Dossier: 
Een Caraïbisch volk met migratie in zijn DNA

Voor de Garifuna is de strijd om land ook een gevecht voor hun identiteit

© Frauke Decoodt

Hun muziek is gekend en hun kookkunst gegeerd. Maar de Garifuna hangt voortdurend gedwongen verhuizing boven het hoofd.

De Garifuna, een volk in de Caraïben, ken je misschien om hun lekkere kookkunsten, paradijselijke Caraïbische stranden en hun opzwepende muziek en dans. Hun geschiedenis is er een van gedwongen en gekozen migratie. Maar er hangt hen opnieuw een demografische verdrijving boven het hoofd.

Het inheemse Garifunavolk is gekend om zijn lekkere kookkunsten, paradijselijke Caraïbische stranden en hun opzwepende muziek en dans. Maar de Garifuna zijn meer dan een volk van goed eten en dansen. Ze hebben een unieke cultuur die ontstond en bepaald werd door gedwongen en gekozen migratie.

De geschiedenis van de Garifuna begint bij de trans-Atlantische slavenhandel, in de zestiende eeuw. Een radicalere en gewelddadigere vorm van omvolking, van geplande demografische verdrijving, is haast niet te bedenken.

Sommigen beweren dat ze op het Caraïbische eiland Saint-Vincent terecht kwamen nadat een slavenschip kapseisde, anderen dat ze ontsnapte of gevangen slaven waren uit nabijgelegen eilanden. Wat vaststaat is dat de bewoners die van oorsprong uit West-Afrika kwamen zich stilaan met de Caribs, de inheemse bevolking, vermengden. Zo ontstond een nieuw volk: de Garifuna, met een eigen taal en gebruiken.

Een volk dat zich lang verzette tegen de Britse imperialistische ambities, maar dat in 1796 toch het onderspit delfde. Slechts een paar “blankere” Garifuna mochten op het eiland blijven. De resterende 4600 anderen werden door de Britten gedeporteerd naar een nabijgelegen, onbewoonbaar eiland. Meer dan de helft stierf er, op nog geen jaar tijd. De ongeveer 2000 Garifuna die overbleven, werden daarom opnieuw opgepakt en verscheept, dit keer naar het Hondurese eiland Roatán. Al gauw emigreerden veel Garifuna naar het vasteland.

Tegenwoordig zijn ze met zo een 800.000 en vind je hen in de Atlantische kuststreken van Honduras, Nicaragua, Guatemala, Belize en Mexico.

Er wonen ook veel Garifuna in de Verenigde Staten, vermoedelijk zo’n 200.000. Die migratie begon al na de Tweede Wereldoorlog, maar nam de laatste decennia exponentieel toe. In het Hondurese dorpje San Juan schatten de inwoners dat een derde van hen in “het Noorden” woont. Vele jongeren in het dorp hopen ook te kunnen vertrekken.

Nog in San Juan zijn er opvallend veel imposante villa’s te zien, naast krotten. Beide staan vaak leeg. De eigenaars van de villa’s wonen in de Verenigde Staten, en keren slechts terug voor feestdagen of voor hun oude dag. Maar ook wie niet migreerde kan zich tegenwoordig wat meer veroorloven, waardoor ook de krotten leegstaan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Zowat elke familie leeft van het geld dat iemand haar toestuurt. Werk is er amper te vinden. In het verleden konden de dorpelingen makkelijk leven van de visvangst, platanen, yuca of kokosnoten. Ze leefden zelfvoorzienend. Vandaag lukt dat niet meer, nu de Garifuna nog maar eens van hun land verdreven worden.

Niet alleen door armoede, maar ook door repressie en geweld. Machtige figuren azen op hun territorium. Binnen- en buitenlandse ondernemers, zoals een Canadese pornokoning, verlekkeren zich op de idyllische stranden om er toeristische luxecomplexen en cruisehavens te bouwen. Het was het lot van het dorp Barra Vieja, dichtbij San Juan. Daar staat nu het Indura Beach Resort.

De Garifuna willen niet nog eens verdreven worden.

De kust is ook een gegeerde smokkelroute voor de gewelddadige drugshandel. Landbouwbedrijven nemen het vruchtbare land in voor megaplantages, onder andere voor Afrikaanse palmen. En dan zijn er nog aardolieprojecten, mijnbouw en stuwdammen.

De overheid dient vooral deze machtige belangen. Ze knijpt een oogje toe wanneer wetten die de Garifuna en hun land moeten beschermen, niet worden nageleefd. De Hondurese overheid droomt er ook al jaren van om een deeltje van het Garifuna-grondgebied weg te geven aan enkele steenrijke Amerikaanse kapitalisten, die er een vrijstaat vol sweatshops en exporthavens willen oprichten. Liefst zonder nare belemmeringen zoals arbeidswetten.

De Garifuna willen niet nog eens verdreven worden. De strijd om land is ook een strijd om hun identiteit te behouden, net zoals voor andere inheemse volkeren. Want ook al drinken vele Garifuna hun guifiti, spreken ze hun karif en dansen ze hun punta in New York, en ook al werd hun culturele DNA bepaald door een geschiedenis van diaspora en migratie: de verbondenheid met het Caraïbische territorium is net zo goed een onlosmakelijk deel van hun identiteit.

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur