Onder het mom van fijne bijverdiensten binnen de dienstensector, sluipt uitbuiting onze contreien binnen

Beter een shitty job dan geen job?

© Brecht Goris

Bie Vancraeynest

Eénmaal per maand stap ik een ander universum binnen. Dan ga ik voor een pedicure naar nagelsalon Anne-Sophie in Elsene. Het wordt gerund door twee Vietnamese dames, Anne en Sophie. Ook al twijfel ik eraan of dat hun namen zijn, het is waarmee ze graag aangesproken willen worden. Vanuit het verre Vlaanderen maar vooral uit Brussel komen rijpe en minder rijpe vrouwen voor hun gelnagels en manicure tot hier.

De dwarsdoorsnede van de samenleving vind je hier, met als gemene deler: de liefde voor vers gemanicuurde handen en voeten. De klandizie bestaat vooral uit vrouwen, ook al zag ik al eens een flinke bouwvakker met enorme voeten in de wasbak zitten genieten. Het is een kleine microkosmos met gesprekken die gaan over het feest dat nog moet komen, over baby’s die er vaak de boel bij elkaar schreeuwen, maar evenzeer over hoe Tshisekedi het nu doet in Congo, aangezien Matonge net om de hoek is.

Het is de plek bij uitstek voor Babylonische spraakverwarringen. Niet alle nagelverzorgers, noch alle klanten zijn het Frans machtig. Er hangen illustraties van handen en voeten die de ergste misverstanden moeten voorkomen, en daarnaast treed ik er regelmatig op als tolk. Of als scheidsrechter want het gaat er regelmatig hevig aan toe als er wordt onderhandeld over wat er moet gebeuren tegen welke prijs. Anne en Sophie zijn kleine vinnige vrouwen die de baas zijn in hun zaak. Trouwe klanten worden steevast voorgenomen zonder dat ze zich daarvoor verantwoorden.

Als iemand een uur zonder ophouden heeft gewerkt, en je moet daar maar 10 euro voor betalen, dan klopt er iets niet.

Nagelsalons zijn de laatste vijf jaar als paddenstoelen verrezen in leegstaande winkelpanden. Er zijn winkelgalerijen in Brussel waar dat nog de enige neringdoeners zijn en de chemische dampen je in het gezicht slaan. Vaak worden mensen die werken in die salons uitgebuit en zijn de werkomstandigheden beneden alle peil. Zelf heb ik een aantal salons bezocht tot ik er eentje vond waarvan ik althans vermoedde dat de mensen er correct worden betaald. Een goede indicatie is natuurlijk hoeveel je zelf betaalt. Als iemand een uur zonder ophouden heeft gewerkt, en je moet daar maar 10 euro voor betalen, dan klopt er iets niet. Ik tel een veelvoud daarvan neer en geef voor de zekerheid een cash fooi aan de mensen die de arbeid hebben verricht.

Ik ben niet opgegroeid met het geven van fooien, maar het is een fenomeen dat ons economisch systeem langzaam binnensluipt. In de Verenigde Staten staan onderaan het kasticket bijna altijd de voorgerekende percentages voor een “tip”.

De service industry is geglobaliseerd en geraakt stilaan ingeburgerd in onze samenleving. Met Uber en maaltijdleveringsdiensten en deelsteps en nagelsalons op kop. En allicht komen uit de Verenigde Staten nog talloze diensten verbonden aan een app overgewaaid. Met twijfelachtige jobs eraan verbonden.

Kan je gebruik maken van die diensten zonder deelachtig te zijn aan uitbuiting? De altijd interessante Een podcast over media van Alexander Klöpping (Blendl) en Ernst-Jan Pfauth (De Correspondent) wijdde er onlangs een volledige uitzending aan met de niet mis te verstane titel ‘Geef je maaltijdbezorger altijd cash fooi’.

De presentatoren zijn niet vies van wat kapitalisme en hebben een interesse in alle aspecten van de nieuwe service economie. Ik heb er geleerd dat Uber en al zijn vertakkingen geen winstgevende bedrijven zijn, integendeel zelfs, maar slechts vehikels waar venture capitalists hun geld uithalen. Meestal door op én rood én zwart te spelen en in verschillende start ups geld te injecteren. Maar zijn die handvol durfkapitaalverstrekkers dan echt de enigen die beter worden van die nieuwe economie?

Professor Niels van Doorn van de universiteit van Amsterdam onderzoekt nieuwe media en digitale cultuur. Geestdriftig vertelt hij over het onderzoek naar de levensomstandigheden van maaltijdbezorgers dat hij voert in New York en Amsterdam. In Berlijn sprong hij zelf ook tien maanden lang de fiets op om noedels en kebab te bezorgen. Wie moet leven van zo’n fietskoerierbaan, die komt er bekaaid van af. Het is een leuk studentenbijbaantje, dat dan weer wel. Maar veel accounts worden doorgesluisd naar mensen zonder papieren die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat moeten rijden, of nog erger, vruchteloos wachten op een rit. Maar evenzeer is het vaak de eerste min of meer reguliere job die iemand te pakken krijgt want er worden bij aanwerving geen vragen gesteld.

Wie een zuiver geweten wil, die gaat gewoon zelf zijn falafel ergens halen. Als iemand door weer en wind tot aan je voordeur is gefietst, dan geef je hem best een dikke fooi in het handje. Wie een behoorlijke service wil én wilt dat de mensen die die dienst leveren daar naar behoren voor betaald worden, die dient daarvoor geld neer te leggen, of het zelf te doen.

Multi-level marketing is de verre neef van de tupperware party die op het verkeerde pad is geraakt.

Beter een shitty job dan geen job? Het is een vraag die me niet alleen als potentiële klant bezig houdt. Op Facebook ben ik medeverantwoordelijke voor een pagina die werkzoekenden linkt aan mensen die jobs in de aanbieding hebben. Ruim vijfduizend leden helpen elkaar aan de job van hun leven. Dat is toch de bedoeling. Maar om dat waar te maken moeten we om de zoveel tijd nieuwe regels toevoegen voor de groep. Dat levert veel discussie op aan de “werkgeverszijde”.

Er sluipen namelijk steeds vaker goed vermomde aanbiedingen binnen om mee te stappen in een multi-level marketing (MLM) traject. Dat is de verre neef die op het verkeerde pad is geraakt van de tupperware party, waarbij de verkoper vooral een beroep doet op zijn eigen netwerk, zijn familie en vrienden om hen producten te verpatsen: parfum, make up, voedingssupplementen. Sleutelelementen zijn thuiswerk (je eigen baas zijn!) en een verloningssysteem dat vooral op commissies is gebaseerd. Deze bedrijven komen (verrassing) vooral uit de Verenigde Staten en krijgen in het Instagram- en influencer tijdperk een nieuw elan. #Girlboss.

Na lange discussies met mensen die wel de vruchten van dit systeem plukken en mij vooringenomenheid verwijten, besluit ik mij in het fenomeen te verdiepen.

Maandenlang volg ik een vrouw die zich elke avond, als haar kinderen in bed liggen, live opmaakt voor een camera. Honderden volgers zitten daar dagelijks op te wachten. Op het eerste zicht lijkt het een uit de hand gelopen hobby en zijn de kijkers fans. Maar het is één lange reclamespot voor een veel te duur geprijsd reclamemerk. Haar volgers zijn niet alleen haar fans maar het enige inkomen van haar gezin.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Week na week blijf ik geïntrigeerd kijken en krijg langzaam inzicht in een ingewikkeld systeem met punten en targets die zij elke maand moet halen en waar ik me na enkele kijkbeurten ook mee verantwoordelijk voor begin te voelen. Deze vrouw heeft een hele community opgebouwd die heel hard met haar meeleeft tijdens een moeilijke zwangerschap. Dat medeleven wordt omgezet in harde euro’s door smeekbedes die tussendoor verschijnen. Vlak na de bevalling kondigt ze onmiddellijk weer een “live” aan en zelfs de beste make up ter wereld kan niet verstoppen dat deze vrouw moet rusten en met haar pasgeboren baby bezig moet zijn.

Ik droom van een fijne, zinvolle job voor iedereen, met een salaris waar je van kan leven. Shitty jobs maken ook hier hun opmars. Wanneer goeie arbeidsomstandigheden niet in groep worden afgedwongen, dan komen ze er niet. En onder het mom van fijne bijverdiensten binnen de dienstensector, sluipt uitbuiting onze contreien binnen. Voor goed en degelijk werk moet gewerkt worden. Nothing will work unless you do schreef Maya Angelou al.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.