Klimaatstrijd, sociale strijd voor een rechtvaardig beleid

Alleen als de kapitaalkrachtigen bijdragen, kunnen we de klimaatcatastrofe stoppen

Niek Verlaan / Pixabay

Er komen over de hele wereld weer miljoenen mensen op straat omdat er vandaag nog iets is waarvoor er te strijden valt. De klimaaturgentie valt immers niet alleen te lezen in wetenschappelijke rapporten.

Afgelopen zomer sneuvelden in België andermaal de hitterecords en elders in de wereld maakten overstromingen, hittegolven en aardverschuivingen weer pijnlijk duidelijk hoe snel de opwarming van de aarde zich verder voltrekt. De klimaatrampen kosten nu al mensenlevens en ook in de toekomst zal de impact van de klimaatverandering op het menselijke leven immens zijn.

Op dit moment hebben we nog de kans om de opwarming te beperken en de klimaattransitie te doen slagen. Maar, zoals Naomi Klein al aangaf, we krijgen die kans deze eeuw maar één keer en we moeten ze absoluut nu grijpen. Vandaag komen dan ook de eerste mensen in actie voor wie de dreiging van een veranderend klimaat geen bangmakerij uit de toekomst, maar een bloedserieuze blik op de realiteit is.

Tegen 2030 staan er 80 miljoen jobs op het spel als de opwarming van de aarde niet zakt onder de 1,5 graad.

De ecologische wende die nodig is zal ook onze arbeidsmarkten drastisch veranderen en belangt daarom des te meer iedereen aan in onze samenleving. Om de klimaatmissie te doen slagen, is het dus van fundamenteel belang dat het sociaal overleg haar rol kan spelen. Het middenveld en de vakbonden moeten die taak opnemen.

Laten we samen de kans grijpen om de klimaatuitdaging als voorzet te nemen om onze samenleving radicaal rechtvaardiger te maken.

Sociaal overleg moet erbij

De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) bracht al naar buiten dat er tegen 2030 wereldwijd 80 miljoen jobs op het spel staan als de opwarming van de aarde niet zakt onder 1,5 graad Celsius. De stijgende hitte zou de productiviteit naar beneden halen en ook op die manier meer dan 2400 miljard dollar aan de wereldeconomie kosten.

Omdat vooral de armste landen getroffen worden, zullen in dat scenario grotere migratiebewegingen dan ooit tevoren onvermijdelijk zijn. Klimaat, economie en migratie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De noodzaak om de impact van het klimaat op onze economieën samen met de vakbonden het hoofd te bieden, is niet nieuw op internationaal niveau. Op de klimaattop van 2018 in het Poolse Katowice werd het belang van sociaal overleg in de klimaattransitie vastgelegd in de Solidarity and Just Transition Silesia Declaration.

Ook België heeft die verklaring ondertekend en zal dus samen met het middenveld moeten werken aan een klimaatbeleid dat ecologisch en sociaal rechtvaardig is. Om daarvoor een echt draagvlak te creëren, moeten we het klimaatbeleid koppelen aan concrete eisen.

Welke jobs?

Wie het klimaatdebat gevolgd heeft, weet dat er veel angst en vraagtekens zijn bij werkende mensen en dat is niet ten onrechte. Wie zal de kosten van de transitie moeten dragen? Dat is een pertinente vraag. En we zijn in een fase van de strijd aangekomen dat voorstellen en belangen moeten worden hardgemaakt.

Het is lang geen vanzelfsprekendheid dat een duurzame economie een rechtvaardige economie is, en dat beseffen de meeste mensen. Daar hoef je geen econoom of klimaatexpert voor te zijn.

Enkel met redelijke en rechtvaardige bijdragen van de kapitaalkrachtigen maken we nog een kans om een klimaatcatastrofe een halt toe te roepen.

Concrete eisen kunnen ook vanuit lokale hoek bijdragen tot oplossingen voor het sociale klimaatvraagstuk. Het behoud en de versterking van regionale treinlijnen is daar een sprekend voorbeeld van.

Maar het sociaal overleg heeft ook bij het bouwen van een sterk nationaal klimaatplan een vitale rol te vervullen. Daar is de opdracht duidelijk: ga weg van de algemene klimaateisen, laat het sociaal overleg zijn rol spelen en leg breekpunten en voorstellen op tafel.

De vakbonden moeten zeer duidelijk naar voren kunnen schuiven welk statuut er zal zijn voor mensen die hun job zien verhuizen van vervuilende ondernemingen naar groene bedrijven.

Wat betekenen zulke veranderingen voor de loonvoorwaarden en de anciënniteit? Welke opleidingen bieden we aan om werknemers zo goed mogelijk voor te bereiden op de nieuwe jobs, die door de transitie gecreëerd worden? Hoe vinden ongeschoolden daarin hun plaats? Welk percentage van de middelen hebben we precies nodig om het sociale karakter van die transitie te garanderen?

De antwoorden op die vragen vormen de clou om het vertrouwen te genereren waar het veel mensen vandaag aan ontbreekt. Het moet tastbaar worden dat we van de klimaattransitie een sociale strijd maken. Mensen moeten dat kunnen zien en voelen.

Wie betaalt?

Wanneer de samenleving het economische roer omgooit, zijn er altijd verliezers. Daarom is het van groot belang dat het middenveld de klimaatagenda kan bepalen, ook als het over de arbeidsmarkt gaat.

Niet elk klimaatplan is voor iedereen een goed plan. Zo zullen steunprogramma’s noodzakelijk zijn om kleine en grote bedrijven om te vormen tot duurzame ondernemingen, maar het debat over de financiering ervan ligt nog open.

Er is discussie nodig over de green bonds of groene obligaties die klimaatbeleid moeten financieren.

Zal de werkende Belg er via belastingen voor moeten opdraaien? Of zullen de grootste, vervuilende bedrijven hun bijdrage moeten leveren via CO2-heffingen?

De keuze ligt voor de hand. Door het sociaal overleg volop haar kans te geven, kunnen we ook effectief afdwingen dat het vervuilende kapitaal betaalt, en niet de werknemer zijn zuurverdiende verworvenheden moet prijsgeven.

Ook voor alternatieve voorstellen moeten we pasklare antwoorden en beleidsopties op zak hebben. We hebben de vakbonden en het middenveld nodig om mee de forcing te voeren en zelf niet voor het blok gezet te worden.

Zo is er een discussie met open vizier nodig over de green bonds, de groene obligaties die men in Duitsland naar voren schuift om klimaatbeleid te financieren. In tijden van een negatieve rente moet men goed bekijken onder welke voorwaarden zo'n financiële instrumenten uitgevaardigd worden. Want met enkel besparingen kan een klimaattransitie niet gerealiseerd worden, en al zeker niet op een rechtvaardige manier. We moeten verhinderen dat de werkende belastingbetaler ervoor betaalt.

Niet zomaar een Green New Deal

Als we vandaag met miljoenen mensen de straat op trekken, laat het dan zijn omwille van de noodzaak om de klimaattransitie op een rechtvaardige manier collectief mogelijk te maken. Zonder vrees, maar met iedereen aan boord. En vooral met branie en zin voor realisme, om uit te spreken wat moet.

Op een dag als vandaag is het te makkelijk en te eenvoudig om zomaar te pleiten voor een Green New Deal. Als er één voorwaarde is om van zo’n Green New Deal een succes te maken, is het: uitspreken dat het deze keer niet nog eens de werkende mens kan en zal zijn die de financiële lasten van de klimaatcrisis moet dragen – daarvoor is de situatie te acuut en te ernstig.

Enkel met redelijke en rechtvaardige bijdragen van de kapitaalkrachtigen maken we nog een kans om een klimaatcatastrofe een halt toe te roepen. Dat zou van een groene deal ook echt een nieuwe deal maken. Wie daar voor strijdt, vindt in mij een strijdvaardige klimaatkameraad.

Anja Vanrobaeys is kamerlid voor sp.a.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift