VS en andere westerse landen op zoek naar manieren om met China om te gaan

Chinese techbedrijven betalen de rekening voor het autoritaire beleid van Xi Jinping

© Flickr / Solen Feyissa (CC BY-SA 2.0), TechCrunch (CC BY 2.0), Kārlis Dambrāns (CC BY 2.0)

 

De spanningen tussen de Verenigde Staten en China lopen weer op: Donald Trump wil dat de populaire TikTok-app vanaf zondag niet meer gedownload kan worden in zijn land. De VS worstelen duidelijk met een staat die zelfbewust zijn plaats als wereldleider opeist. Maar Xi Jinpings keuze voor een autoritaire bewakingsstaat kan de aantrekkingskracht van het nieuwe China wel tenietdoen.

De spanningen tussen de Verenigde Staten en China blijven toenemen. De VS ergeren zich aan de Chinese handelsoverschotten en proberen daar met invoerheffingen iets aan te doen. Amerika stoort zich aan de technologische opgang van China, die deels steunt op de gedwongen technologieoverdracht van buitenlandse investeerders.

En dus willen de VS nu Huawei, Bytedance (eigenaar van TikTok), Tencent (van chat-app WeChat) en andere Chinese techbedrijven raken, door hen los te koppelen van de Amerikaanse economie en van technologische ecosystemen. Vanaf zondag zou je in de Verenigde Staten geen TikTok of WeChat meer kunnen downloaden op je smartphone.

Het is duidelijk dat de VS het moeilijk hebben met een Oost-Aziatische grootmacht die op steeds meer gebieden een gelijke wordt. China lijkt een echte uitdager te gaan worden op technologisch en economisch vlak, en dat steekt.

‘China heeft de Amerikaanse reactie misschien wel zelf uitgelokt, zonder het misschien ten volle te beseffen, met zijn programma Made in China 2025’, suggereert de Belgische techondernemer en sinoloog Pascal Coppens. ‘Dat programma wil de Chinese afhankelijkheid van andere landen afbouwen op tal van technologische gebieden.’

Het Westen schatte China fout in

Activisten en ngo’s die arbeiders bijstaan, krijgen meer dan vroeger te maken met repressie en geweld.

Achter de ergernis zit ook een foute inschatting: het Westen heeft zich vergist in China. Meermaals zeiden westerse diplomaten dat ze nooit verwacht hadden dat China zich zo snel zou ontwikkelen toen het land in 2001 toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en bovendien dachten ze dat China steeds meer naar het westerse model zou toegroeien.

Toen Jean-Luc Dehaene (CD&V) als Belgisch premier opkwam via de christelijke arbeidersbeweging in de jaren 1990 vroegen we hem of het wel een goed idee was de concurrentie aan te gaan met een land zonder vakbondsvrijheid. Hij antwoordde op die vraag dat we geduld moesten hebben, en dat de situatie na verloop van tijd wel in gunstige zin zou evolueren.

Maar onder Chinees president Xi Jinping ging het zelfs in tegengestelde richting: activisten en ngo’s die arbeiders bijstaan, krijgen meer dan vroeger te maken met repressie en geweld. Alleen de eenheidsvakbond ACFTU, onderdeel van de communistische partij, mag zich met die materie inlaten.

Opnieuw meer overheid

Dat China fout ingeschat werd, kan je het land moeilijk kwalijk nemen. China heeft het recht te kiezen voor een eigen ontwikkelingsmodel, met een veel grotere rol voor de overheid.

Op nogal wat gebieden lijkt de Chinese aanpak sterk op die van de West-Europese landen tussen 1945 en 1970. Ook toen planden en stuurden staten hun economie met industrieel beleid en met behulp van grote overheidsbedrijven en staatsbanken. De middelen daarvoor kwamen van financiële repressie, waarbij het spaargeld van de burgers het land niet kon verlaten en waarbij die burgers een lage rente moesten aanvaarden.

Westerse landen namen afstand van die aanpak met de opkomst van het neoliberalisme. China deed dat niet. Westerse landen laten vandaag ook weer meer ruimte voor overheidstussenkomst in de economie: ze beseffen dat die noodzakelijk zal zijn om met China te kunnen concurreren, én om problemen zoals de klimaatverandering of ongelijkheid aan te pakken, (om nog maar te zwijgen van de aanpak van een pandemie of een financiële crisis).

China zal hoe dan ook een grote rol spelen in de toekomst, op allerlei vlakken. Zonder meer tégen China zijn brengt geen zoden aan de dijk. Je kan klimaatverandering niet aanpakken zonder China, dat verantwoordelijk is voor een kwart van alle uitstoot wereldwijd.

Daarom benoemt de EU China niet enkel als een rivaal, maar ook als een partner en concurrent. Het wordt balanceren om die drie verschillende rollen in evenwicht te houden. En wellicht moet ook de werking van de WTO aangepast worden aan landen waar de staat een grotere rol speelt.

Wil het Westen wel een autoritair China?

Toch roepen de keuzes van president Xi Jinping vragen op. Als hij van zijn land effectief de nieuwe wereldleider wil maken, is de autoritaire bewakingsstaat die hij helpt creëren dan wel de goede keuze?

Voor zijn aantreden als president, in 2013, was er in het Westen onzekerheid over de richting die hij zou inslaan. Meer vrijheden en meer rechtsstaat? Die stroming bestond ooit wel degelijk in de Chinese Communistische Partij. Zo ging premier Zhao Ziyang tijdens de Tiananmenopstand van 1989 praten met de rebellerende studenten. Nadat Deng Xiaoping diezelfde opstand onderdrukte, verloor die liberale strekking aan invloed.

De revoluties in oud-Sovjetrepublieken (de Rozenrevolutie in Georgië in 2003, de Oranjerevolutie in Oekraïne in 2004) en de angst dat de partij de macht zou verliezen door een door het Westen ondersteunde burgeropstand deden Xi resoluut kiezen voor een bewakingsstaat. Een staat waar de burgers met behulp van miljoenen camera’s en artificiële intelligentie 24 uur op 24 bewaakt worden.

De harde lijn van Xi Jinping kan ervoor zorgen dat het Westen afstand neemt, met alle technologische en politieke gevolgen vandien.

Xi’s harde lijn kan contraproductief werken. Ze leidde mee tot de protesten van vorig jaar en dit jaar in Hongkong, omdat de jongeren daar niet in zo’n totalitaire staat willen wonen. Ze zorgde er ook voor dat de China-kritische Democratische Partij in Taiwan een grote verkiezingsoverwinning behaalde, ondanks de groeiende druk en militaire dreiging van China.

De koers naar een autoritaire staat zou er finaal ook kunnen voor zorgen dat het Westen afstand neemt van China, met alle technologische en politieke gevolgen van dien. Als het ene na het andere westerse land niets meer te maken wil hebben met Huawei bij de uitbouw van de 5G-infrastructuur, heeft dat uiteraard ook te maken met de autoritaire wending van Xi.

Hebben landen nog recht op een mening die Beijing niet zint?

Wat meer en meer landen ook stoort, is de dwingende diplomatie die China bedrijft. Landen die standpunten vertolken of handelingen stellen die China niet aanstaan, worden afgedreigd met commerciële sancties. Toen Noorwegen de Chinese dissident Liu Xiaobo de Nobelprijs voor de Vrede toekende, in 2010, stopte China met zalm kopen van de Noren. Sindsdien neemt Noorwegen opvallend vaak standpunten in die China bevallen.

Het Verenigd Koninkrijk vloog een aantal jaar in de diplomatieke diepvries, nadat David Cameron (premier van 2010 tot 2016) de dalai lama ontmoette. Eb N-VA-politicus Jan Peumans vertelde me onlangs dat hij als voorzitter van het Vlaams parlement meermaals dreigende telefoons kreeg van de Chinese ambassade omdat hij de dalai lama had ontmoet.

Die aanpak wordt de voorbije jaren de standaardbenadering van China. Ze verklaart waarom bijna geen enkel moslimland nog maar een woord kritiek heeft geuit op het “heropvoeden” van een miljoen Oeigoeren (een moslimminderheid in China). Je gedacht zeggen wordt stilaan een luxe in een wereld met China als grootmacht.

Australische bedrijven kregen te maken met een invoerstop van biefstuk, nadat de Australische regering had gevraagd om een onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van het coronavirus en het initiële aanpak daarop.

Die Chinese benadering kan ertoe leiden dat landen minder commercieel afhankelijk willen zijn van China, en dat ze zich als klant of leverancier minstens voor een deel zullen willen afsluiten van het land. Bovendien stelt zich de vraag of die aanpak op termijn een goede zaak is voor een land dat een wereldleider wil zijn. Kan een land dat anderen dwingt aanspraak maken op soft power, de zachte macht die je kan hebben door een aantrekkelijk land te zijn, dat andere landen spontaan volgen?

De les van de Chinese Klassieken: “soft power” wint altijd

Vloeien Xi’s keuzes voort uit de Chinese traditie en geschiedenis, zoals wel eens beweerd wordt? De staat heeft in China altijd een dominante rol gespeeld. Maar dat hoeft dat niet gelijk te staan met autoritarisme en dwang, zo leert de Chinese politoloog Yan Xuetong. In zijn bekende boek Klassiek Chinees denken, moderne Chinese macht zoekt Yan in de Chinese Klassieken naar wijsheid voor het huidige China.

‘De menselijke autoriteit streeft naar zoveel mogelijk bondgenoten. Dat zie ik niet bij China.’

Toen ik in 2016 met Yan sprak, stelde hij dat soft power uiteindelijk altijd wint. ‘De toekomst van de wereld hangt af van de aard van de leidende macht. Als het een tiran is die louter op basis van militaire macht zijn wil oplegt en dus veel vijanden creëert, wordt de toekomst minder. Als de leidende macht daarentegen een “menselijke autoriteit” is, zoals ik het noem, die de harten en geesten in binnen- en buitenland wint door het goede voorbeeld te geven, dan wordt het beter. Dan volgen de andere landen haar spontaan.’

‘Hegemonie (het overwicht van een staat of partij over een andere, red.) ligt daartussenin: ze steunt ten dele op militaire macht, ten dele op aantrekkingskracht. Dat zijn de Verenigde Staten vandaag. De geschiedenis leert dat de menselijke autoriteit altijd wint.’

Yan voegde er toen aan toe dat het niet duidelijk was welk soort leider China zou worden, al had hij al zijn twijfels bij de vraag of China wel een menselijke autoriteit zou zijn. ‘De menselijke autoriteit streeft bijvoorbeeld naar zoveel mogelijk bondgenoten. Dat zie ik niet bij China. Het zou op zijn minst zijn buurlanden kunnen proberen gerust te stellen, hen zekerheid en veiligheid bieden. Dat doet het spijtig genoeg niet.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Toen ik Yan vroeg hoe dat eruitziet, zo’n harmonieuze samenleving die anderen spontaan navolgen, antwoordde hij: ‘Het is een samenleving zonder grote verschillen tussen arm en rijk, rechtvaardig dus, die mensen vrijheid van meningsuiting geeft, ruimte om dingen te scheppen en uit te vinden.’

Dat lijkt niet meteen de richting die het China van Xi uitgaat: een bewakingsstaat die juist minder vrijheid laat. Als we Yan mogen geloven, leert de Chinese geschiedenis dat de keuzes van Xi Jinping de weg naar een mondiaal leiderschap voor China – naar soft power dus — eerder blokkeren. Huawei en andere Chinese techbedrijven zullen daarvoor wellicht nu al een prijs betalen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur