Zand wordt vooral gebruikt als grondstof voor stortklaar beton

Als het zo verder gaat, dan is binnen 80 jaar het zand van onze Noordzee op

© Raf Custers

Deze installatie breekt, wast en zeeft zeezand en stockeert het volgens korrelgrootte

Zand is onmisbaar, het maakt een derde uit van elke kubieke meter beton, en wereldwijd wordt steeds meer beton verbruikt. België haalt het zand voor stortklaar beton uit de Noordzee.

Zo’n vijftal ondernemingen zijn daarmee bezig. Zij moeten rekening houden met alle anderen die in het Belgische deel van de Noordzee opereren. De druk op de zee neemt toe, maar de zee moet gezond blijven. Dat streven bepaalt de omgeving waarin de baggerfirma’s draaien.

Oogcontact maken, zo luidt het devies op het bedrijfsterrein van De Cloedt in de haven van Oostende. Het terrein ligt vol hopen zand uit zee, van fijn tot grof, zuiver of gemixt met schelpresten, uit de eigen winning in de Noordzee of aangevoerd uit de monding van de Thames. Daartussen rijden trucks en bulldozers over en weer en maak je beter dat de chauffeurs je gezien hebben, om niet overreden te worden.

Centraal op het terrein staat een toren die het ruwe materiaal breekt, wast, zeeft en volgens de grootte van de korrels of de keien stockeert. Technici doen onderhoud en spoelen water door de installatie.

Stephan Milis, commercieel directeur bij De Cloedt, proeft ervan en weet het zeker: dit water is zout. De firma gebruikt hier bijna geen zoet water meer, wel brak water uit het dok van de haven. Het is maar een van de zorgen van deze zeezandproducent.

© Raf Custers

In de kraakinstallatie worden zeegranulaten gespoeld en gezeefd

De groep De Cloedt hoort met zijn filiaal, de Nieuwpoortse Handelsmaatschappij (NHM), bij de grote Belgische producenten van zand en grind uit zee, of in één woord: zeegranulaten.

Gery De Cloedt maakte zich in 2000 los van de baggergroep DEME (voorheen Dredging) en begon opnieuw voor eigen rekening, en sindsdien groeide zijn groep snel. De Cloedt is nu een cluster van bedrijven actief in granulaten, milieu, binnenvaartlogistiek en aannemingen. Én met offshore filialen in fiscale paradijzen, zoals drie jaar geleden nog in de Panama Papers werd onthuld.

Het hele Belgische deel van de Noordzee leeft nu met een nervositeit die 15 à 20 jaar geleden nog ondenkbaar was

Toen België in 1976 zand uit de Noordzee begon te ontginnen, haalde het er 29.000 kubieke meter zand weg. In 2017 zat de productie aan 4 miljoen kubieke meter (waarvan een vierde voor de ophoging van de stranden en de ‘kustverdediging’).

Het hele Belgische deel van de Noordzee leeft nu met een nervositeit die 15 à 20 jaar geleden nog ondenkbaar was.

Het is er een ongeziene drukte: er zijn de windmolens, de kabels die hun stroom naar het vasteland voeren, de bodem wordt geëxploreerd, er wordt munitie gedumpt, het leger houdt er schietoefeningen. Er is de zorg voor de biodiversiteit, de wetenschappelijke verkenning en de visserij. Er wordt gebaggerd om vaargeulen en havens open te houden en er wordt baggerspecie gestort.

En er wordt dus zand gewonnen. Alle operatoren moeten rekening houden met elkaar, maar ze lopen elkaar ook voor de voeten.

Windmolens doen baggeraars wijken

Zandwinning valt onder de bevoegdheid van de federale regering. Die kent quota toe: dat zijn de volume’s die de baggerfirma’s jaarlijks mogen winnen. De Cloedt mag in 2020 een quotum van 1.500.000 kubieke meter zand uit zee halen.

Dat maakt van die firma de tweede producent van zeegranulaten. Na de Vlaamse overheid (voor de kustverdediging) op nummer één, maar voor de baggerfirma DEME (800.000 kubieke meter) en de cementfirma CBR (uit de Heidelberggroep, 500.000 kubieke meter).

Maar niemand gebruikt die quota kennelijk helemaal op. De baggeraars halen het zand uit het Belgische deel van de Noordzee, wat de profs het Belgisch Continentaal Plat (BCP) noemen. Dat is zo groot als een doorsnee provincie en strekt zich tot 45 zeemijl diep, ofwel 83 kilometer, in de Noordzee uit.

© Raf Custers

De Cloedt verwerkt ook Engels zand

Het zand uit de Noordzee gaat voornamelijk naar betoncentrales, die er stortklaar beton mee maken. Die industrie gebruikt het liefst middelgrof zand. De Cloedt neemt een derde van het jaarlijks in België gebaggerde industriezand voor zijn rekening, één van de zowat drie miljoen kubieke meter.

De firma wint of koopt ook elders zand, onder andere in Nederland en Groot-Brittannië. Daar zit ook zand voor andere toepassingen dan beton bij, onder andere voor het ophogen of draineren van terreinen. De Cloedt heeft daarvoor zes baggerschepen van diverse grootte in de vaart.

De baggerfirma’s opereren in vier zones in het Belgisch Continentaal Plat, die wettelijk zijn vastgelegd. In zone 4 (Hinder), het verst van de kust, wordt vooral zand voor de strand- en kustverdediging gehaald. Het meest gegeerde zand, voor de industrie, komt uit de zones 1 en 2, dichter bij de kust.

Maar toen aan de oostkant van zone 1, op de Thorntonbank, windmolenparken werden gebouwd, werd de zandwinning er gestaakt. En zone-2 is onderdeel van het uitgestrekte gebied voor natuurbehoud, de Vlaamse Banken, en is deels voor de zandwinning gesloten.

Die evolutie zit de zandproducenten niet lekker. Zij willen liefst zand halen in de zones het dichtst bij de kust, zodat de vaarten korter duren en hun schepen beter renderen. Zodat ze, met de woorden van professor geologie Patrick Degryse, ‘genoeg verdienen om te kunnen investeren’.

Volgens De Cloedt doet de overheid het omgekeerde: ze maakt nieuwe wingebieden die juist verder in zee liggen. In 2018 klaagde de sectorfederatie Zeegra dat aan. De federale overheid hield toen een publieke raadpleging over het tweede Marien Ruimtelijk Plan (MRP), dat in 2020 van kracht wordt en dat volgt op het lopende MRP (2014-2020).

In het MRP-2 wordt bijvoorbeeld een nieuw zandwingebied voorzien op de Blighbank, ongeveer veertig kilometer in zee. Maar de firma’s weten niet welk soort zand ze daar zullen aantreffen. ‘Deze evolutie’, schreef Zeegra, ‘is strijdig met de langetermijnbelangen van de grondstoffenvoorziening voor de Belgische bouwsector.’

Nood aan collectieve strategie

‘Iedereen erkent de enorme uitdagingen’, betoogt experte Vera Van Lancker. De geologe van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen geldt sinds jaren als een van de autoriteiten van het zeezand. Volgens haar is nog maar een derde van de steden gebouwd, hetgeen betekent dat er nog twee keer zoveel steden gebouwd zullen worden waarvoor er ongekende massa’s grondstoffen nodig zijn en dus ook zand.

Maar er zijn talrijke andere onbekende factoren. Wat bijvoorbeeld de impact is van alle economische drukte op zee, en of er maatregelen genomen moeten worden om de zee, met alles wat daar leeft, te beschermen als landschap.

Natuurbewegingen vragen dat de zandwinning stelselmatig wordt teruggedrongen. De reductie is bezig, de zandwinning moet nu elk jaar met 1 procent krimpen. Veel te traag, vonden natuurbewegingen tijdens de raadpleging over het MRP.

© Raf Custers

Het bedrijfsterrein ligt in de voorhaven vlakbij Oostende

Zo stelde Natuurpunt bijvoorbeeld dat een derde van het Belgisch Continentaal Plat is aangeduid als beschermd natuurgebied. ‘Maar van die bescherming is amper sprake. De bodem wordt er voortdurend omgewoeld door sleepnetten voor visserij en door baggerboten voor zand- en grindwinning’. Er zijn strikte regels, maar ‘de verstorende activiteiten mogen bijna onbeperkt verder gaan’.

Voor het zand dat producenten uit de Noordzee halen, betalen ze vergoedingen aan de overheid. Voor de betere zandkwaliteit is dat 0,76 euro per kubieke meter, wat integraal voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt wordt. De kennis van het Continentaal Plat moet immers voortdurend worden verfijnd.

Van Lancker en haar collega’s deden samen met Nederland drie jaar lang onderzoek. Zo is nu bekend hoeveel zand van welke kwaliteit er nog uit de Noordzee gewonnen kan worden. In zone 1 strekt de voorraad tot het midden van deze eeuw, voor heel het Belgisch Continentaal Plat is dat rond 2100.

Tenzij er nieuwe voorraden worden ontdekt of er aanzienlijk meer zand gerecycleerd kan worden, zou de Noordzee dus nog ongeveer tachtig jaar zand kunnen leveren. Dat perspectief zet iedereen voor het blok. Het vraagt om een collectieve strategie en actie, van iedereen die met de Noordzee begaan is.

Zelf de fiets op naar Oostende?

© Raf Custers

 

Om de maritieme drukte in Oostende te observeren, kan je met de veerpont de vaargeul oversteken naar de oostelijke oever. Vertrek nabij de Vistrap. Informatie via Welkom Bij Vloot.

Meer info:

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, journalist en onderzoeker

    Raf Custers is onderzoeker bij Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie Economique Alternative). In 2013 publiceerde hij het boek Grondstoffenjagers.