Dossier: 
Nieuwjaarsbrief van een Belgische aan een Congolese moeder

Beste Manunura, we hadden onze dochters hetzelfde willen wensen, maar het is anders gelopen

Elien Spillebeen

de kans op kindersterfte bij geboorte is in Congo twintig keer hoger dan in België

Liefste Manunura,

Enkele dagen geleden kruiste een foto van mijn dochter die van jou. De vredevolle blik van de pasgeboren kinderen op beide foto’s waren opmerkelijk gelijkend. Maar het waren de verschillen die me zo hard troffen.

‘Het ebolawonder’, zo wordt je dochter genoemd. Sinds haar verhaal mij ter ore kwam spook jij steeds vaker door mijn hoofd. Stilaan haakt zich aan elke herinnering over dat prille begin van mijn dochter een beeld van die van jou vast, als twee films die synchroon worden afgespeeld.

Het leven in Beni in Oost-Congo was voor jou en je familie de laatste jaren bijzonder hard geweest. Ongrijpbare vijanden hebben al meer dan duizend levens genomen en ontelbaar veel andere verwoest. De dodelijke aanvallen op Beni en de omliggende dorpen hadden de afgelopen maanden opnieuw meer slachtoffers geëist.

Je zag levens eindigen en voelde elke dag een nieuw leven in je groeien

Op de koop toe verspreidde het dodelijke ebolavirus zich in de wijken en dorpen van Beni. Alsof je nog niet genoeg te vrezen had groeide de uitbraak uit tot de op een na grootste en meest dodelijke ooit. Je zag levens eindigen en voelde elke dag een nieuw leven in je groeien. Soms bad je stilletjes tot God opdat je kind dit leed bespaard kon blijven.

***

Mijn zwangerschap ervoer ik soms wel eens als een egoïstische daad

Ik had verwoede pogingen ondernomen om de bloedbaden in Beni onder de aandacht te brengen. Honderden mensen hadden hun verhaal gedeeld in de hoop dat hun getuigenis iets kon teweegbrengen. Maar er was weinig veranderd. De aanvallen gingen door en de hoop raakte zoek. Mijn zwangerschap ervoer ik soms wel eens als een egoïstische daad. Ik kon niet meer naar Beni reizen en de energie die het het kleintje in mijn buik nodig had om te groeien ging ten koste van een pleidooi voor jouw leven en toekomst, Manunura.

Met de omvang van mijn buik groeide ook de afstand tussen mij en Beni. Ons huis werd nog snel grondig onder handen genomen, op mijn nieuwe job wilde ik me nog bewijzen en een waslijst aan kleine en grote taken moest nog worden afgewerkt.

***

De laatste weken van de zwangerschap wogen zwaar. Een bevalling is niet zonder risico, dat wist je wel. De natuur is hard, maar je geloofde dat je lot niet in handen lag van de natuur, maar in die van God en slimme mensen in witte jassen. In het lokale ziekenhuis had je nog een informatieve namiddag voor aanstaande moeders bijgewoond. ‘Zorg dat je de laatste weken van je zwangerschap in de buurt van het hospitaal bent zodat je in een veilige omgeving kan bevallen’, drukten ze je op het hart. ‘Bij verontrustende signalen kom je zo snel mogelijk naar hier.’

Je voelde je die dag niet goed en vreesde dat je kind misschien vroeger op de afspraak zou zijn. Of had malaria je te pakken gekregen? Toch niet het ebolavirus? Je speelde op zeker en vertrok naar het ziekenhuis. Na drie dagen uitzieken bleek er geen reden tot paniek. Je kon gerust nog terug naar huis. Het kind zou nog even op zich laten wachten. De vrouw met wie de kamer deelde wenste je nog veel succes. Of je nog even haar kussen kon opschudden voor je vertrok? Zij zou het ziekenhuis niet levend verlaten.

***

De kans op overlijden in het kraambed ligt in België honderd keer lager dan in Congo, de kindersterfte bij geboorte twintig keer

Een thuisbevalling was voor mij uit den boze. Ik was dankbaar dat ik de statistieken aan mijn kant had. De kans om te overlijden in het kraambed ligt honderd keer lager in België dan in Congo, de kindersterfte bij geboorte twintig keer. Ik wou het lot liever niet tarten. Later zou de gynaecoloog zeggen dat ze voor een normale bevalling eigenlijk niet zo lang had moeten studeren, maar voor een bevalling als de mijne wel.

Alles verliep aanvankelijk volgens het boekje. De weeën bouwden zich in crescendo op. De uren tikten weg, maar dan was dat moment om een kind ter wereld te brengen dan toch aangebroken. ‘Een eerste bevalling duurt gemiddeld tussen een half uur en een uur’, lichtte de vroedvrouw me in. Vijfenveertig minuten later werden bezorgde blikken tussen de vroedvrouw en gynaecoloog vertaald in een wat verbloemde boodschap: ‘De hartslag van uw kindje is twee keer even onder een kritieke grens gedoken. Het mag nu niet lang meer duren. We zullen het nog een laatste keer proberen’. Enkele minuten later werd een knop ingedrukt en duwden ze mijn bed in looppas naar het operatiekwartier. Alles ging razendsnel. ‘Daar is ze!’, hoorde ik Jan, de vader van mijn kind, met gekraakte stem nog zeggen. Samen met mijn dochter verdween hij uit mijn zicht. ‘Oef!’, dacht ik, ‘ze is er!’ Dat ze niet huilde was me niet eens opgevallen.

***

Het gezicht van de dokter voelde ondertussen vertrouwd aan. Twee weken na de ziekenhuisopname was je terug. Hier zou je voor het eerst een kind baren. Je was eerder opgelucht toen hij je melde dat een keizersnede noodzakelijk was.

De laatste jaren werd keizersnede beschouwd als een veilige bevalling voor wie het zich kon veroorloven. Vermogende burgers bestellen hun keizersnede op voorhand. Al baseerden zij die keuze op foutieve informatie en wist jij nog niet hoe je de factuur zou betalen, je voelde je op dat moment even bevoorrecht.

’10, 9, 8, …’ Toen ging het licht uit.

***

‘Het is niet goed’, zei Jan me. Lijkbleek zat hij naast me. Met mijn armen vastgebonden lag ik nog op de operatietafel terwijl twee dokters me aan de andere kant van het doek dichtnaaiden. ‘Ze ademt niet’. Op die woorden reisden mijn gedachten vreemd genoeg naar jouw thuis.

Ik had er twee jaar geleden in je buurt een bevalling bijgewoond. Ik herinner me hoe een kind wit en levenloos ter wereld kwam. ‘Dit is niet goed’, dacht ik toen, ‘dit kind haalt het niet’. Eigenhandig blies de dokter lucht en zo leven in de longen. Met warme doeken werd de kleine warm gewreven. Enkele lange minuten later hoorde ik een zwak gehuil en kreeg de huid als bij wonder een menselijke kleur.

Toen ik het operatiekwartier werd binnengerold was het me opvallen hoe uitgebreid de medisch staf was die me stond op te wachten. Ik kon niet anders dan geloven dat zij konden wat ik toen in Congo had gezien. ‘Het komt goed’, zei ik tegen Jan. ‘Ze weten wat ze doen. Geloof me. Het komt goed’. Met de kleine Congolese baby in gedachten had ik die boodschap al enkele keren herhaald tot de minuten ook voor mij te lang duurden en het hoopvolle beeld vervaagde. Net op het moment dat ik me afvroeg of het wel echt goed zou komen hoorden we een zwak gehuil in de verte. ‘Ze is er’, stelden ze ons gerust.

***

Zes uren na het begin van het leven van je dochter eindigde dat van jou

Of je nog ontwaakt bent, weet ik niet. Maar zes uren na het begin van het leven van je dochter eindigde dat van jou. Samen met haar verliet te veel bloed je lichaam. Ik hoop dat je toch nog een glimp van je dochter hebt opgevangen, maar ik vermoed van niet.

Een moeder verliezen went ook voor een ervaren geneesheer nooit. De hele ploeg was erg aangeslagen. Het gehuil van je dochter had iedereen moeten verblijden, maar klonk hol en hard naast je levenloze lichaam.

Sinds de uitbraak van ebola wordt van elke overledene een uitstrijkje afgenomen. Het positieve resultaat heeft iedereen verrast. Zelf heb je nooit geweten dat het opschudden van het kussen van een zieke vrouw jou het leven heeft gekost. Die kleine daad van barmhartigheid gaf het leven van je dochter onmiddellijk een andere wending.

Amper zes dagen oud belandt je eerste kind als jongste slachtoffer ooit in het ebolacentrum.

Amper zes dagen oud was ze en je eerste kind belandt als jongste slachtoffer ooit in het ebolacentrum. Tot nu toe behandelden ze er slechts 26 kinderen kinderen jonger dan één jaar. Slechts vijf overleefden de ziekte. Haar overlevingskansen werden bij aankomst erg laag geschat.

***

Hasse, die naam draagt onze dochter ondertussen, nam een moeilijke start. Kunstmatig van extra zuurstof voorzien bracht ze haar eerste nacht in een couveuse door. Maar sindsdien gaat het prima met haar. Elke dag neemt ze wat meer van die vreemde wereld in zich op. Elke dag ademt ze schijnbaar zorgeloos in en uit.

Zes weken later geniet ik thuis van de eerste vormen van haar glimlach. Ik neem een foto en stuur die naar een Congolese vriend die werkt in het ebolacentrum in Beni. ‘Prachtig’, stuurt hij terug, ‘Haar foto doet met denken aan Benedicte, het jongste ebolaslachtoffer ooit dat we deze week feestelijk genezen verklaarden.’

Benedicte. Zo werd je dochter genoemd. De gezegende, zij die door God is uitverkoren, zij die mag leven. Zo gaat je dochter overal over de tongen: ‘Een klein maar groots mirakel!’ Je man Thomas haalde na erg moeilijke weken dan toch even opgelucht adem. Samen met zijn zus zal hij het kind koesteren: ‘We hebben haar nodig om de hoop in Beni levend te houden’.

Haar verhaal dringt mijn huiskamer binnen en doorprikt de kleine bubbel waar ik al enkele weken in vertoef. Jouw dochter en de mijne zijn die dag even met elkaar verbonden. Ze weten van niets. Ze vragen zich nog niet af, in tegenstelling tot ik, of ze dan misschien wel als gelijken, maar niet gelijk geboren werden.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift