Hackathons steeds populairder in ontwikkelingssamenwerking

Kunnen nerds de wereld redden?

© Ben Langdon - Mile 91

 

Techneuten die zich een weekend lang opsluiten en een creatieve sprint houden. Je zou het niet onmiddellijk verbinden met mondiale problemen. Niettemin worden hackathons steeds populairder in de ontwikkelingssamenwerking. En dat betekent een toenadering tussen de technologiesector en ontwikkeling.

‘Toen ik eerst van jullie project hoorde dacht ik, what the hell heeft blockchain te maken met HIV?’ We zitten in een hippe co-working space in Brussel, en het zijn de laatste uurtjes van een twee dagen durende hackathon. De verschillende teams krijgen de laatste feedback van hun coaches voor hun uiteindelijke pitches. Over twee uur moeten ze het podium op.

Hackathons worden steeds populairder in de ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.

Dit is de HIV-Hack die in het weekend van 24 november werd georganiseerd in het Brussels DigitYser. Techneuten bouwen hier echter geen digitale oplossingen voor een bedrijf, maar voor een ontwikkelingsdoel: HIV-resistentie. En dat is een trend. Hackathons worden steeds populairder in de ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp. En organisaties in de sector passen steeds vaker technieken uit de technologiewereld toe op ontwikkelingsproblemen. Maar dat stoot ook op kritiek, want zo wordt ook de rol van multinationals en bedrijven groter.

Hack + marathon

Een hackathon, samenvoeging van de woorden hack en marathon, is een concept uit de technologie-wereld. Het doel is om op korte tijd, meestal 24 tot 48 uur, een digitaal product — of een aanzet ertoe — uit te werken, doorgaans op basis van een thema. Het is dus een creatieve sprint, waarin kleine teams binnen een kort tijdsbestek een zo origineel mogelijk idee proberen te bouwen.

Aanvankelijk deden vooral bedrijven dit, in de eerste plaats om externe input te vergaren. Maar de wereld van de ontwikkelingssamenwerking begint er steeds meer mee te experimenteren. Zo ook Enabel, het Belgische ontwikkelingsagentschap. Dit jaar organiseerden ze Hack The Goals, een hackathon rond de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN.

© Enabel

 

‘Via hackathons kunnen wij innovatieve oplossingen vinden die onze programma’s versterken’, vertelt Kirsten Van Camp, Digital Development Officer bij Enabel. ‘We brengen actoren samen en we bouwen een ecosysteem. Zowel digitale experten als experten in ontwikkelingssamenwerking leerden iets bij en werkten samen rond de SDG’s.’

Dat deden ze door de voorbije maanden een hele reeks hackathons te organiseren. Eén daarvan was in België, maar daarnaast organiseerden ze ook tegenhangers in Marokko, Palestina, Niger, Senegal en Uganda.

‘We werken in landen met schaarse middelen’, vertelt Jean Van Wetter, de algemeen directeur van Enabel. ‘Op het gebied van onderwijs bijvoorbeeld zal een bevolkingsstijging in regio’s zoals Sub-Sahara Afrika ons dwingen om steeds meer technologie, zoals tablets, te gebruiken in de klas. Digitale technologie is dus enorm belangrijk, en de innovaties die we ontdekken in hackathons kunnen we dus zeker in onze programma’s gebruiken.’

Uit de hele reeks hackathons werd uiteindelijk een project uit Niger tot winnaar gekroond. Het winnende team ontwierp een mobiele app die via mobiele spelletjes informatie deelde over seksualiteit en family planning. Ze mochten alvast naar België reizen, en net als de winnaars van alle regionale hackathons kregen ze een geldprijs om het idee verder te ontwikkelen.

Mapathons

Maar los van de innovaties bouw je via hackathons ook een gemeenschap. Dat is heel duidelijk bij zogenaamde mapathons. Hier vullen vrijwilligers kaarten aan voor humanitaire organisaties zoals Artsen Zonder Grenzen.

© Ben Langdon - Mile 91

 

‘In heel veel gebieden waar wij werken zijn er letterlijk geen kaarten’, vertelt Jorieke Vyncke, coördinator van het Missing Maps project bij Artsen Zonder Grenzen. ‘Commerciële aanbieders willen die regio’s niet in kaart brengen omdat er te weinig geld in zit, en overheden zijn doorgaans te zwak.’

Daarom doen ze mapathons. Het concept lijkt op een hackathon, maar er wordt geen digitaal product gebouwd. Een mapathon brengt mensen samen, maar in dit geval om tekenen ze kaarten op basis van satellietbeelden in een platform zoals OpenStreetMap.

‘Dit samen doen, is gewoonweg plezant’, vertelt Vyncke. ‘Het is een ideaal moment om het hele community-gebeuren te versterken. Er komen mensen van allerlei achtergronden samen. Je hebt de mensen met een technologie-achtergrond, maar recent hadden we nog een grootmoeder die met haar kleindochter kwam mappen.’

Invloed van bedrijven

In het geval van de HIV-Hack lag de nadruk op data-science, een soort combinatie van programmeren en statistiek. Deelnemers gingen aan de slag met data rond HIV-resistentie, en probeerden er zo’n creatief mogelijke inzichten en producten uit te bouwen.

Niettemin betekent die draai naar de technologie-wereld ook dat bedrijven en start-ups een steeds grotere rol krijgen. Johnson & Johnson Global Public Health, de vleugel van de farmaceutische groep die rond sociale impact werkt, sponsort bijvoorbeeld de HIV-Hack.

‘We doen dit om mensen bewust te maken over wereldgezondheid’, vertelt Serge Masyn, directeur van Johnson & Johnson Global Public Health. ‘Deze hackathon focust zich in het bijzonder op HIV en HIV-resistentie. In de westerse wereld wordt HIV beschouwd als een beheersbare chronische ziekte, maar dat is lang niet overal zo.’

Naast bewustwording zorgen deze hackathons ook dat ze innovatie van buitenaf binnen kunnen halen. ‘Tussen alle projecten die we vandaag zien, zitten ideeën waar je als bedrijf niet onmiddellijk aan denkt. Door samen te werken in een hackathon delen we kennis en dankzij de diversiteit onder het deelnemende talent krijgen we een frisse blik op sommige van onze uitdagingen’, vertelt Masyn.

Maar de deelname van Johnson & Johnson roept ook vragen op. Ze is de farmaceutische groep berucht omwille van herhaalde schandalen rond het Globale Zuiden. Zo bekritiseerde in 2011 Artsen Zonder Grenzen het bedrijf nog omdat ze weigerden de patenten rond hun HIV-medicijnen vrij te geven aan ontwikkelingslanden, om de prijzen hoog te houden. Sindsdien kregen ze ook vergelijkbare aanklachten rond hun TBC-medicijnen te verduren.

‘Als je de globale impact van een bedrijf als Johnson & Johnson bekijkt, en tegelijk ziet dat ze dit soort events organiseren, dan is dat wel een beetje cynisch.’

‘Dat bedrijven bijdragen aan ontwikkelingsdoelen is niet inherent negatief’, reageert Julie Steendam, beleidsmedewerker bij de NGO Viva Salud. ‘En met hackathons is er al evenmin iets mis. Maar als je de globale impact van een bedrijf als Johnson & Johnson bekijkt, en tegelijk ziet dat ze dit soort events organiseren, dan is dat wel een beetje cynisch.’

Masyn erkent ook dat die associatie met de farmaceutische groep niet altijd even makkelijk is. ‘We zijn ons bewust van die uitdaging’, vertelt hij. ‘De focus van het geneesmiddelenonderzoek en ontwikkeling van Johnson & Johnson Global Public Health ligt op mensen helpen en oplossingen zoeken. Anders dan bij het klassieke terugverdienmodel wordt de informatie en kennis van deze hackathon gedeeld en is ze open.’

© Enabel

Hack The Goals in Oeganda

Private sector

Niettemin is dit een breder gegeven. Het beleid van vicepremier en minister van ontwikkelingssamenwerking, digitale Agenda, telecom en post Alexander de Croo (Open VLD), en dus ook overheidsorganisaties zoals Enabel, legt sterker de nadruk op technologie én samenwerking met de private sector.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De Enabel hackathon analyseerde bijvoorbeeld het business model van de projecten die ze selecteerden. ‘Het gaat over duurzaamheid. Je kan niet alles blijven financieren’, vertelt Van Camp. ‘Mobiel geld bijvoorbeeld, zoals de Kenyaanse dienst M-Pesa, werd aanvankelijk ondersteund door DFID’s challenge fund, dat de drempels voor het ontwikkelen van nieuw producten en diensten moest verlagen. Hierdoor kon Vodafone of Safaricom een dienst ontwikkelen die pas op langere termijn winst bracht. Op die manier vergroot je financiële inclusie via een dienst die nu door bedrijven gedragen wordt. Dat zal niet voor alles het geval zijn, maar in sommige gevallen is die samenwerking cruciaal.’

‘De combinatie van privé-bedrijven en overheidsorganisaties is nodig’, stelt Jean Van Wetter. ‘Een bedrijf zal bijvoorbeeld altijd geld moeten verdienen met een product, en in sommige gebieden kan dat heel moeilijk. Je zal dus altijd traditionele ontwikkelingssamenwerking nodig hebben. Niettemin werken we met Enabel steeds meer met start-ups en privé-bedrijven, zodat zij hun expertise ook ten dienste kunnen stellen van de SDG’s.’

Maar aan de andere kant beweegt er ook iets. Zo begint de technologie-sector steeds meer de nood voor sociale impact te zien. ‘We deden HIV-Hack in het kader van ons bootcamp data science, een soort erg intensieve opleiding voor mensen die met data willen werken’, vertelt Philippe Van Impe, CEO van DigitYser, en mede-organisator van HIV-Hack. ‘En iedereen in de tech-gemeenschap gaat in die richting. De jeugd wil technologie gebruiken voor een sociaal doel. Niet iedereen wil nog voor een groot bedrijf werken.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Tom Cassauwers is freelance journalist en schrijft over technologie en wereldpolitiek. Hij verscheen al onder andere in MO*, Datanews en Knack.