘Ook in Mauritanië en Nigeria is de toestand heel ernstig. De fundamentalisten lieten weten dat ze een uitweg naar de zee zoeken Je ziet op dit moment de druk verhogen op landen in de Golf van Guinee, zoals Ivoorkust, Benin en Togo, in mindere mate ook op Guinee en Senegal. Hier staan we nog maar aan het begin, maar het is nu al duidelijk dat Senegal zich schrap zal moeten zetten.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Cheikh Tidiane Gadio ontvangt me in zijn kantoor als voorzitter van het Institut Panafricain de Stratégies (IPS), tussen foto’s van een rist progressieve Afrikaanse en Afro-Amerikaanse leiders uit de geschiedenis: Thomas Sankara, Malcolm X, Amílcar Cabral. Gadio is gepokt en gemazeld in de Senegalese politiek én die van de regio.

Hij was minister van Buitenlandse Zaken en presidentskandidaat, en is vandaag vicevoorzitter van het Senegalese parlement en de speciale gezant van de Internationale Organisatie van de Francophonie (OIF) voor Mali. Weinigen beheersen de problematiek van het jihadisme tot in de details zoals hij. Tien jaar geleden was hij de eerste die wees op de jihadistische dijkbreuk die eraan kwam.

Voor Gadio is het duidelijk: ‘Het huidige verhaal van de fundamentalistische dreiging gaat terug op een vergissing: het NAVO-offensief om het Libië van Kaddhafi te “bevrijden”.’ Hij wijst daarmee de NAVO-luchtoperatie met de vinger, nu alweer 11 jaar geleden, die de opstanden tegen de Libische dictator moesten steunen tijdens de Arabische Lente.

‘Wie gaf hen het recht om een regimewissel op te leggen? Dit was een oorlogsdaad tegen Afrika. De doos van Pandora die daarmee opengetrokken werd, heeft op termijn de hele Sahel gedestabiliseerd en het terrorisme de wind in de zeilen gegeven.’

De steun aan Libië bracht een kettingreactie op gang: het land viel uiteen en de regimes die Libië steunde, verkruimelden. In Mali ontstond ruimte voor milities en jihadistische bewegingen, die zich snel konden voorzien van zware wapens en die voet aan de grond kregen in de buurlanden.

‘De Afrikaanse staatshoofden en de Afrikaanse Unie hebben niet krachtig gereageerd, en ook het Westen was zich lang niet bewust van het gevaar. En nu is iedereen panisch.’

© Kris Berwouts

Cheikh Tidiane Gadio:‘Wie gaf de NAVO het recht om een regimewissel op te leggen? Dit was een oorlogsdaad tegen Afrika. De doos van Pandora die daarmee opengetrokken werd, heeft op termijn de hele Sahel gedestabiliseerd en het terrorisme de wind in de zeilen gegeven.’

Jonge democratie

Waarom loert het gevaar van het jihadisme in Senegal? Dat is net een van de best ingeplante jonge democratieën in Afrika. Gedijt fundamentalisme en extremistisch geweld niet vooral in zwakke staten, met een zwaar democratisch deficit en een traditie van slecht beheer?

Senegal is het eerste land ten zuiden van de Sahara waar een president vrijwillig de macht doorgaf. In de oudejaarsnacht van 1980 maakte toenmalig president Léopold Sédar Senghor, die zijn land in 1960 naar de onafhankelijkheid had geleid, plaats voor Abou Diouf. Senegal verwierf snel een ingeburgerd meerpartijenstelsel, een goed functionerend parlement en een levendig maatschappelijk debat, mee gedragen door een vrije pers en middenveld.

Ook goed functionerende instellingen zijn geen garantie tegen jihadistische druk. Die zoekt precies die plekken waar de staat kwetsbaar is.

De kers op de democratische taart zijn een paar geweldloze wissels van de wacht, tot en met huidig president Macky Sall. De Senegalese veiligheidsdiensten zijn goed georganiseerd. Ze slagen er ook in om hun rol op republikeinse wijze te spelen, boven het politieke gekrakeel heen, en laten zich niet herleiden tot instrument van de macht. De rechtsstaat bestaat in Senegal.

Maar een goed functionerende democratie is nergens ter wereld een blijvende verworvenheid. Het Senegalese regime zet vandaag de oppositie buitenspel, zo schrijft Halewijn Timmerman, een sociaal ondernemer die in Senegal woont en die voor MO* ook een online Wereldblog bijhoudt. Zo haalt hij aan hoe president Sall weigert duidelijkheid te scheppen of hij nu wel of niet voor een derde mandaat gaat. Dat zorgt voor de nodige onrust en verwarring.

Ook goed functionerende instellingen zijn geen garantie tegen jihadistische druk. Die zoekt precies die plekken waar de staat kwetsbaar is. De mazen in het Senegalese net zitten in het oosten van het land, meer bepaald in twee gebieden, rond de steden Kédougou en Matam. Die liggen volop in Sahelgebied.

Hitte en droogte maken er het leven en de gevolgen van de klimaatopwarming zwaarder. Mensen hebben er niet de kansen die elders in het land wel geboden worden. Ze hebben er minder toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en water. Er hangt een gevoel van uitsluiting in deze streek: mensen voelen zich niet helemaal aan boord van de rechtsstaat en van de functionerende democratie.

Deze gebieden zijn nóg kwetsbaarder voor jihadistische infiltratie door een cocktail met drie ingrediënten: de aanwezigheid van natuurlijke rijkdommen, de informele economie – waardoor een belangrijk deel van de exploitatie en handel onder de radar blijft –, en de nabijheid van grenzen.

Matam ligt aan de Senegalrivier. Aan de overkant ligt Mauritanië, Mali is vlakbij. Kédougou ligt dan weer zowat op de grens met Guinee, op minder dan 100 kilometer van Mali. Niet veel verder ben je in het bijna tot drugsstaat verworden Guinee-Bissau. Hier wordt goud gewonnen, ambachtelijk en op kleine schaal.

Dit is een schemerzone, waarin jihadisme, drugs- en wapenhandel en andere vormen van criminaliteit kunnen floreren. Geldstromen zijn moeilijk in kaart te brengen, waardoor witwassen en terrorisme financieren makkelijker wordt.

© Kris Berwouts

Het gebied rond de Senegalrivier is een schemerzone, waarin jihadisme, drugs- en wapenhandel en andere vormen van criminaliteit kunnen floreren. Geldstromen zijn moeilijk in kaart te brengen, waardoor witwassen en terrorisme financieren makkelijker wordt.

Armoede maakt kwetsbaar

De eerste dagen van mijn reis blijf ik in Dakar en buig ik me over de Senegalese islam. Die hecht veel belang aan dienstbaarheid aan de gemeenschap, mystiek, generositeit, nederigheid. Maar dat alles staat vandaag onder druk vanuit conservatieve hoek.

Net wanneer ik er ben, zijn er artiesten uit het hele continent neergestreken voor Dak’Art 2022, de biënnale van hedendaagse Afrikaanse kunst. De stad heeft een artistieke en intellectuele scene die zowat de antipode van het jihadisme is, een feest waarbij diversiteit en vrijheid van meningsuiting de centrale waarden zijn.

Ik trek naar het oosten van het land. Van hieruit lijkt het bruisende Dakar wel een andere planeet.

In zijn stoffige kantoor op de afdeling van het ministerie van Jeugd in Matam praat ik met jeugdwerker Sonhibou Ly. Jonge mensen hebben hier weinig perspectief, vertelt hij, en de overheid is zich er goed van bewust hoe gevaarlijk dat is.

‘Veel overtuigingskracht heeft zo’n extremist niet nodig. Mensen snakken naar hoopvolle boodschappen.’
Sonhibou Ly, jeugdwerker

President Sall komt zelf uit deze streek. Dat heeft een aantal zaken in beweging gezet: werken aan de infrastructuur, ontwikkelingsprojecten met een focus op landbouw, een strijd tegen ondervoeding. En dus ook allerlei programma’s voor jongeren.

Die hebben voorlopig niet de verwachte impact. Opposanten zeggen dat dat komt door corruptie. En doordat het regime zijn baronnen benoemt op strategische posten; notabelen die de verkiezingscampagne hebben gesteund, niet noodzakelijk de meest competente mensen.

‘Je mag niet onderschatten hoe kwetsbaar armoede de mensen maakt’, vertelt Ly. ‘Veel overtuigingskracht heeft zo’n extremist niet nodig. Mensen snakken naar hoopvolle boodschappen. Dus sturen ze welbespraakte mensen die de Koran goed kennen. Met een paar goed gekozen verzen hebben ze meteen het oor van de jongeren. Vaak is de Koranschool het enige onderwijs dat ze genoten hebben.’

© Kris Berwouts

Jeugdwerker Sonhibou Ly: ‘Je mag niet onderschatten hoe kwetsbaar armoede de mensen maakt. Veel overtuigingskracht heeft zo’n extremist niet nodig.

 

In de marge

We praten met lokale politiechefs en ambtenaren. Ze zijn zich erg bewust van het jihadistische gevaar, maar hebben het gevoel dat ze het onder controle hebben. Ze kennen het terrein goed en genieten het vertrouwen van de bevolking.

‘Veel mensen staan buiten de samenleving. Vooral op plaatsen die een eindje van de grote baan liggen.’
Aya Diaw, juriste

‘We houden bijvoorbeeld goed in de gaten waar en wat er gebouwd wordt met geld van buitenaf,’ zegt een commissaris. ‘Jihadisten proberen hier voet aan grond te krijgen door moskeeën of Koranscholen te bouwen of te verfraaien. Of ze verbeteren de watervoorzieningen. Maar zij zijn niet de enige. Islamitische ngo’s doen dat ook, met geld uit Saoedi-Arabië. En ook de diaspora is erg actief. Senegalezen in voornamelijk Frankrijk willen ook hun steentje bijdragen in hun geboortestreek. We proberen het allemaal uit elkaar te houden.’

‘Let op’, waarschuwt Sonhibou Ly, de jeugdwerker, wel. ‘Denken dat de dreiging helemaal van elders komt, zou een grote vergissing zijn. Mensen reageren soms jaloers op Senegalezen die uit andere streken naar hier komen en wél genoeg geld hebben om hun leven hier comfortabel in te richten. Natuurlijk komt er veel druk uit de buurlanden. Maar de kern van het probleem is het gebrek aan inclusiviteit hier, het gevoel dat veel mensen er niet helemaal bij horen. Dat ze er maar wat bij hangen, in de marge.’

Vooral de jongeren, zegt Ly: ‘Uit deze streek proberen veel jonge mensen te vertrekken. Ze staan onder zware mentale druk van hun familie en van de hele gemeenschap om elders geld te gaan verdienen (om ook de gemeenschap mee te kunnen ondersteunen, red.). Dat maakt hen ontvankelijker voor haatboodschappen.’

‘Het gebrek aan perspectief weegt nog het zwaarst’, voegt Halewijn Timmerman hier aan toe. Hij werkte drie jaar in deze streek. ‘Jongeren hebben er niets te doen, en het wordt steeds heter. Het wordt er erg moeilijk om te leven van veeteelt en landbouw. Als ik hier was geboren, zou ik ook al lang weggetrokken zijn uit deze streek.’

Vrouwen

‘Veel mensen staan buiten de samenleving’, zegt juriste en mensenrechtenactiviste Aya Diaw (schuilnaam). ‘Vooral op plaatsen die een eindje van de grote baan liggen.’

Diaw werkt voor een Senegalees platform voor empowerment van vrouwen en meisjes. Ze woont in Dakar, maar blijft sterk verbonden met haar geboortestreek Matam. Ze neemt het onder andere op voor slachtoffers van verkrachting.

‘Een niet te verwaarlozen deel van de bevolking hier is nomadisch en volgt het ritme van de seizoenen. Voor hen bestaan de grenzen niet. Ze hebben amper toegang tot onderwijs en gezondheidszorg.’

‘Het zijn gemeenschappen met huiselijk geweld. Meisjes van 11 worden hier verkracht door mannen van 50. Voor de familie van de slachtoffers is de enige eerzame oplossing dat de dader het verkrachte meisje tot vrouw neemt. Wat betekent dat hij voor de rest van zijn dagen kan doorgaan met haar te verkrachten, maar dan in een gelegaliseerd kader.’

‘Het is een samenleving met veel geweld. Je begrijpt dat de extremistische boodschappen van jihadisten niet erg ver van de leefwereld van de mensen staan.’

Merkwaardige dynamiek

Terug in Dakar praat ik met Alioune Tine, een monument binnen het Senegalese middenveld, prominent verdediger van mensenrechten. Hij was onder meer directeur van Amnesty International/West- en Centraal-Afrika en werkt als onafhankelijk expert Mali voor de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties.

‘Dat jihadisten hier voet aan de grond krijgen, kan je niet los zien van Fort Europa. Als reactie daarop zie je de golf van antiwesterse sentimenten aanzwellen.’
Alioune Tine, mensenrechtenexpert

‘De jihadisten zijn hier,’ waarschuwt Tine. ‘Ze werken in de schaduw. Het feit dat ze hier voet aan de grond krijgen, kan je niet los zien van Fort Europa.’

‘Europa is nog nooit zo ontoegankelijk geweest voor Afrikanen. We ervaren het hier als een afwijzing. Voor ons staat dit protectionisme haaks op de universele waarden die Europa claimt te verdedigen, van mensenrechten en democratie. Afrika voelt zich respectloos behandeld.’

‘Als reactie hierop zie je de golf van antiwesterse sentimenten aanzwellen. Hier in West-Afrika betekent het een totale verwerping van “la Françafrique”, de post- en neokoloniale constellatie waarmee Frankrijk de regio ook na de onafhankelijkheid is blijven behandelen als wingewest.’

Handout Alioune Tine

Alioune Tine, prominent verdediger van mensenrechten: ‘Europa is nog nooit zo ontoegankelijk geweest voor Afrikanen. We ervaren het hier als een afwijzing. Voor ons staat dit protectionisme haaks op de universele waarden die Europa claimt te verdedigen, van mensenrechten en democratie. Afrika voelt zich respectloos behandeld.’

Het is een merkwaardige dynamiek: Europa houdt Afrika buiten, Afrikaanse jongeren voelen zich uitgesloten en worden militant antiwesters. Dit wordt een vruchtbare voedingsbodem voor jihadisme, dus probeert het Westen de Afrikaanse leiders te steunen in de strijd daartegen.

‘De Senegalese president wordt ervaren als sterk pro-Frans, en dat ondergraaft zijn geloofwaardigheid bij een belangrijk deel van de kiezers. De oppositie probeert dat uit te buiten. De Verenigde Staten helpen ons om een veiligheidssysteem uit te bouwen. Zeker in de grensgebieden volgt Senegal potentieel jihadistische bewegingen en activiteiten van dichtbij op, samen met de internationale gemeenschap. De inlichtingendiensten werken zeer goed.’

Het jihadistische netwerk breidt zich in Senegal gestaag uit. Er zijn slapende cellen, en af en toe incidenten die de autoriteiten proberen onder de radar te houden.

‘Extremistische groepen gaan zeer planmatig te werk’, vertelt Alioune Tine. ‘Ze lieten al weten dat ze willen uitbreiden naar de kusten van West-Afrika omdat ze grondstoffen willen verschepen uit de gebieden die ze controleren. Extremisme en smokkel liggen hier niet ver uit elkaar.’

Participatie en debat

Terug in België ga ik in Café Bazaar in Berchem aan tafel zitten met Omar Ba, Senegalees en Vlaming, militant voor een inclusieve maatschappij en betrokken bij veel Afrikaanse verenigingen. Hij vraagt zich luidop af hoe het jihadisme moet worden aangepakt.

‘Grote groepen vallen buiten het systeem, en dat is gevaarlijk.’
Omar Ba, militant

‘Volgens mij ligt de oplossing in een socialere economie, een rechtvaardiger samenleving die duidelijke keuzes maakt tegen corruptie. Die kansen en mogelijkheden creëert. Onderwijs moet daarbij prioritair zijn.’

Er moet ook een betere regulering komen voor nomadische gemeenschappen, stipt hij aan. ‘Zij vallen momenteel tussen de mazen van het net. Hoe kun je nog nomade zijn in een wereld waarin alles wordt geprivatiseerd? Grote groepen vallen buiten het systeem, en dat is gevaarlijk. Je moet in het systeem plaats creëren voor die mensen.’

Senegal heeft echt een democratische cultuur, met participatie en debat, benadrukt Ba. ‘Dat is in andere landen van de regio niet het geval. Mensen kunnen er hun ongenoegen ventileren. Daar moeten we over waken, want die traditie staat onder druk.’

Dit artikel maakt deel uit van een reeks en kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

Deze reportage verscheen in het herfstnummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur