RWDM Girls biedt sportieve thuis voor 300 meisjes en vrouwen en 62 nationaliteiten

Vrouwen aan de bal in Molenbeek: ‘Dit is mijn club, hier ben ik thuis’

© Charis Bastin

Tientallen meisjes op het veld van RWDM Girls in Molenbeek: ‘Iedereen is welkom, ongeacht je kwaliteiten of achtergrond.’

RWDM Girls in Molenbeek is al negen jaar lang kampioen: het is namelijk de grootste en meest diverse vrouwen- en meisjesvoetbalclub van België. Hij toont hoe reguliere sportclubs hun drempels succesvol kunnen wegwerken. ‘Bij Anderlecht ben je een nummer. Wij motiveren de meisjes om het goed te doen op school, een job te vinden en te groeien op sportief vlak.

‘Pompen!’, roept coach Imane El Rhifari een groep voetballende meisjes toe. In drie groepen, elk met een andere kleur hesje, spelen ze een wedstrijd. Bij een slechte pass of balverlies kent de coach geen genade, maar dat maakt het spelplezier er niet minder op.

Dit beeld, van tientallen meisjes die op een doorsnee weekavond voetbaltraining volgen, was tien jaar geleden nog ondenkbaar. Maar we zijn 2022 en tijden veranderen. Meer en meer meisjes vonden de afgelopen jaren hun weg naar het voetbalveld en voor steeds minder ouders is het een taboe dat hun dochter ieder weekend haar voetbalschoenen aantrekt. Meisjes kunnen vandaag wel degelijk dromen van een toekomst als topvoetbalster.

De Red Flames, onze nationale vrouwenvoetbalploeg, speelden een grote rol in die evolutie. ‘Niet dat mijn ambitie daar ligt, maar moest ik de vraag krijgen, ik zou ook voor hen spelen’, zegt coach El Rhifari wanneer ze zich na de training even neerzet. ‘Maar ik ga ook heel eerlijk zijn: ik herken me in geen enkele van hun speelsters.’

Met meer dan 300 speelsters en 22 ploegen groeide RWDM Girls uit tot de grootste vrouwenvoetbalclub van ons land.

De 21-jarige studente Sport- en Cultuurmanagement is naast coach ook speelster en communicatieverantwoordelijke bij de Molenbeekse club. ‘Onze meisjes gaan eerder supporteren voor het Franse vrouwenteam of voor de Rode Duivels, waar meer diversiteit is.’

Nochtans is er in ons land talent genoeg, vult Ramzi Bouhlel aan. Negen jaar geleden was hij buurtsportwerker en merkte hij op hoeveel meisjes in Molenbeek wilden voetballen. Dus begon hij met RWDM Girls, een club uitsluitend voor vrouwen en meisjes. Vandaag is hij er sportief manager. ‘Bij de jeugd zien we gelukkig al veel meer kleur, maar bij de Red Flames zien we al tien jaar lang dezelfde gezichten.’

Op sportief vlak rondde RWDM Girls net zijn meest succesvolle seizoen ooit af: drie jeugdploegen en de twee damesploegen speelden elk in hun reeks kampioen. De eerste vrouwenploeg promoveert zelfs naar tweede nationale. ‘Mensen geloven vaak niet dat in Molenbeek zoveel talent voetbalt. Ze denken dat het hier conservatief is, maar we zijn net een voorbeeld.’

Met meer dan 300 speelsters en 22 ploegen groeide RWDM Girls uit tot de grootste vrouwenvoetbalclub van ons land. Slechts één blik op het veld is nodig om te zien dat het ook de meest diverse is. ‘Nu er twee Oekraïense meisjes bijkwamen, hebben we 62 nationaliteiten.’ Trots toont Bouhlel een filmpje waarin de club in alle talen wordt voorgesteld, waaronder gebarentaal met de slechthorende keepster van de A-ploeg.

‘Bij RWDM Girls is iedereen welkom, ongeacht je kwaliteiten of achtergrond, én hier kan je je hele leven lang voetballen.’

De sociale insteek is hier minstens even belangrijk als de sportieve. Bouhlel wilde een familiale omgeving creëren, zonder de druk die je bij een topclub vindt. ‘Bij Anderlecht ben je een nummer. Daar trainen meisjes van twaalf jaar oud om acht uur ‘s avonds terwijl ze van zestig kilometer verder moeten komen. Wij zorgen voor huiswerkbegeleiding en motiveren de meisjes om het goed te doen op school, een job te vinden en te groeien op sportief vlak.’

Drempels en concurrentie

Dat de club zoveel meisjes uit de wijk kon aantrekken, laat zien dat voordien de drempels van het bestaande sportaanbod voor hen te hoog waren, zegt Shana Sabbe van onderzoekscentrum eCO-CITY aan de Hogent. ‘Meisjes zijn een van de doelgroepen die vaak over het hoofd worden gezien.’

Daarom biedt een club als deze een grote meerwaarde. Voor Molenbeek, voor de persoonlijke ontwikkeling van de meisjes én voor de hele samenleving. De onderzoekster noemt zulke clubs ‘sociaal-sportieve initiatieven’. Die hebben naast een sportieve werking ook een sterk sociaal engagement in zich. Ze kunnen gaan van lokale buurtsportwerkingen zoals pleintjesvoetbal tot grotere voetbalclubs zoals de Antwerpse City Pirates.

‘Als een doelgroep de weg naar het bestaande aanbod niet vindt, wordt dat nog te vaak weggezet als een falen van die groep, in plaats van dat het bestaande aanbod de eigen toegankelijkheid in vraag stelt.’

‘Een jaar nadat wij met RWDM Girls begonnen, kwamen andere clubs al talenten bij ons weghalen.’

Meerdere factoren kunnen drempels vormen qua toegankelijkheid, zegt Sabbe. Zo spelen betaalbaarheid en bereikbaarheid een belangrijke rol in een grootstedelijke context. Het klassieke sportaanbod bevindt zich vaak niet in buurten waar jongeren in een maatschappelijk kwetsbare positie wonen. Die jongeren hebben vaak minder mogelijkheden om zich te verplaatsen naar waar het aanbod zich wel bevindt. ‘Je ziet ook vaak een soort goedbedoelde naïviteit over wat betaalbaar is’, zegt de onderzoekster.

Bij RWDM Girls bedroeg het lidgeld afgelopen seizoen 320 euro. Voor sommige families betekent dat een grote hap uit het gezinsbudget. Maar, vertelt coach el Rhifari: ‘Het is niet genoeg om de kosten die wij maken te dekken.’ Eén lid kost de club 700 euro per jaar. ‘We doen ons best om extra middelen te vinden om het lidgeld te drukken, via subsidies en sponsoring. Families die het minder breed hebben ondersteunen we met papierwerk, zodat het lidgeld mee betaald kan worden met sportcheques of met de tegemoetkoming van het ziekenfonds.’

Ook concurrentie tussen sportclubs, wanneer spelers worden weggelokt bij sociaal-sportieve initiatieven, kan een valkuil zijn, weet Sabbe. ‘Een jaar nadat wij met RWDM Girls begonnen, kwamen andere clubs al talenten bij ons weghalen’, vertelt oprichter Bouhlel. Voordien gingen meisjes wel testen bij clubs in de regio, maar ze raakten niet door de selectie. ‘Niet alleen omwille van het niveau, het was ook gewoon omdat ze uit Molenbeek kwamen.’

Sabbe duidt bij zo’n overstap naar een reguliere club op de “participatieparadox”. ‘Sportief zitten jongeren dan wel op hun plek, maar de sociale ondersteuning die ze krijgen valt volledig weg. Vaak is het gevolg dat ze uitvallen en zich schamen om terug te keren naar de sociaal-sportieve club, waardoor ze volledig van de radar verdwijnen.’

De onderzoekster pleit daarom voor meer samenwerking die de belangen van de clubs zelf overstijgt. ‘Niet de vraag “Wat winnen wij erbij?”, wel “Wat wint de doelgroep erbij?” moet centraal staan. Het zoeken naar gedeelde belangen kan bijvoorbeeld binnen het opzet van een lerend netwerk, dat vertrekt vanuit de vraag hoe álle aanbod toegankelijk kan worden gemaakt. Het goede nieuws is: dat netwerk is er in sommige lokale contexten al.’

© Charis Bastin

Vinger aan de pols

‘Kijk haar eens.’ Speels en met veel balgevoel tikt een meisje van hoogstens zestien jaar oud de bal heen en weer over de balustrade langs het veld. Aan de andere kant tikt een jongen de bal telkens terug. ‘Ze heeft zoveel talent aan de bal’, zegt Younis Kamil. ‘Maar let ook op haar houding en manier van praten. Die zelfzekerheid gaat haar een leven lang vooruithelpen.’

We hebben afgesproken in het Sippelbergcomplex, waar de meisjes trainen, en Kamil geeft zijn ogen de kost. Hij is zichtbaar onder de indruk van het werk van RWDM Girls. ‘Ik stuurde net foto’s naar mijn coaches thuis en zei hen dat ze eens moeten komen kijken naar hoe ze het hier doen.’

Thuis, in de Duitse stad Bonn, richtte hij de sociaal-geëngageerde voetbalclub AlHilal op. Die ligt in een sociaal achtergestelde buurt met een negatief imago. Net zoals RWDM Girls, net zoals Molenbeek. ‘Ik wilde voor mijn eigen kinderen een club die zich richt op sociale waarden, soft skills, vriendschap en respect. Weinig clubs zijn daar echt mee bezig.’

‘De maatschappelijke signaalfunctie van een sociaal-sportief initiatief is nog veel te ondergewaardeerd.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Sinds begin 2021 pendelt Kamil tussen Brussel en Bonn. Hij werkte twaalf jaar in het veld van sociale sport en is nu doctoraatsonderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Het onderzoek richt zich op pleintjesvoetbal en sociale samenhang, in samenwerking met het Hannah Arendt Instituut en de Belgische voetbalbond.

Kamil weet ook uit eigen ervaring wat de kracht van voetbal is voor de zelfwaarde van een kind. ‘Ik was zeven toen ik uit Soedan naar Duitsland verhuisde. Mijn moeder is wel Duitse, maar ik sprak de taal nog niet. Alleen door een goede voetballer te zijn vond ik erkenning in de club en op school.’

Sociaal engagement in een club voedt de ontwikkeling van persoonlijke vaardigheden bij spelers, beaamt Sabbe. Zeker als een speler of speelster doorgroeit in de organisatie, zoals El Rhifari. ‘Het is een vorm van emancipatie.’ Maar de maatschappelijke signaalfunctie van een sociaal-sportief initiatief is nog veel te ondergewaardeerd, zegt ze ook.

‘Zo’n club weet beter dan wie dan ook wat leeft in de gemeenschap en heeft een goede vinger aan de pols. Hij kan ook een belangrijke signaalfunctie opnemen tegenover beleidsmakers, en het beeld van bepaalde doelgroepen bijstellen en uitsluitingsmechanismen ter discussie stellen. Die groepen krijgen dan een stem op een plek waar ze die vaak niet hebben.’

Door hun aanwezigheid maken sociaal-sportieve initiatieven volgens Sabbe belangrijke maatschappelijke uitdagingen wel zichtbaarder en meer bespreekbaar, ook bij de doelgroep zelf. Dan gaat het over vertegenwoordiging en diversiteit in het vrouwenvoetbal tot racisme en discriminatie op het veld en ernaast. Uitwedstrijden van RWDM Girls zijn vooral verspreid over Vlaams-Brabant, en dat brengt soms spanningen met zich mee.

Bouhlel vertelt: ‘Sommige meisjes spreken alleen Frans, en zeventig procent van de meisjes in onze ploegen is van vreemde origine. Voor sommige mensen is Molenbeek nog steeds de hel.’

© Charis Bastin

Andere clubs moeten niet komen aankloppen bij speelster en coach Imane El Rhifari. ‘Ik ben een kind van de club, dit is mijn familie.’

Experiment

Beleidsmakers, vindt Kamil, moeten alles wat ze kunnen in dergelijke initiatieven investeren. ‘Je kan maatschappelijke problemen oplossen, maar je moet de middelen wel op de juiste manier aanwenden. Door geld, maar ook expertise te investeren. Daarom vraag ik grote clubs altijd om hun beste coaches te sturen als ze vragen om samen te werken, geen stagiair of vrijwilliger in hun shirt.’

Grote sportclubs hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar sociaal werk zit niet in hun DNA, zegt hij. ‘Succes en geld zijn wat telt. Subsidies voor sociale projecten zijn vaak niet meer dan extra inkomsten en een manier om hun merk te versterken.’

Fondsen en beleidsmakers kiezen sneller voor projecten die gericht zijn op meetbare successen. ‘Terwijl experimenteren net noodzakelijk is om doelgroepen aan te trekken die nog niet worden bereikt.’

De uitdagingen van RWDM Girls herkent Kamil maar al te goed: de constante zoektocht naar structurele financiële middelen, de betaalbaarheid van het lidgeld, de gebrekkige infrastructuur… Want het in het eerste opzicht mooie sportcomplex van de Sippelberg verhult dat RWDM Girls geen grote voetbalclub maar wel een kleine vzw is.

Met het grote RWDM loopt een overeenkomst: de vrouwenclub mag naam en logo gebruiken en krijgt kosteloos een kantoor ter beschikking. Maar het veld wordt gedeeld met 36 andere clubs en vzw’s, vertelt oprichter Bouhlel. ‘En hier zijn nog steeds douches zonder warm water.’ Het is in feite oneerlijk, spreekt Kamil hem aan, ‘dat andere clubs hier dan gratis talent komen wegplukken. Jullie doen al het harde werk.’

Financiering en subsidiëring van sociaal-sportief werk brengt ook uitdagingen met zich mee, meent Sabbe. Subsidies gaan sneller naar gevestigde organisaties die weten hoe je een goed subsidiedossier moet schrijven. Terwijl bij sociaal-sportieve initiatieven mensen rondlopen die perfect weten wat ze doen en wat bij de doelgroep leeft, maar die geen goede pen hebben.

Fondsen en beleidsmakers kiezen daarnaast sneller voor projecten die gericht zijn op meetbare successen: hoeveel jongeren doorlopen een traject van begin tot einde? ‘Terwijl experimenteren net noodzakelijk is om doelgroepen aan te trekken die nog niet worden bereikt. Alleen schept dat weinig vertrouwen bij financieringspartners. Een focus op meetbaar succes zorgt al gauw voor het pistachenootjeseffect: alleen nootjes die ver genoeg open zijn, worden uit de zak gehaald.’

In een sociaal project betekent dat: inzetten op jongeren waarvan geweten is dat ze zullen slagen. ‘Wie het dan al moeilijk heeft, blijft nog steeds achter, want met die jongere worden geen subsidies binnen gehaald. Ook het proces van initiatieven, met impact op lange termijn, moet daarom in rekening worden gebracht in financieringssystemen. Niet alleen de resultaten.’

RWDM Girls wil vooral niemand aan de zijlijn laten staan. ‘Zij speelt nu bij Anderlecht’, wijst de coach Sakina Diki Ouzraoui aan. ‘Maar ze komt nog vaak naar de club.’ Voor El Rhifari moeten andere clubs niet komen aankloppen. ‘Ik blijf hier. Ik was een van de eerste speelsters en ben een kind van de club. Dit is mijn familie.’

Deze reportage werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift